Inzaaien van groenbedekkers
Een groenbedekker kun je op verschillende momenten in het jaar inzetten en is meer dan snel iets inzaaien na de oogst. Vroeg zaaien biedt meer kans op een sterke ontwikkeling, bodembedekking, stikstofrecuperatie en koolstofopbouw. Maar een geslaagde inzaai hangt ook af van de bodemvochtigheid, het zaaibed, de voorteelt, de volgteelt en de keuze van je groenbedekker. Ontdek welk zaaitijdstip en welke aanpak passen bij jouw situatie.
Wanneer zaai je een groenbedekker?
Je kunt groenbedekkers op verschillende momenten inzetten:
- Voorjaarszaai: als je hoofdteelt pas later wordt gezaaid of geplant.
- Tussenvanggewas: als er enkele weken ruimte zijn tussen twee teelten.
- Najaarszaai: na de oogst van de hoofdteelt.
Elk moment vraagt een andere aanpak.
Voorjaarszaai: benut ook het voorjaar
Voorjaarszaai kan interessant zijn wanneer je pas in mei, juni of juli een hoofdteelt zaait of plant:
- Je voorkomt dat de bodem onnodig zwart blijft liggen.
- De groenbedekker neemt nutriënten op, vormt biomassa en voedt het bodemleven.
Hou rekening met bodemvocht
Een groenbedekker bouwt biomassa op, maar gebruikt ook water. Daarom vernietig je de groenbedekker best vier tot zes weken vóór het zaaien of planten van de volgteelt. Zo vermijd je concurrentie om vocht.
Geschikte soorten
Onder andere:
- Facelia
- Niger
- Boekweit
- Alexandrijnse klaver
- Wikke
- Veldboon
Een groeiperiode van zes weken kan al een duidelijke meerwaarde opleveren.
Voorjaarszaai of overwinterende groenbedekker?
Een groenbedekker in het voorjaar inzaaien lukt in de praktijk niet altijd. Tijdens de drukke voorjaarswerkzaamheden is er weinig tijd en ook koude of natte omstandigheden kunnen de inzaai bemoeilijken.
Een mengsel met wintergroene soorten inzaaien in het najaar kan daarom een goed alternatief zijn. Zo blijft je bodem zowel tijdens de winter als in het voorjaar bedekt.
Tussenvanggewas: haal meer uit een korte tussenperiode
Een tussenvanggewas zaai je tussen twee teelten. Denk bijvoorbeeld aan een perceel dat eind juli of augustus vrijkomt en waarop later nog gras of wintergraan volgt.
Geschikte soorten
Kies soorten die snel kiemen en snel bovengrondse én ondergrondse biomassa vormen, zoals:
- Kruisbloemigen zoals bladrammenas en gele mosterd
- Facelia
- Niger
Onder gunstige omstandigheden volstaan zes tot acht weken voor een goed ontwikkeld gewas.
Najaarszaai: de klassieker na de oogst
De meeste groenbedekkers worden ingezaaid na de oogst van de hoofdteelt. Dat blijft een belangrijk moment om reststikstof vast te leggen, de bodem bedekt te houden en organische stof op te bouwen.
Geschikte soorten
De meeste soorten kun je goed inzaaien tot half augustus of begin september. Bij een warm najaar blijft inzaaien vaak ook daarna nog mogelijk. Hou er wel rekening mee dat de groeiperiode korter wordt naarmate je later zaait. Daardoor daalt ook het ontwikkelingspotentieel. Grassen en granen kunnen bij een late zaai vaak wel nog een goede beginontwikkeling realiseren.
Tot eind augustus
- Alle vanggewassen zijn mogelijk (zowel vorstgevoelige als niet-vorstgevoelige)
Begin september, bij warm najaar
Onder andere:
- Gele mosterd
- Japanse haver
Na half september
Enkel niet-vorstgevoelige gewassen, zoals:
- Gras
- Snijrogge
- Winterveldboon
- Wintererwt
- Winterlupine
Zaai niet alleen vroeg, zaai ook goed
-
Hoe zaai je een groenbedekker bij droogte?
Bij droogte is het belangrijk om zoveel mogelijk bodemvocht te behouden.
- Werk zo veel mogelijk niet-kerend.
- Vermijd diepe bodembewerkingen zonder duidelijke reden.
- Werk zo oppervlakkig en ondiep mogelijk.
- Beperk het aantal werkgangen.
Zo beperk je het vochtverlies uit de bovenste bodemlaag.
Bij aanhoudende droogte wacht je best op voldoende neerslag voor je zaait.
-
Hoe bereid je een verdichte bodem voor op de inzaai?
Is je bodem verdicht, bijvoorbeeld door een ploegzool? Dan kan een diepe bodembewerking wel nuttig zijn. Combineer die dan met de inzaai van je groenbedekker. De wortels kunnen de gevormde breukvlakken verder koloniseren. Kies voor een diepwortelende soort zoals bladrammenas of (bij voorkeur) voor een mengsel met verschillende worteltypes.
-
Hoe pas je de zaaidichtheid aan?
De optimale zaaidichtheid hangt onder meer af van het zaaitijdstip en de omstandigheden.
- Vroege zaai (bij goede omstandigheden): een lagere zaaidichtheid kan volstaan. De planten krijgen voldoende tijd om zich elk afzonderlijk sterk te ontwikkelen.
- Late zaai vanaf september: een hogere zaaidichtheid helpt om voldoende bodembedekking te krijgen, ondanks de kortere ontwikkelingsperiode.
-
Zaai je beter met een zaaimachine of strooi-unit?
Een zaaimachine geeft doorgaans de beste resultaten.
Toch kun je bepaalde groenbedekkers ook met een strooi-unit op de cultivator zaaien. Dat kan bijvoorbeeld bij grasachtigen en gele mosterd. Deze soorten hebben geen fijn zaaibed nodig. Met de cultivator krijg je bovendien een grover zaaibed dat minder gevoelig is voor verslemping en erosie.
Kies bij voorkeur voor een complex mengsel met minstens vijf soorten. Als één soort minder goed ontwikkelt, kunnen andere soorten het overnemen. Zo krijg je een betere bodembedekking en gevarieerde beworteling die het bodemleven stimuleert. Je kunt kiezen voor een kant-en-klaar mengsel of zelf soorten combineren.
Guillaume Provoost - Onderzoeker bodem en bemesting
Kies je groenbedekker in functie van je volgteelt
-
Volgt een vroege teelt na de winter?
Kies een groenbedekker die gemakkelijk afvriest. Zo kan je snel van start gaan met de bodembewerking. Let ook op soorten die veel gewasresten achterlaten. Haver kan bijvoorbeeld een dikke strolaag vormen die het drogen van de bodem vertraagt.
-
Volgt een late teelt na de winter?
Zaai dan bij voorkeur (een mengsel van) wintergroene soorten.
-
Volgt een stikstofbehoevend gewas?
Kies eventueel voor een vlinderbloemige groenbedekker. Die kan extra stikstof leveren aan het volggewas.
-
Teel je koolgewassen?
Vermijd dan groenbedekkers uit dezelfde plantenfamilie, zoals gele mosterd. Zo verklein je het risico op ziekten zoals knolvoet.