Rendabiliteit van en steunmaatregelen voor pocketvergisting
Of een pocketvergister rendabel is voor jouw bedrijf hangt af van: het aandeel zelfconsumptie, de eventuele aanwezigheid van zonnepanelen en/of een middenspanningscabine, het nuttig gebruik van de geproduceerde warmte, het belastingsstelsel en het geïnstalleerd vermogen.
Uiteraard vormen ook subsidies een belangrijk aspect. Afhankelijk van het geïnstalleerd vermogen heb je operationele en/of investeringssteun.
Welke factoren bepalen de rendabiliteit?
-
Hoeveel elektriciteit kan je zelf gebruiken?
Hoe groter het aandeel van de geproduceerde elektriciteit dat je zelf verbruikt, hoe groter doorgaans het financiële voordeel.
Elektriciteit die je zelf gebruikt, bespaart je de aankoop van stroom van het net. Voor elektriciteit die je op het net injecteert, ontvang je doorgaans een lagere vergoeding dan de prijs die je betaalt om elektriciteit aan te kopen.
Je energieverbruik en verbruiksprofiel zijn daarom belangrijke factoren. Op melkveebedrijven kan bijvoorbeeld het type melksysteem een invloed hebben op de spreiding van het elektriciteitsverbruik. Bij robotmelken kan het verbruikspatroon gunstiger zijn voor een hoge zelfconsumptie, afhankelijk van de concrete bedrijfssituatie.
-
Heb je al zonnepanelen?
Ook de aanwezigheid van zonnepanelen beïnvloedt de rendabiliteit. Zonnepanelen voorzien al een deel van je elektriciteitsbehoefte, waardoor je minder elektriciteit uit de pocketvergister nodig kunt hebben.
Dat betekent niet dat beide technieken elkaar uitsluiten. Praktijkvoorbeelden tonen aan dat ook een combinatie van zonnepanelen en pocketvergisting perfect mogelijk is. Het is vooral belangrijk om de productieprofielen van beide installaties af te stemmen op het energieverbruik van je bedrijf.
-
Beschik je over een middenspanningscabine?
Een middenspanningscabine kan een invloed hebben op de elektriciteitskosten van je bedrijf. Als je daardoor elektriciteit tegen een lager tarief aankoopt, kan ook de besparing door zelf geproduceerde elektriciteit kleiner zijn.
Neem de werkelijke elektriciteitskosten van je bedrijf daarom mee in de rendabiliteitsberekening.
-
Kan je de geproduceerde warmte nuttig gebruiken?
Een warmtekrachtkoppeling (WKK) produceert naast elektriciteit ook warmte. Een deel daarvan is nodig om de installatie zelf op temperatuur te houden. De overige warmte kan je benutten op je bedrijf.
Denk bijvoorbeeld aan:
- het voorverwarmen van spoelwater voor de reiniging van de melktank;
- het verwarmen van bedrijfsruimtes;
- het verwarmen van processen bij de verdere verwerking van digestaat.
Hoe meer van de beschikbare warmte je nuttig kunt gebruiken, hoe groter het mogelijke financiële voordeel. Breng daarom niet alleen je elektriciteitsverbruik, maar ook je warmtevraag in kaart.
-
Welk elektrisch vermogen past bij je bedrijf?
Het gekozen elektrische vermogen, uitgedrukt in kWe, hangt onder meer af van de beschikbare hoeveelheid biomassa en het biogaspotentieel daarvan. Ook de samenstelling en versheid van de mest kunnen een invloed hebben op de biogasproductie.
Een installatie moet afgestemd zijn op de beschikbare biomassastromen en de energiebehoefte van je bedrijf. Een groter vermogen is niet automatisch rendabeler: de installatie moet voldoende biogas kunnen produceren en de opgewekte energie moet zo goed mogelijk worden benut.
Laat daarom vooraf onderzoeken welk vermogen bij jouw bedrijfssituatie past.
De meeste pocketboeren die installaties hebben vanaf 20 kW, zitten al snel met minstens 120 koeien. Tot enkele jaren terug werden de 9,7 kWe-installaties het meest geplaatst, maar sinds de afschaffing van het principe van de virtueel terugdraaiende teller is een rendabele case minder evident. Vandaar dat we een verschuiving zien naar iets grotere vermogens.
-
Welke invloed heeft je fiscale situatie?
Ook je boekhoudkundige en fiscale situatie kan een invloed hebben op de uiteindelijke investeringskost. Afhankelijk van je situatie kunnen bepaalde fiscale voordelen van toepassing zijn.
Laat je hierover adviseren door je boekhouder of fiscaal adviseur. Die kan ook nagaan of eventuele fiscale voordelen combineerbaar zijn met andere steunmaatregelen.
Welke steunmaatregelen zijn mogelijk?
Pocketvergisting kan meer betekenen dan de productie van hernieuwbare energie. Door mest te vergisten, kunnen ook broeikasgasemissies uit mestopslag worden beperkt. Daarom voorzien diverse overheidskanalen steun om te investeren in deze technologie en/of deze draaiende te houden.
Er zijn twee types steun:
- operationele steun: ondersteuning die je op regelmatige basis ontvangt tijdens de werking van de installatie, bijvoorbeeld via steuncertificaten wanneer aan de voorwaarden is voldaan.
- investeringssteun eenmalig financiële ondersteuning voor bepaalde investeringen in de installatie of bijbehorende infrastructuur.
Daarnaast kunnen bepaalde fiscale voordelen mogelijk zijn. De voorwaarden en de combineerbaarheid verschillen per regeling.
1. Operationele steun: groenestroom- en warmte-krachtcertificaten
Voor bepaalde installaties die hernieuwbare elektriciteit produceren of warmte en elektriciteit combineren, kan je in aanmerking komen voor groenestroomcertificaten (GSC) en warmte-krachtcertificaten (WKC).
Of jouw installatie recht heeft op certificatensteun, hangt onder meer af van:
- de toepasselijke regeling
- de technische kenmerken van de installatie
- de nuttige toepassing van de warmte
- de startdatum.
De voorwaarden en steunberekening kunnen wijzigen. Controleer daarom altijd de actuele informatie bij het Vlaams Energie- en Klimaatagentschap (VEKA).
2 . Investeringssteun voor micro-WKK op biogas ≤ 10 kW
Voor bepaalde kleinschalige installaties, zoals micro-WKK's op biogas, kan eenmalige specifieke investeringssteun beschikbaar zijn.
De voorwaarden, vermogensgrenzen en steunbedragen moeten worden gecontroleerd op basis van de actuele regeling. Ga vóór je investeert na of jouw installatie in aanmerking komt. De maximumsteun bedraagt €4.700 euro/kWe.
3. VLIF-steun voor productieve investeringen
Via het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds (VLIF) kan je voor bepaalde productieve investeringen in aanmerking komen voor investeringssteun.
Afhankelijk van de investering en de toepasselijke voorwaarden kunnen ook onderdelen die verband houden met pocketvergisting in aanmerking komen, bijvoorbeeld de tussentijdse mestopslag, mixer, pompen en piping, digestaatopslag, verse mestafvoer (vloersysteem en/of mestschuif en/of mestrobot). Er kan tot 40% steun verkregen worden op de vastgelegde eenheidskost van de investeringen. Jonge landbouwers kunnen 10% extra steun bekomen.
Voor bepaalde combinaties van investeringen is er een bijkomende claim voor pocketvergisting mogelijk, waar bij een combinatie van investeringen 5% extra steun bekomen kan worden
De steunpercentages en voorwaarden verschillen per investering. Je moet de juiste steun en eventuele bijkomende claim tijdig aanvragen. Controleer vooraf welke investeringen in aanmerking komen en of jouw bedrijf aan de voorwaarden voldoet.
4. Fiscale voordelen: investeringsaftrek
Voor bepaalde investeringen in hernieuwbare energie kan een fiscale investeringsaftrek mogelijk zijn. Daarmee trek je onder de geldende voorwaarden een deel van de investeringswaarde af van de belastbare winst. Alle landbouwbedrijven (ook nijverheid en handel) bestuurd door een natuurlijke of rechtspersoon komen hiervoor in aanmerking.
Of je hiervoor in aanmerking komt, hangt onder meer af van het type investering, de fiscale situatie van je onderneming en de geldende voorwaarden. Ook de combineerbaarheid met andere steunmaatregelen moet je vooraf controleren.
Bespreek dit met je boekhouder of fiscaal adviseur en raadpleeg de actuele informatie van VLAIO.
Opgelet: Voor kleine vennootschappen en kmo’s kan de algemene investeringsaftrek sommige jaren groter zijn dan die gelinkt aan energiebesparende maatregelen. Bedrijven die forfaitair belast worden, kunnen hier geen gebruik van maken.