nulbemesting

Aardappelen in de rij bemesten

Bemesten in de rij en/of fractioneren van de totale stikstofbemesting zijn twee bemestingsstrategieën die zorgen voor een efficiëntere inzet van de stikstof.

Met het steeds strenger worden van het mestactieplan, de duurdere meststofprijzen en het aanhoudende probleem van te hoge nitraatresidu’s na de teelt van (late) aardappelen is de laatste jaren de interesse in de rijenbemesting sterk gestegen. Landbouwers worden steeds meer vragende partij om deze techniek op hun percelen toe te passen als één van de mogelijke maatregelen voor een beredeneerde bemesting.
In elk geval moet in het voorjaar een correcte inschatting gemaakt worden van de totale stikstofbehoefte van het gewas op het perceel. Door te bemesten in de rij (al dan niet in combinatie met fractioneren) wordt de stikstof alvast efficiënter ingezet. 

Nitraatresidu beheersen: niet zo eenvoudig

Eén van de moeilijk te beheersen oorzaken van de lagere efficiëntie in de nutriëntenopname door een aardappelplant is zijn eerder ondiep, zwak ontwikkeld wortelstelsel. Hierdoor vertaalt een te lage N-bemesting zich snel in een opbrengst- en kwaliteitsverlies. 
Een tweede vervelende eigenschap is het ontbreken van luxeconsumptie bij een aardappelplant. Dit betekent dat na half juli nog maar een beperkte hoeveelheid stikstof kan worden opgenomen. In jaren met een hogere mineralisatie in de maand augustus is het daarom heel moeilijk om het nitraatresidu in het najaar voldoende laag te houden. De periode dat een aardappelplant stikstof opneemt is dus betrekkelijk kort. Een te hoge stikstofbemesting vertaalt zich snel in een te hoog nitraatresidu. 

opname stikstof tijdens groeiseizoen aardappel

Meststof dicht bij poter

Door een betere positionering van de meststoffen (dicht bij de poter) kunnen de wortels de meststoffen beter opnemen. Ideaal is dat de nutriënten geplaatst worden op een diepte van ongeveer 5 cm onder de poter en op een afstand van 7-10 cm links en rechts van de poter. 
Door de betere nutriëntenbenutting kan de totale stikstofgift lager blijven. Hoeveel lager hangt sterk van het seizoen af (vochtbeschikbaarheid, temperatuur). Daarom dat de combinatie met fractioneren aan te raden is. Zo kan de stikstofgift bij planten (in de rij) verlaagt worden tot 70-80% van het totale advies. Een bodemstaal 5 à 6 weken na planten geeft meer info of een tweede fractie tijdens het groeiseizoen nog nodig is. 
 

Minder ammoniakale vervluchtiging

Eén van de interessante voordelen van rijenbemesting is dat het risico op ammoniakale vervluchtiging van ureum- en/of ammoniumhoudende meststoffen drastisch kan gereduceerd worden. In organische mest en kunstmest komt stikstof vaak voor als ammonium (NH4+).  In contact met de lucht en vooral in omstandigheden met een hoge pH wordt dit snel omgezet in ammoniakgas (NH3). Omdat bij rijenbemesting de meststof onmiddellijk ingewerkt wordt in de rug,  is er minder kans op deze omzetting. Door vervluchtiging verlies je een deel van de toegediende (dure) meststof.

Precisie

De meststoffen worden daarnaast met een grote precisie geplaatst enkel daar waar ze nodig zijn. Dit aspect alleen al zorgt voor een besparing in meststoffen. 

  • Er worden geen strooibanen gevormd en er zijn geen overlappingen bv op kopakkers. 
  • Er komen geen meststoffen in hoeken van het perceel waar geen aardappelen worden geplant.
  • Er komen geen meststoffen in de beek terecht. 

De grootte van de besparing hangt af van de vorm van het perceel (veel hoeken aanwezig?), de breedte van de sproeier (en dus het aantal sproeisporen die met de kopakker voor overlap kunnen zorgen) ...

enkel stikstofbemesting waar aardappelen groeien

Besparing tijd

Doordat de bemesting in de rij wordt toegepast tijdens het planten of tijdens het rijenfrezen wordt een werkgang uitgespaard. Dit betekent een lager brandstofgebruik, minder bodemverdichting en is een tijdsbesparing voor de landbouwer.

Mechanisatie

Deze bemestingstechniek voor de aardappelteelt vraagt echter een aangepaste mechanisatie waardoor aardappeltelers niet zomaar kunnen overschakelen. Er hangt een prijskaartje aan vast. Loonwerkers, machineconstructeurs en hun dealers spelen steeds meer in op deze nieuwe evolutie met een aangepaste mechanisatie. 
Er zijn verschillende mogelijkheden en er moeten dus keuzes worden gemaakt. De bemesting in de rij kan met een korrelmeststof gebeuren of met vloeibare meststoffen. Afhankelijk van de plantmachine of rijenfrees wordt de meststof op een andere plaats in de rug afgegeven. 
Het extra vat voor de mestkorrels of vloeibare mest zorgt voor een zwaardere combinatie waarmee je op het veld komt. Dit kan een beperking inhouden als we rekening houden met bodemverdichting. Wees je er ook van bewust dat bemesten tijdens het planten wat extra organisatie vraagt want de meststoffen moeten tijdig bijgevuld worden (net zoals het pootgoed). 
 

praktijkpercelen rijenbemesting aardappelen 2022

Praktijkervaring

Al verschillende jaren wordt onderzoek gedaan naar het effect van rijenbemesting en fractioneren in aardappelen. Resultaten uit 2020 en 2021 waarbij vollevelds en rijenbemesting, beide in combinatie met fractioneren, werden uitgetest zijn hieronder te raadplegen.

De recentste resultaten dateren van groeiseizoen 2022. Toen konden Inagro en PCA (nu Viaverda), in samenwerking met enkele telers en loonwerkers, op zes praktijkvelden een vollevelds bemesting vergelijken met bemesting in de rij. Op elk van de percelen werd in het voorjaar een bodemstaal genomen om een correcte inschatting te maken van de totale stikstofbehoefte van het gewas op dat specifieke veld. De rijenbemesting werd toegepast zoals de telers / loonwerkers dit op hun eigen percelen gewoon waren (korrel versus vloeibaar, bij planten versus rijenfrezen)
Enkele bevindingen uit het droge en warme 2022:

  • Na een bodemstaalname begin juni bleek dat in  4 van de 6 percelen voldoende stikstof aanwezig was voor de rest van het groeiseizoen (geen 2e gift meer nodig)
  • Als we de twee stikstofdosissen in de rij (± 75% en 100% advies) met elkaar vergelijken dan 
    • was er slechts op één perceel een grotere opbrengstdaling (-9 ton/ha) na de lagere N-gift. Op de andere vijf percelen zorgde een lagere N-bemesting voor maximaal 2 ton opbrengstverlies. 
    • was de gemiddelde daling in het nitraatresidu ongeveer 20 eenheden N na een lagere N-gift.
  • Eenzelfde stikstofdosis vollevelds of in de rij zorgde voor 
    • ± dezelfde opbrengst (met uitzondering van het perceel waar wel een extra N-gift werd geadviseerd en niet werd toegediend)
    • ± hetzelfde nitraatresidu 
  • Pas op met te hoge N-gift via de granulaatbakken: een te hoge zoutconcentratie in de plantvoor kan zorgen voor een (tijdelijke) groeiachterstand tijdens de snelle loofgroei (zeker bij droogte), wat niet noodzakelijk leidt tot opbrengstderving.
     

Meer info?

Laat je informeren over de bemesting in de aardappelteelt.

Wekelijks onafhankelijk nieuws en persoonlijke uitnodigingen in je mailbox. Op jouw maat.