You have not yet given permission to place the required cookies. Accept the required cookies to view this content.
Doorbomen: er komt meer bij kijken dan de teelt alleen
Via de reeks 'Doorbomen' volg je de ontwikkelingen en resultaten van Inagro's eigen agroforestryperceel vanop de eerste rij. Deze keer lees je meer over de oogst van de tussenteelt en het beheer van de walnoten, boomstroken en haag.
In tegenstelling tot veel andere landbouwpercelen bestaat een agroforestryperceel uit meerdere (al dan niet productieve) componenten die deel uitmaken van het systeem en direct of indirect een impact hebben op de rendabiliteit. Naast de teelt zelf, vragen ook de bomen, de boomstroken en de haag op ons perceel de nodige tijd, aandacht en zorg.
Hieronder volgt een korte update van elk van deze componenten en het uitgevoerde beheer.
Teelt: geen opbrengstverlies van raaigras langs (jonge) bomenrijen
Net zoals in het eerste (prei) en tweede (raaigras) teeltseizoen, zien we ook in dit derde seizoen nog geen impact van de bomen op de opbrengst en kwaliteit van het tussengewas. De aanwezigheid van de jonge bomenrijen bood geen extra praktische uitdagingen bij de teelt van raaigras, terwijl dit bij prei wel het geval was. Voorlopig blijft vooral het verlies in teeltoppervlakte de voornaamste impact om rekening mee te houden.
Op 14 mei voerden we de eerste snede raaigras van 2025 uit. Met een opbrengst van ruim 10 ton DS/ha is dit een zware snede. We zien geen statistisch significante verschillen in opbrengst naargelang de afstand tot de bomenrij.
Aan de ene zijde (westkant) van de bomenrij lijkt de opbrengst doorgaans lager te liggen, maar dit verschil is statistisch niet significant. De iets lagere opbrengst aan de westkant net langs (-2,5 m) en verder weg (-10,5 m) van de bomenrij is vermoedelijk te wijten aan legering van het gewas in deze zones (ook te zien op de video hiernaast). Iets waar onze jonge bomen op dit moment vermoedelijk weinig impact op hebben en wat eerder te wijten is aan een iets te late maaibeurt, mogelijks in combinatie met kleine verschillen in bodemcondities.
Halverwege juli volgde een tweede snede. Waar de bomen tot aan de eerste snede in mei nog niet in blad stonden, was dit tussen de eerste en tweede snede wél het geval. We hadden echter nog steeds te maken met jonge bomen met een kleine kruin, en verwachtten daardoor nog geen schaduwimpact op de teelt.
Dit konden we niet onderbouwen met oogstgegevens. Door de droogte na de eerste snede, in combinatie met het niet kunnen uitvoeren van de nodige bemesting door de grondwerkzaamheden op dat moment, was de ontwikkeling van het gras over het hele perceel ondermaats en niet representatief voor de teelt. Het gras vormde vooral aren en er werden geen stalen voor DS opbrengst genomen. Deze snede in juli was meteen de laatste, hierna werd het perceel klaargemaakt voor de vervolgteelt van wintergraan.
Walnoten: beheer in afwachting van productie
Gezonde en productieve notenbomen zijn cruciaal om op lange termijn te komen tot een rendabel landbouwsysteem. Daarom worden de bomen vanaf de start aandachtig opgevolgd en verzorgd. In de vorige editie van doorbomen kon je lezen dat twee bomenrijen komende winter opnieuw aangeplant worden op keverbanken. De drie andere bomenrijen doen het wel goed en zijn op weg om binnen enkele jaren de eerste notenoogst op te leveren.
Voorjaarsbeheer
De boomspiegels, hier een cirkel van ongeveer 1,2 m diameter met de stam als middelpunt, werden consequent onkruidvrij gehouden door handmatig te wieden.
Dit voorjaar (eind maart) werd op diezelfde boomspiegels een nieuwe laag champost (zo'n 20 cm dik) aangebracht als bemesting en om uitdroging van de grond rondom de relatief jonge wortels te beperken. De vorige laag champost dateerde van bij de aanplant, twee jaar terug.
Desondanks het droge voorjaar werden de bomen niet geïrrigeerd. De met gras begroeide boomstroken en met champost bedekte boomspiegels bleven vrij lang vochtig en uiteindelijk zorgden enkele welgekomen en goed getimede regenbuien voor het nodige water.
vormsnoei
Begin juli, wanneer de bomen vol in blad stonden, werd net zoals vorig jaar een vormsnoei uitgevoerd. Bij de meeste bomen gaat het om een lichte snoei waarbij doorgaans niet meer dan 20% van de kruin weggesnoeid werd. Door dit jaarlijks uit te voeren, vermijd je dat je later te drastisch moet ingrijpen. Zaken waar we in deze fase vooral op letten:
-
Het creëren van een voldoende lange takvrije stam zodat de breder wordende kruin later de veldwerkzaamheden niet bemoeilijkt,
-
Wegnemen van wortelopslag en stamscheuten,
-
Aanhouden van één dominante, groeikrachtige topscheut. Waar nodig worden concurrerende zijscheuten weggenomen (of ingetopt), net zoals kruisende takken.
Monitoring uitlopen en bloei walnoten
Jaarlijks volgen we ook het uitlopen van de bladeren en de bloei van de walnoten onderzoeksmatig op. De timing van uitlopen leert ons meer over de overlap van de bladperiode tussen boom en teelt en dus de mogelijke (schaduw)impact van de bomenrijen op de tussenteelten. Het kennen van het bloeiverloop kan helpen om later meer inzicht te krijgen in de vruchtzetting en productiviteit van onze bomen.
Uitlopen bladeren
Vanaf begin april werden de notenbomen wekelijks gemonitord op de bladontwikkeling. Op 8 april begonnen de eerste knoppen te zwellen en één week later, op 14 april, zagen we de eerste knoppen effectief uitlopen. Nog een week later waren de meeste bladeren al aan het ontluiken en op 5 mei stond 2/3 van de bomen vol in blad. Op 12 mei was dit het geval voor alle bomen. Zie ook de tabel hieronder.
Het drogere en warmere voorjaar deden de bladeren iets later, maar sneller ontwikkelen dan het jaar voordien. Al zijn de verschillen relatief beperkt. In 2024 zagen we de eerste knoppen openbreken op 9 april en duurde het tot 16 mei vooraleer alle bomen vol in blad stonden.
-
Tabel met bladontwikkeling van de walnoten op het agroforestry perceel - voorjaar 2025
Mannelijke en vrouwelijke bloei
Walnoten zijn eenhuizig en dragen mannelijke en vrouwelijke bloeiwijzen aan dezelfde boom. Bij het hier gebruikte ras Broadview start de mannelijke bloei vroeger dan de vrouwelijke. Op ons perceel zagen we de mannelijke bloei dit jaar starten op 14 april en eindigen op 12 mei, terwijl de vrouwelijke bloei plaatsvond tussen 5 mei en 26 mei. Zie ook de tabellen hieronder. Door het gebrek aan overlap in bloeiperiodes is zelf- of kruisbestuiving hier niet mogelijk. Voor Broadview is het echter gekend dat vruchtzetting via apomixie (zaadvorming zonder bevruchting) mogelijk is, wat dit ras net ook interessant maakt.
Een vergelijking met vorig jaar is moeilijk, aangezien onze bomen pas dit jaar in grotere getale bloeiden. Maar door de bloei de komende jaren te blijven opvolgen hopen we meer inzicht te krijgen in de impact van het weer en veranderende klimaat op het bloeigedrag van onze walnoten.
-
Tabel met ontwikkeling mannelijke bloei van de walnoten op het agroforestry perceel - voorjaar 2025
-
Tabel met ontwikkeling vrouwelijke bloei van de walnoten op het agroforestry perceel - voorjaar 2025
'Four more years!' - Pro-Noot
Goed nieuws! Ook de komende jaren blijven we inzetten op notenteelt en kunnen we onze ervaringen en kennis blijven uitdiepen en delen met de Vlaamse telers. Op 1 januari ging het VLAIO-project Pro-Noot van start, getrokken door ILVO en met Inagro, PC Fruit en Praktijkpunt Landbouw Vlaams-Brabant als partners. In dit project werken we de komende 4 jaar aan de professionalisering van de Vlaamse notenteelt (met focus op walnoten en hazelnoten), zetten we deze op de kaart en pakken we huidige uitdagingen aan via praktijkgericht onderzoek. Dit doen we door:
- Het verhogen van de teelttechnische kennis
- De ontwikkeling van een IPM-strategie voor de notenteelt
- Goede praktijken aan te reiken: van oogst tot verwerking en bewaring
- Pijnpunten in de notenketen aan te pakken.
Boomstroken: onderhoud en bloei blijven uitdagend
De boomstroken bestaan ondertussen vooral uit graspollen. Bloeiende kruiden zijn nog maar sporadisch terug te vinden. Tijdens het bemesten van de tussenteelt bleef de boomstrook niet altijd gevrijwaard, wat een vergrassing in de hand werkte. Een doorzaai van meerjarige kruiden het afgelopen najaar, heeft tot weinig bloei geleid.
Toch zijn deze grasstroken nog steeds een ideaal habitat voor heel wat bodemleven en insecten, waaronder ook plaagbestrijdende loopkevers.
Een aandachtspunt is weliswaar dat de gevormde graspollen het maaien van de boomstroken er niet makkelijker op maken. Een poging dit voorjaar met een klepelmaaier met opvang was niet succesvol (zie foto). De maaihoogte van deze klepelmaaier was onvoldoende af te regelen waardoor de graspollen te veel beschadigd werden, maar ook het lange maaisel raakte niet goed afgevoerd.
Uiteindelijk werden de boomstroken half april met de bosmaaier gemaaid. Twee van de drie boomstroken werden gemaaid, één lieten we ongemaaid. Bij het ingaan van de zomer zagen we nauwelijks verschil tussen de gemaaide en ongemaaide boomstrook.
Haag lijkt helemaal vertrokken
De haag langsheen het perceel dient een dubbele functie, enerzijds windbreking anderzijds habitat voor heel wat nuttige insecten en akkervogels (keuze voor besdragende struiken), met focus op de patrijs. De haag nam ondertussen al stevig toe in volume en we konden al vaak een paartje patrijzen spotten in en langs de haag.
Het beheer bleef voorlopig eerder beperkt. De meidoorn werd al wat teruggezet en de rozensoorten in de haag hadden de neiging om uitlopers te vormen in de teelt die we tijdig moesten wegsnoeien. De grasstrook langsheen de haag bood alvast een handige buffer en lijkt ook voor fauna aantrekkelijk. Net zoals de boomstroken kreeg ook deze grasstrook een maaibeurt in het vroege voorjaar (vóór het broedseizoen).
'Time is money'
Het is duidelijk dat er dit voorjaar best wel wat beheerwerk uitgevoerd werd. Hoewel de tijdinvestering en bijhorende kostprijs zoals steeds sterk afhangt van de bedrijfs- en perceelsspecifieke situatie, geven we toch een ruwe inschatting mee voor dit perceel. In totaal nam het beheer dit voorjaar 16 uur in beslag, wat overeenkomst met een arbeidskost van ongeveer 800 euro of omgerekend zo'n 570 euro per hectare. De helft werd opgeslorpt door het onderhoud van de boomstroken. Een minder arbeidsintensieve manier om deze te onderhouden is wenselijk.
TIP! Je kan als teler beroep doen op een jaarlijkse onderhoudssubsidie van 270 euro/ha.
Meer info