Voedingswaarde van voederbomen
Voederbomen zijn meer dan een extra voederbron. De bladeren van bomen en struiken bevatten waardevolle eiwitten, mineralen, spoorelementen en bioactieve stoffen zoals tannines. Daardoor kunnen ze bijdragen aan een evenwichtiger rantsoen, een betere diergezondheid en een duurzamere veehouderij.
Voederbomen als bron van eiwitten
De bladeren van de meeste voederbomen bevatten gemiddeld 150 tot 200 g ruw eiwit per kg droge stof. Het eiwitgehalte is doorgaans het hoogst in het voorjaar, wanneer de bladeren nog jong zijn.
Voederbomen vormen geen vervanging van gras of ander ruwvoer, maar kunnen wel een waardevolle aanvulling zijn op het rantsoen. Ze dragen bij aan een grotere voederautonomie en zorgen voor extra variatie in het voeder.
Waardevolle bron van mineralen en spoorelementen
Naast eiwitten bevatten voederbomen ook belangrijke mineralen en spoorelementen. Een goede mineralenvoorziening is belangrijk voor de gezondheid, het welzijn en de productiviteit van het vee.
Door hun diepe wortelstelsel nemen bomen voedingsstoffen op uit diepere bodemlagen die voor gras vaak minder bereikbaar zijn. Vooral koper en koper (Cu) en Selenium (Se) zijn een interessante aanvulling op het grasrantsoen van koeien, geiten en schapen.
Gras bevat gemiddeld 8,9 mg koper/kg droge stof:
- Melkkoe heeft een behoefte van 12 mg/kg droge stof.
- Jongvee heeft een behoefte van 14-18 mg/kg droge stof.
Gras bevat gemiddeld 40 µg selenium/kg droge stof:
- Melkkoe heeft een behoefte van 150 µg/kg droge stof.
- Jongvee heeft een behoefte van 100-130 µg/kg droge stof.
Elke boom- of struiksoort heeft een eigen samenstelling van mineralen en spoorelementen. Ook bodemtype, weersomstandigheden, groeistadium en de leeftijd van de bladeren beïnvloeden deze gehaltes. De beschikbare waarden zijn daarom vooral richtinggevend.
Houtige gewassen bevatten veel sporenelementen die ontbreken in grassen. Door de diepe worteling en samenwerking met bodemschimmels hebben bomen en struiken toegang tot veel mineralen en verbinden deze in organische vorm.
Jan Valckx
Voederbomen als een bron van tannines
Veel boom- en struiksoorten bevatten tannines. Dat zijn natuurlijke plantenstoffen die verschillende voordelen kunnen bieden voor herkauwers. Tannines kunnen bijdragen aan:
- een betere benutting van eiwitten in het rantsoen
- een lagere methaanproductie in de pens. Onderzoek wees uit dat een dosis van 30-50 g tannines / kg totaal rantsoen al een aanzienlijke reductie in methaanproductie realiseert.
- een remmende werking op maagdarmwormen. Opgelet: de werking van tannines heeft niet dezelfde impact als deze van chemische diergeneeskundige anti-wormproducten. Van deze laatste kan een afdoding van 99% van de volwassen wormen verwacht worden. Een dergelijke resultaat kan men niet bekomen met tannines.
- een betere algemene weerstand van de dieren omdat ze bijdragen aan een goede nutritionele balans van deze dieren, zoals bv. door een betere N-retentie.
Vooral binnen biologische veehouderij kunnen tanninehoudende voederbomen een interessante aanvulling zijn op een doordacht weidemanagement. Ze helpen de infectiedruk van maagdarmparasieten te beperken, maar vervangen geen klassieke ontwormingsmiddelen wanneer die noodzakelijk zijn.
"Naast voedingswaarde bieden bomen nog extra voordelen. Zo bevatten veel boomsoorten tannines die de eiwitvertering verbeteren, de methaanvorming verminderen en de groei van maagdarmwormen afremmen."
Jo Vicca – docent Agro- en Biotechnologie, Odisee Hogeschool
De bladeren leveren de grootste voederwaarde
Het grootste deel van de voedingsstoffen bevindt zich in de bladeren. Door bladeren en jonge twijgen als aanvullend veevoeder te gebruiken, kunnen voederbomen een belangrijke bron zijn van eiwitten, mineralen en sporenelementen.
Tip: Bekijk hieronder meer details over de chemische samenstelling en voederwaarde van de meest gebruikelijke boomsoorten.