Demoperceel agronatuur
Op het demoperceel agronatuur van Inagro onderzoeken we hoe landbouw en biodiversiteit elkaar kunnen versterken. We doen praktische ervaring op rond het aanleggen en het beheren van agronatuurmaatregelen en vertalen die naar concrete aanbevelingen voor landbouwers.
De volgende agronatuurmaatregelen komen hier aan bod: meerjarige bloemenrand, gemengde heg, keverbank, grasbufferstrook, patrijzenmengsel en de torenvalkkast op paal.
Een praktijkperceel voor biodiversiteit én landbouw
Biodiversiteit en landbouw staan niet los van elkaar. Een landbouwsysteem met ruimte voor nuttige insecten, bestuivers en natuurlijke vijanden kan bijdragen aan een meer weerbare teelt.
Op ons demoperceel combineren we verschillende agronatuurmaatregelen met duurzame teeltpraktijken. We testen hoe deze maatregelen aangelegd en beheerd kunnen worden en welke meerwaarde ze bieden voor zowel de biodiversiteit als de landbouwpraktijk.
Op het perceel vind je onder andere:
- een meerjarige bloemenrand
- een gemengde heg
- een keverbank
- een grasbufferstrook
- een patrijzenmengsel
- een torenvalkkast
Waarom een demoperceel agronatuur?
Biodiversiteit kan meer zijn dan een natuurdoel op zich. Een landbouwomgeving met voldoende schuilplaatsen, voedselbronnen en overwinteringsmogelijkheden kan ook bijdragen aan een stabielere populatie van nuttige insecten, bestuivers en natuurlijke vijanden.
Met het demoperceel willen we:
- praktijkervaring opbouwen met de aanleg en het beheer van agronatuurmaatregelen;
- onderzoeken hoe deze maatregelen functioneren in een actieve landbouwcontext;
- landbouwers tonen hoe biodiversiteit geïntegreerd kan worden in de bedrijfsvoering;
- teeltpraktijken testen die kansen bieden voor nuttige insecten en akkervogels.
Biodiversiteit als bondgenoot van de landbouwer
De verschillende maatregelen op het perceel zijn zo gekozen dat er zo lang mogelijk voedsel en beschutting beschikbaar blijft.
- De bloemenranden leveren nectar en stuifmeel tijdens het groeiseizoen.
- De heg vult de moeilijke periodes in het vroege voorjaar en het late najaar aan met bloeiende struiken zoals wilg, hazelaar, gele kornoelje en struikklimop. In de winter bieden de struiken bessen voor zang- en akkervogels en vinden insecten beschutting in de strooisellaag en achter losse schors.
- De keverbank biedt overwinteringsplaatsen voor nuttige insecten zoals loopkevers en kortschildkevers.
- Ook akkervogels zoals patrijzen en kleine zangvogels vinden er voedsel en geschikte leefruimte, terwijl de torenvalkkast regelmatig bezet wordt.
Deze biodiversiteit is niet alleen waardevol voor de natuur. Een rijk ecosysteem kan ook bijdragen aan natuurlijke plaagbeheersing, bestuiving en een robuuster landbouwsysteem.
Goede landbouwpraktijken als basis
Agronatuurmaatregelen werken het best wanneer ze deel uitmaken van een bredere aanpak. Daarom combineren we ze met:
- een doordachte teeltrotatie
- een gerichte bemesting
- minimale bodemverstoring via niet-kerende bodembewerking
- geïntegreerde gewasbescherming (IPM)
Zo onderzoeken we hoe landbouwproductie en biodiversiteit elkaar kunnen versterken in één samenhangend systeem.
Diversiteit in al zijn vormen ondersteunt een robuust en veerkrachtig systeem. Met het demoperceel trachten we om praktijkervaring op te doen met ingrepen en principes om tot een dergelijk systeem te komen.
Thomas Van Loo
De maatregelen op het perceel
1. Gemengde heg
De gemengde heg biedt beschutting en zorgt bijna het hele jaar door voor bloei. Vroegbloeiende soorten zoals wilg, hazelaar en gele kornoelje vullen de periode aan waarin de bloemenrand nog weinig bloeit, terwijl struikklimop in het najaar nog nectar levert.
De gemengde heg zorgt voor:
- nectar en stuifmeel voor bestuivers en natuurlijke vijanden;
- bessen als voedsel voor zang- en akkervogels in de winter;
- schuil- en overwinteringsplaatsen voor insecten in de strooisellaag en achter losse schors;
- een gunstig microklimaat voor de aangrenzende bloemenrand dankzij windbreking en warmtereflectie.
Daarnaast vormt de heg ook een belangrijke leefgebied voor natuurlijke vijanden. Op struiken zoals hazelaar en haagbeuk leven bladluizen die niet voorkomen op landbouwgewassen. Ze vormen een alternatieve voedselbron wanneer er weinig prooien in het perceel aanwezig zijn. Soorten met ruwe bladeren, zoals hazelaar, zijn bovendien geliefd bij gaasvliegen om hun eitjes af te zetten.
Om de heg eenvoudig te beheren, werd ze in twee rijen aangeplant. Door jaarlijks telkens één rij te snoeien, blijft steeds een deel van de struiken volgroeid. Zo blijven beschutting, bloei en voedsel jaarrond behouden.
2. Meerjarige gras-en bloemenrand
De meerjarige bloemenrand voorziet insecten van nectar en stuifmeel en biedt tegelijk schuilplaatsen voor natuurlijke vijanden en akkervogels.
Bij de samenstelling werd rekening gehouden met verschillende groepen insecten: zowel bestuivers zoals bijen en hommels als natuurlijke vijanden zoals zweefvliegen en sluipwespen. Voor vogels voorziet de bloemenrand zowel insecten als zaden.
3. Meerjarig patrijzenmengsel
Op het demoperceel testen we ook een meerjarig bloemenmengsel dat specifiek ontwikkeld werd voor de behoeften van de patrijs. Bij de samenstelling werd rekening gehouden met de courante teelten in de regio. Zo bevat het mengsel bijvoorbeeld geen koolachtige soorten, zodat het vlot in de teeltrotatie kan worden ingepast.
Door jaarlijks de helft van het bloemenblok opnieuw in te zaaien, ontstaat een afwisseling tussen jonge, bloemrijke vegetatie en oudere, ruigere delen. Die combinatie biedt het hele jaar door voedsel, dekking en nestgelegenheid voor patrijzen, terwijl ook bestuivers en andere nuttige insecten er hun voordeel uit halen. Het beheer is erop gericht een open, ijle vegetatie te behouden waarin patrijzen zich gemakkelijk kunnen verplaatsen.
4. Grasbufferstrook
De grasbufferstrook langs de beek beschermt de waterkwaliteit door de afspoeling van nutriënten, sediment en gewasbeschermingsmiddelen te beperken. Daarnaast zorgt ze voor een goed toegankelijke onderhoudsstrook langs de waterloop.
Binnen deze zone gelden ook de wettelijke teeltvrije en bemestingsvrije afstanden:
- Vanaf 1 meter van het talud mogen geen gewasbeschermingsmiddelen worden toegepast en mag de bodem niet worden bewerkt.
- Tot 5 meter van de beek mag niet worden bemest.
5. Keverbank
Een keverbank is een verhoogde, weinig beheerde grasstrook die als een eiland doorheen een akker loopt. Deze eenvoudige maatregel creëert een geschikte leefomgeving voor nuttige insecten én akkervogels zoals de patrijs.
De verhoogde structuur zorgt voor een droog en warm microklimaat waarin loopkevers en kortschildkevers goed kunnen overwinteren. Vooral de voet van de graspollen en de open bodem ertussen zijn ideale schuilplaatsen. Door de snellere opwarming in het voorjaar worden deze natuurlijke plaagbestrijders vroeger actief en trekken ze vanuit de keverbank het omliggende gewas in. Daar helpen ze mee om plaaginsecten onder controle te houden. Tegelijk vormen deze insecten een belangrijke voedselbron voor patrijzenkuikens.
6. Torenvalkenkast op paal
Torenvalken helpen als natuurlijke bestrijders van muizen op landbouwbedrijven .Het silhouet van een torenvalk kan bovendien duiven afschrikken. Met een geschikte nestkast kunnen landbouwers deze soort ondersteunen.
Op het demoperceel volgen we de bezetting van de kast en de aanwezigheid van deze nuttige roofvogel.
Onderzoek en demonstratie
Het demoperceel wordt ook gebruikt voor praktijkonderzoek rond biodiversiteit en geïntegreerde gewasbescherming. We testen er onder andere:
- ondergezaaide kruiden in granen,
- groenbedekkers met meerwaarde voor akkervogels,
- natuurlijke plaagbeheersing,
- en teeltcombinaties die biodiversiteit ondersteunen.
Doordat het perceel al enkele jaren beheerd wordt met aandacht voor agronatuur, is er een stabiele populatie nuttige insecten aanwezig. Dat maakt het een geschikte omgeving om proeven rond natuurlijke plaagbestrijding uit te voeren.