Rassenproef aardappelen Kortrijk (2022)

Gefractioneerde bemesting in aardappelen

Gericht bijsturen tijdens het groeiseizoen vormt een stukje van de oplossing.

Te hoge nitraatresiduen aan het einde van de teelt van late aardappelen hebben een negatieve impact op de waterkwaliteit en zorgen ervoor dat de aardappelteler geconfronteerd wordt met bijkomende verplichtingen en kosten door regels vastgelegd binnen het Mest Actie Plan (MAP). 

Het uitvoeren van een beredeneerde bemesting van late aardappelen is dan ook het instrument om een goede aardappelopbrengst en -kwaliteit te realiseren met een zo laag mogelijk nitraatresidu. Zo’n beredeneerde bemesting start al meteen met een efficiëntere inzet van de stikstof

  • fractioneren van de totale stikstofbemesting 
  • bemesten in de rij bij planten

In elk geval moet in het voorjaar een correcte inschatting gemaakt worden van de totale stikstofbehoefte van het gewas op het perceel. De geadviseerde dosis stikstof in het voorjaar is afhankelijk van de behoefte van het ras en de verwachte N-levering tijdens het groeiseizoen. Het is deze laatste factor die moeilijk in te schatten is. Dit hangt namelijk af van de aanwezige minerale stikstofvoorraad, de hoeveelheid minerale stikstof die vrijkomt/zal vrijkomen uit de voorgaande teelt en zijn oogstresten, groenbedekkers, de bodemorganische stof en het gebruik van organische mest.

Zwak wortelstelsel en geen luxeconsumptie

Het relatief zwakke, ondiepe wortelstelsel en het gebrek aan luxeconsumptie maken dat de bemesting van aardappelen maximaal moet worden afgestemd op de bodemvoorraad, mineralisatie en groeiomstandigheden. Omwille van het zwakke wortelstelsel vertaalt een te lage N-bemesting zich snel in een opbrengst- en kwaliteitsverlies. Een te hoge stikstofbemesting vertaalt zich door het gebrek aan luxeconsumptie dan weer snel in een te hoog nitraatresidu omdat er na half juli weinig opname van stikstof plaatsvindt. In jaren met een hogere mineralisatie in de maand augustus is het daarom heel moeilijk om het nitraatresidu in het najaar voldoende laag te houden.

opname stikstof tijdens groeiseizoen aardappel

Startgift

Om gericht bij te sturen tijdens het groeiseizoen is het noodzakelijk om bij het planten een beperkte startgift toe te dienen van ongeveer 70% van het stikstofadvies of maximaal 150 kg N/ha. Dit wordt bepaald op basis van een grondstaal of bij een gekend perceel op basis van ervaring. Met deze werkwijze kan de globale nutriëntenbenutting verhoogd worden. Een te hoog N-aanbod tijdens het groeiseizoen door bijvoorbeeld een te hoge bemesting bij het planten wordt op die manier vermeden.

Anderzijds is er minder risico op het uitspoelen van nitraten in het voorjaar door hevige neerslag op een perceel met nog weinig gewas, wanneer bij het planten slechts een deel van het advies wordt toegediend. Gericht bijsturen is vaak zinvol op percelen met een moeilijk te berekenen stikstofmineralisatie of na gebruik van dierlijke mest, alsook bij afwijkende weersomstandigheden, waar we steeds vaker geconfronteerd mee worden.

Adviessystemen tweede gift

Ongeveer vijf à zes weken na planten of de laatste bemesting kan met behulp van een bodemanalyse nagegaan worden of de aanvullende stikstofbemesting nodig is. De planten staan dan een tweetal weken boven en zijn dan meestal ‘bloempotgrootte’. Dit is in Vlaanderen het meest gekende bijbemestingsadviessysteem. 

Naast het nemen van een bodemstaal zijn er nog andere, commerciële, systemen die een bijbemestingsadvies formuleren.
•    Analyse op bladsap
•    Analyse van de bladsteeltjes
•    Combinatie van een analyse op een grondstaal én bladsap

Vaak wordt niet enkel de hoeveelheid stikstof bepaald maar eveneens heel wat andere hoofd- en sporenelementen.
 

staalname bodem in de rug

Hoe tweede fractie geven?

Als er geen advies meer is voor de tweede fractie dan was je basisbemesting voldoende of zelfs al te hoog. Als er wel nog wat stikstof moet bijgegeven worden volgens het nieuwe advies dan geef je dit best de eerste 60 dagen na opkomst want in die periode hebben aardappelen de grootste N-behoefte. 

Je kan die tweede fractie op verschillende manieren toedienen namelijk via een korrel- , blad- of andere types meststoffen of biostimulanten.

Bij een lager advies (< 40 kg/N) kan je voor een bladbehandeling kiezen. Door deze te combineren met de Phytophthorabestrijding bespaar je een extra werkgang. Wees je er van bewust dat je per gift slechts ± 10 kg N/ha kan geven om bladverbranding te vermijden. Doe dit ook best op een droog gewas. Je kan de tweede fractie ook via een vaste korrel toedienen.

Indien het advies hoger is dan 50 kg N/ha dan ben je genoodzaakt om dit via een korrelmeststof te geven. Let er dan wel op dat de breedte van je strooier past bij de afstand tussen je rijpaden of spuitsporen.

aardappelen behandelen

Opbrengst en nitraatresidu

Al heel wat jaren werd onderzoek gedaan naar het effect van fractioneren van stikstof in aardappelen. 
Sommige jaren of op bepaalde percelen kan er bespaard worden:

  • doordat de tweede fractie, 20-30% van advies, uiteindelijk toch niet meer nodig blijkt. Dit kan bijvoorbeeld omdat er meer mineralisatie was dan voorzien of omdat de opbrengstverwachting lager ligt door een zeer droog voorjaar. 
  • doordat de tweede fractie meteen ter beschikking van de plant kwam en dus niet de kans heeft gehad om naar diepere lageren uit te spoelen.

Op vlak van nitraatresidu blijven de resultaten vaak wat wisselvalliger. Zeker in het najaar zien we vaak een grotere heterogeniteit op een perceel waardoor besluiten trekken aan de hand van bodemstalen op kleinere proefperceeltjes moeilijk is. Toch blijft het wel logisch dat een tweede gift, die niet noodzakelijk was volgens een extra bodemstaalname na opkomst en ook niet gevalideerd werd in hogere opbrengsten, uiteindelijk resulteert in hogere nitraatresidu's in het najaar. Resultaten moeten per perceel en per situatie bekeken worden.

Meer info?

Laat je informeren over de bemesting in de aardappelteelt.

Wekelijks onafhankelijk nieuws en persoonlijke uitnodigingen in je mailbox. Op jouw maat.