Rassenkeuze aardappelen: vergeet je stikstofbemesting niet aan te passen
Bij het telen van een nieuw ras informeren aardappeltelers over de ziektegevoeligheid en de gemiddelde opbrengst, maar het is nog onvoldoende geweten dat er ook belangrijke verschillen kunnen zijn in stikstof-behoefte (en dus N-bemesting). Een gemiste kans om de problematiek rond te hoge nitraatresidu’s in het najaar aan te pakken.
Aardappelen blijven zorgenkindje voor nitraatresidu
Uit voorlopige resultaten van het labo van Inagro bleek dat het nitraatresidu na de teelt van aardappelen in 2025 opnieuw hoog lag (zie grafiek). Ook de jaren voordien bleef er steeds meer stikstof achter na de teelt van aardappelen in vergelijking met andere akkerbouwteelten.
Al heel wat jaren staat het onderzoek in verband met stikstofbemesting in late aardappelen hoog op de prioriteitenlijst. Er werd al heel wat onderzoek gedaan op vlak van fractioneren van de stikstofbemesting en de toepassing in de rij (bij planten, rijenfrezen).
Maar elke vorm van beredeneerde bemesting begint steeds met een inschatting van de totale benodigde N-bemesting bij het begin van het seizoen. Cruciaal hierbij is dat de stikstofbehoefte van het aardappelras gekend is.
Grote verschillen in stikstofbehoefte tussen rassen
De basis van een goede bemestingsstrategie in aardappelen (en andere teelten) start met een correcte inschatting van de totale stikstofbehoefte. Die stikstofbehoefte varieert sterk van ras tot ras. Zo heeft Fontane een N-behoefte van 290 kg N/ha en Jelly slechts 175 kg N/ha.
Let op: Verwar de totale stikstofbehoefte niet met de te geven stikstofbemesting. Om in te schatten hoeveel je het best kan bemesten voor een specifiek aardappelras, moet je het verschil berekenen tussen de stikstofbehoefte (specifiek per ras) en de verwachte hoeveelheid N die ter beschikking zal komen gedurende het seizoen.
- Stikstofbehoefte
- N-opname door het gewas
- N buffer in de bodem (buffer = N in de bodem die minimaal aanwezig moet zijn opdat het gewas voldoende N kan opnemen = ± 60 kg N/ha voor aardappelen).
- N-vrijstelling tijdens seizoen
- N in de bodemlaag 0-60 cm na de winter
- N via mineralisatie (van bodemorganische stof, organische mest (najaar), oogstresten, groenbedekkers)
Demovelden 2025
Om het verschil in stikstofbehoefte binnen de late aardappelrassen onder de aandacht te brengen zowel bij telers, adviseurs en labo’s, startte Inagro, samen met Viaverda en PIBO-Campus, een demonstratieproject ‘OptiN-ras: stikstof op maat in aardappelen’ gefinancierd door de Vlaamse Overheid.
- Op vier locaties met diverse bodemtypes (zandleem, polder, leem) werden in het voorjaar van 2025 meerdere rassen geplant: Alegria, Challenger, Fontane en Markies
- De rassen werden op elk proefveld geteeld bij vier bemestingstrappen: 0, 75, 150 en 225 kg N/ha.
- Na de oogst werden curves opgesteld die het verband weergeven tussen
- de N opname (van loof en knollen) en de opbrengst,
- de N bemestingsdosis en de opbrengst,
- alsook de N bemestingsdosis en het nitraatresidu.
- De bemesting gebeurde volledig in minerale vorm (geen dierlijke mest) en werd gefractioneerd toegediend.
Meer bemesten = meer opbrengst? Niet onbeperkt
Proeven in 2025 tonen duidelijk aan dat een toenemende stikstofbemesting slechts tot op zekere hoogte rendeert. Nemen we als voorbeeld het ras Fontane:
- Op de curve is te zien dat bij lage stikstofgiften de opbrengst snel stijgt.
- Vanaf ± 150 kg N/ha begint de opbrengstcurve duidelijk af te vlakken
- Rond ± 185 kg N/ha wordt geen extra opbrengst meer gerealiseerd
- Extra stikstof wordt niet meer benut.
Zo’n curve verschilt van ras tot ras.
- De stikstofbehoefte van het ras Alegria ligt volgens het kweekbedrijf een heel stuk lager (-120 kg N t.o.v. Fontane). Dit is ook duidelijk te zien op de curve die al vanaf 100 kg N/ha sterk begint af te buigen en een bemesting van 150 kg N/ha resulteert niet meer in een hogere opbrengst. In tegendeel, zo zagen we op twee proefvelden zelfs een daling van de opbrengst bij de hoogste bemestingstrap. Mogelijks was er te veel energie gegaan naar loofvorming met een verlate knolzetting tot gevolg.
- Daarnaast lijkt het dat het zeer laatrijpe ras Markies extra kilo’s blijft maken bij een toenemende N-bemesting. Het is dan ook een variëteit die heel lang groen blijft en moeilijk te loofdoden is.
- De curve van Challenger is te vergelijken met deze van Fontane, al is de afvlakking bij hogere giften net iets trager.
Hoe hoger de bemesting, hoe hoger de N-inhoud van het gewas
Hoe hoger de toegediende bemesting, hoe hoger de hoeveelheid stikstof aanwezig in de knol én in het loof. Dit hebben we gemeten bij einde bloei / start afrijping omdat op dat moment de maximale N-opname bereikt is.
- Gemiddeld werd ongeveer 2,0 g N/kg in de knol gemeten bij een nulbemesting,
- terwijl de N-inhoud in de aardappel steeg naar 3,0 g N bij de hoogste bemesting.
Aangezien ook de opbrengst tot op zeker hoogte stijgt met een hogere bemesting, stijgt de totale N-inhoud van het totale gewas (en afgevoerde opbrengst) én voeren we meer stikstof af van het veld (zie grafiek).
Gevolgen voor het nitraatresidu?
De hogere stikstofafvoer bij oogst, na een hogere bemesting leidt niet bij alle N-bemestingstrappen tot een lager nitraatresidu in het najaar.
We zien duidelijk dat de hoogste bemestingstrap voor elk van de vier rassen een duidelijke stijging in het nitraatresidu in het najaar laat optekenen. Reden is dat vanaf een bepaalde N-bemestingsdosis er geen extra benutting van N is. De stijging in het nitraatresidu is voor drie rassen zelfs zo groot dat hierdoor de eerste drempelwaarde van 85 kg N overschreden wordt en bij Challenger zelfs de tweede drempelwaarde.
En het financieel rendement?
Tot op zekere hoogte zorgt een hogere stikstofbemesting voor een hogere opbrengst. Maar, de extra bemesting brengt ook een extra kostprijs met zich mee (al blijft deze eerder beperkt).
Wat zeker niet mag vergeten worden is het hogere risico op het overschrijden van de drempelwaarden op vlak van het nitraatresidu. Als je in een periode van 5 jaar (te tellen vanaf de nitraatresiducampagne van 2025) voor de tweede keer een bedrijfsevaluatie boven de tweede drempelwaarde hebt, dan volgt er een geldboete van 250 euro per hectare (areaal binnen het nitraatresidutype dat voor de overschrijding zorgde).
Daarnaast kan hoge bemesting leiden tot een moeilijkere loofdoding (Markies, Jelly), een verlate knolzetting (met lagere opbrengst) en/of een te laag onderwatergewicht.
Conclusie: bemest slimmer, niet meer
Voldoende stikstof geven aan je teelt is noodzakelijk voor een goede groei en opbrengst. Maar meer is niet altijd beter.
- Elk ras heeft een eigen optimale stikstofgift: de toename in opbrengst vlakt af bij hogere stikstofgiften. Naargelang de specifieke stikstofbehoefte van elk ras komt de afvlakking er sneller of trager en heeft extra N (g)een toegevoegde waarde .
- Een te hoge stikstofgift heeft zeker ook nadelen:
- Sterk verhoogd risico op overschrijding drempelwaarden nitraatresidu (geldboete!)
- Té veel loofontwikkeling met als gevolg:
- latere knolzetting (nadelig voor opbrengst)
- moeilijk gewas te vernietigen in het najaar (Markies, Jelly)
- hogere gevoeligheid voor ziekten
- lagere onderwatergewichten
Meer info?
Uitgebreide rapporten
De volledige verslagen van de proeven in zandleem (Ledegem) en polder (Koksijde) zijn hieronder te raadplegen.
In kader van het demonstratieproject 'OptiN-ras: Stikstof op maat van aardappelen'