Stikstofbemesting met inzicht
Hoeveel stikstof (N) moet je toedienen?
De stikstofbemesting stem je best af op drie factoren.
1. Behoefte van je teelt
Elke teelt heeft een gekende N-behoefte. Die hangt af van het groeistadium. Deze waarden zijn goed gekend bij onderzoekscentra en vormen de basis van je bemestingsplan.
2. Actuele bodemvoorraad
Aan de hand van een N-staal zie je hoeveel beschikbare N er in de wortelzone zit. Let op: dit is een momentopname. Omdat de N-voorraad sterk fluctueert doorheen het groeiseizoen, raden we aan om op het juiste moment een N-staal te nemen.
3. N-nalevering (mineralisatie)
Een belangrijk (en vaak onderschat) deel van de N komt later nog vrij uit:
- dierlijke mest
- organische stof in de bodem (afhankelijk van textuur, pH en C%)
- oogstresten en groenbemesters
- gescheurd grasland
Deze nalevering kan oplopen tot tientallen kg N/ha. Geef daarom altijd mee aan de staalnemer welke N-bronnen eerder aanwezig waren of noteer deze op de inlichtingenfiche bij de staalname.
Wanneer neem je best een N-staal?
-
Hou rekening met het tijdstip van bemesting
- In de analyse wordt gekeken naar door de plant opneembare N, namelijk nitraat en ammonium.
- In mest zit nog een deel organische N, die niet direct opneembaar is. Deze wordt heel langzaam omgezet naar opneembare N, afhankelijk van bodemtemperatuur en mesthoeveelheid.
→ Neem dus je N-staal vóór bemesting of 4–6 weken na toediening (bij droog weer iets later) voor een betrouwbaar advies.
-
Heb je weinig ervaring met bemesting op advies?
Dan neem je best je N-staal vóór het zaaien of planten. Zo heb je betrouwbaar startpunt en een correcte basisbemesting.
-
Hou rekening met de teelt
- Korte teelten (bv. spinazie): staalname best vóór het zaaien of vóór de volgteelt.
- Langere teelten (bv. prei en knolselder): staalname kan na zaaien of planten voor een correcter advies. Zo meet je een groter deel van de N-mineralisatie en wordt de vrijstelling uit eerder toegediende mest zichtbaar.
-
Enkele richtlijnen:

Werk met meerdere giften (fractioneren)
Bij gefractioneerde bemesting dien je stikstof in meerdere keren toe:
- Basisgift: deel van de totale behoefte, vaak met dierlijke mest
- Bijbemesting: later in het seizoen, op basis van staalname, gewasstand en weer
Voorbeeld
Aardappel (late teelt): 70% van de N-behoefte als basis (bv. 140–160 kg N/ha). Rest na bijbemeststaal ± 2 weken na opkomst
-
Waarom fractioneren?
- Minder nitraatuitspoeling bij regen
- Beter inspelen op het seizoen
- Onbekende N-inhoud van dierlijke meststoffen
- Inschatting N-mineralisatie uit oogstresten of vanggewassen
-
Wat als je bijbemestingsadvies nul is?
Er is al te veel bemest. Pas de basisgift volgend jaar aan.
Bemest per perceel
Geen enkel perceel is hetzelfde. De grootste fout? Eén bemestingsstrategie voor alle percelen. Enkele voorbeelden:
-
Dierlijke mest
Verwachte vrijstelling bij 24 ton stalmest/ha (7.1 kg N/ton) toegediend het jaar vóór de berekende bemesting is afhankelijk van het toedieningsmoment:
- Voorjaar: 17 kg N/ha
- Zomer: 26 kg N/ha
- Najaar: 34 kg N/ha
-
Organische stof (C%)
Hoger koolstofgehalte (C%) → meer mineralisatie tijdens de teelt
- C% 0.7 → 41 kg N/ha
- C% 1.1 → 67 kg N/ha
- C% 1.3 → 77 kg N/ha
-
Oogstresten
Gemiddelde max. vrijstelling in kg nitraat-N/ha:
- Bloemkool: 95
- Prei: 45
- Spruitkool: 150
- Gele mosterd: 60
- Gras: 45
-
Gescheurd grasland
Gescheurd grasland kan tot 125 kg N/ha vrijstellen in het jaar van scheuren.
Verschillen lopen dus snel op! Een perceel met stalmest en gele mosterd kan tot 86 kg N/ha meer naleveren dan een perceel zonder. Dat is een verschil van meer dan 300 kg kunstmest.
Hou rekening met variatie binnen je perceel
Een perceel is zelden homogeen. Eén staalname geeft één advies, maar de bodem varieert.
Zo werk je gerichter:
- Neem meerdere stalen verspreid over je perceel.
- Herken sterke en zwakke zones.
- Pas je bemesting (en bekalking) aan per zone.
- Werk stap voor stap naar een meer uniforme bodem. Gebruik daarvoor historische data.
Handige tools:
- WatchiTgrow: gratis opbrengstprognose via satellietbeelden
- Bodemscan: gedetailleerd inzicht in bodemverschillen (prijzig)
-
Hoe pas je N-bemesting aan binnen je perceel?
De keuze hangt af van het groeipotentieel van het jaar en de totale N-bemesting die je wilt toedienen:
- Groeizaam jaar: bemest de minder groeizame plekken iets extra om de opbrengst te uniformiseren.
- Droog of weinig groeizaam jaar: zorg dat de goede plekken zeker voldoende N krijgen.
Ook de totale N-norm speelt mee:
- Beperkte norm: geef prioriteit aan de beste zones.
- Ruime norm: je kan ook de zwakke zones extra bemesten voor een gelijkmatigere opbrengst.