OptiN-ras: stikstof op maat van aardappelras
De voorbije jaren werd al heel wat onderzoek gedaan rond het fractioneren van de stikstofbemesting bij late aardappelen en de toepassing in de rij (bij planten, rijenfrezen). Maar elke vorm van beredeneerde bemestingstechniek begint steeds met een inschatting van de totale benodigde N-gift bij het begin van het seizoen. Cruciaal hierbij is dat de stikstofbehoefte van het specifieke aardappelras gekend is.
Alles begint met 'stikstofbehoefte'
De basis van een goede bemestingsstrategie in aardappelen is een correcte inschatting van de totale stikstofbehoefte. Dit kan via een bodemstaal en analyse door een erkend labo of via kennis van het perceel. Belangrijk is dat je vertrekt van de specifieke N-behoefte van het ras. Van deze N-behoefte worden vervolgens de stikstofleverende factoren afgetrokken om tot een correct stikstofbemestingsadvies te komen (o.a. voorraad N in de bodem na de winter, verwachte mineralisatie). Van elk van deze aftrekposten bestaan diverse richtwaarden.
Advieslabo’s in Vlaanderen vertrekken voor de rasspecifieke N-behoefte vaak van de vroegrijpheid van de variëteiten. Een laatrijp ras heeft een langer groeiseizoen, een hogere opbrengst en dus een hogere N-behoefte dan vroeger rijpe rassen. Maar dat beeld klopt niet altijd. De laatste jaren zien we echter meer en meer verschillen in N-behoefte binnen rassen met een zelfde laatrijpheid.
Bij het telen van een nieuw ras informeren aardappeltelers wel over de ziektegevoeligheid en de gemiddelde opbrengst, maar het is nog onvoldoende geweten dat er ook belangrijke verschillen kunnen zijn in N-behoefte (en dus N-bemesting). Een gemiste kans om de problematiek rond te hoge nitraatresidu’s in het najaar aan te pakken.
Demonstratieproject met vier rassen
Inagro, Viaverda en PIBO-Campus starten daarom een demonstratieproject op om het verschil in stikstofbehoefte binnen dezelfde rijptijd onder de aandacht te brengen van zowel telers, maar zeker ook voor adviseurs, labo’s en de kweekbedrijven van aardappelrassen.
Gedurende twee groeiseizoenen worden op vier locaties met diverse bodemtypes 3 of 4 rassen geplant (Challenger, Fontane, Alegria, Markies). De rassen worden verder opgesplitst in vier bemestingstrappen: 0, 75, 150 en 225 kg N/ha. Deze trappen zijn op elk proefveld en elk ras dezelfde om na de oogst een curve te kunnen opstellen waarbij we voor elk ras en bij elke N-dosis de opbrengst, het nitraatresidu en het financieel rendement bepalen. De bemesting gebeurt volledig in minerale vorm (geen dierlijke mest) en wordt gefractioneerd toegediend.
Proefvelden Inagro
Inagro neemt dit jaar twee percelen voor zijn rekening.
- In de kustpolder (Koksijde) werden op 10 april de rassen Fontane, Challenger en Alegria geplant. Omdat Markies een heel laat ras is, is deze variëteit niet geschikt voor een zware poldergrond. Op basis van een bodemstaal genomen voor planten werd een bemestingsadvies geformuleerd van 194 kg N/ha voor Fontane.
- Op een perceel in Ledegem werd een dag later, 11 april, een tweede demoveld geplant met alle vier de rassen. Daar lag het bemestingsadvies op 209 kg N/ha voor Fontane. Vijf weken na planten (zie foto) stonden alle rassen er mooi bij; ook bij de nulbemesting. Net zoals in de rest van Vlaanderen (en nog meer in het westen) is het zeer droog (ook in de kustpolder).
Proefveld PIBO-campus
PIBO-Campus plantte op 3 april eenzelfde proef aan in de leemgrond van Riemst (zonder Challenger). Het bemestingsadvies voor Fontane lag op 190 kg N/ha. Ook hier werden dezelfde vier stikstoftrappen gefractioneerd toegediend.
Proefveld Viaverda
Het proefveld van Viaverda werd iets later geplant in de zandleemgrond van Kruishoutem. De vier rassen werden gepoot op 15 mei. Op basis van een bodemstaal werd het advies geformuleerd op 183 kg N/ha.
Verdere opvolging
Alle velden worden nauwgezet gemonitord. Net voor het begin van de afrijping (afhangkelijk van ras en N-dosis) zal een tussentijdse staalname gebeuren van de knollen, het loof en de stikstof in het bodemprofiel. Van het gewas wordt het gewicht en de N-inhoud bepaald om zo de stikstofafvoer te berekenen.
Meer info?
In kader van het demonstratieproject 'OptiN-ras: Stikstof op maat van aardappelen'