Stikstofbehoefte versus stikstofbemesting van aardappelen
Stikstofbemesting is een cruciale factor voor het succes van aardappelteelt. Niet alleen het ras bepaalt hoeveel stikstof nodig is, maar ook bodemcondities, voorvruchten en weersomstandigheden spelen een rol. Een juiste inschatting van de stikstofbehoefte helpt niet alleen de opbrengst en kwaliteit te optimaliseren, maar draagt ook bij aan het verminderen van nitraatresidu’s. Dit artikel belicht het belang van een juiste inschatting van de stikstofbehoefte en hoe bemesting hierop kan worden afgestemd.
Grote verschillen in stikstofbehoefte
De basis van een goede bemestingsstrategie in aardappelen (en andere teelten) start met een correcte inschatting van de totale stikstofbehoefte. Die stikstofbehoefte varieert heel sterk van teelt tot teelt, maar ook tussen rassen onderling. En dan gaat het niet enkel over het verschil tussen een vroeg ras en een laat ras. Ook bij de verschillende laatrijpe rassen is er een verschil in totale stikstofbehoefte. Zo heeft Fontane een N-behoefte van 290 kg N/ha en Jelly slechts 175 kg N/ha.
Bij het telen van een nieuw ras informeren aardappeltelers wel over de ziektegevoeligheid en de gemiddelde opbrengst, maar het is nog onvoldoende geweten dat er ook belangrijke verschillen kunnen zijn in N-behoefte (en dus N-bemesting). Een gemiste kans om de problematiek rond te hoge nitraatresidu’s in het najaar aan te pakken.
Stikstofbemesting: berekening
Verwar de totale stikstofbehoefte niet met de nodige stikstofbemesting. Om in te schatten hoeveel je het best kan bemesten voor een specifiek aardappelras, moet je het verschil berekenen tussen de stikstofbehoefte en de verwacht hoeveelheid N die ter beschikking zal komen gedurende het seizoen.
Berekening
Totale N-bemesting = N-behoefte van de teelt – verwachte N-vrijstelling
- Stikstofbehoefte =
- N-opname door het gewas +
- N buffer in de bodem (buffer = N in de bodem die minimaal aanwezig moet zijn opdat het gewas voldoende N kan opnemen).
- N-vrijstelling tijdens seizoen = N uit mineralisatie
- N in de bodemlaag 0-60 cm na de winter
- N via mineralisatie
- van bodemorganische stof
- van organische mest (toegepast voorgaand jaar)
- van oogstresten en/of groenbedekkers
- van gescheurd grasland
Foto: B3W (bron)
Voorbeeldberekening: ras Fontane
Voor het ras Fontane bedraagt de totale N-behoefte zo’n 290 kg N/ha waarvan 50 kg N als buffer (moet minimaal in de grond zitten opdat de plant N uit de bodem kan opnemen) en 240 kg N voor opname door loof en knollen.
Daarnaast verwachten we op ons perceel een vrijstelling aan stikstof via mineralisatie van ongeveer 90 kg N/ha en dit verspreid over het seizoen (tot ± eind juli). Uit eigen ervaring (voorvrucht, natte/droge winter, …) of met behulp van een bodemstaal in het voorjaar weten we dat er nog 30 kg N in het bodemprofiel aanwezig is.
Op deze manier komen we aan een totale stikstofbemesting van 170 kg N/ha (290 – 90 – 30 kg N/ha). Om zo veel mogelijk in te spelen op de weersomstandigheden tijdens het groeiseizoen is het aan te raden om te starten bij planten met ± 130 kg N/ha en later te evalueren of de overige 40 kg N/ha nog nodig is.
Demovelden
Om het verschil in stikstofbehoefte binnen de late aardappelrassen onder de aandacht te brengen zowel bij telers, adviseurs en labo’s, startte Inagro, samen met Viaverda en PIBO-Campus, een demonstratieproject op - OptiN-ras: stikstof op maat in aardappelen - gefinancierd door de Vlaamse Overheid.
- Op vier locaties met diverse bodemtypes werden dit voorjaar 3 of 4 rassen (Challenger, Fontane, Alegria, Markies) geplant.
- De rassen werden verder opgesplitst in vier bemestingstrappen: 0, 75, 150 en 225 kg N/ha. Deze trappen zijn op elk proefveld en voor elk ras dezelfde om na de oogst een curve te kunnen opstellen waarbij we voor elk ras en bij elke N-dosis de opbrengst, het nitraatresidu en het financieel rendement bepalen.
- De bemesting gebeurde volledig in minerale vorm (geen dierlijke mest) en werd gefractioneerd toegediend.
Meten van de N-opname door het gewas
De grootste N-opname van het gewas start 3 à 6 weken na opkomst en bereikt een piek rond het begin van de bloei. In deze fase zit de meeste stikstof in het loof en is er verder nog weinig opname van stikstof uit de bodem. Na de bloei wordt de stikstof uit het loof naar de knollen gebracht.
Op elk van de demovelden werd bij de start van de afrijping (op moment van maximale N in het loof) een proefrooiing uitgevoerd op elke combinatie van ras x stikstoftrap (telkens 10 struiken).
- We bepaalden het gewicht van de knollen én van het loof apart.
- In het labo werd de stikstofinhoud van de knollen en het loof bepaald.
Zo konden we telkens de stikstofopname uitrekenen. Uiteindelijk namen we ook nog een bodemstaal om te zien hoeveel N er in het bodemprofiel was achtergebleven.
Enkele trends uit de proefvelden
- Vooral de veldjes zonder bemesting gevolgd door de veldjes met slechts 75 kg N/ha begonnen het snelst aan de afrijping.
- Hoe hoger de toegediende bemesting, hoe hoger de N-inhoud in de knollen en dit geldt bij elk ras. Deze trend is minder duidelijk aanwezig bij de N gemeten in het loof.
- Hoe hoger de toegediende bemesting, hoe groter de totale stikstofopname van het gewas (knollen+loof). Hierbij werd gerekend met de N-inhoud x het gewicht van de knollen en loof. In de grafiek is de gemiddelde N-opname per ras en per toegediende basisbemesting te zien (gemiddelde van de demovelden).
Belang van een totaalbeeld
Een hogere stikstofopname resulteert niet noodzakelijk in hogere totale eindopbrengsten of een goede kwaliteit. Bovendien toonden bodemstaalnames tijdens de proefrooiingen dat de hoogste bemestingstrap de hoogste hoeveel stikstof in de bodem achterliet, wat een risico vormt voor nitraatresidu’s. Het is dus belangrijk om het volledige plaatje in zicht te brengen. Daarvoor moeten we dus ook nog de totale opbrengst en de kwaliteit bepalen.
De oogst van de vele proefvelden is volop aan de gang. Daarna wordt alles gesorteerd en de nodige kwaliteitsparameters bepaald. Er wordt opnieuw een bodemstaal genomen om te controleren wat het nitraatresidu is. Meer hierover deze winter.
Meer info?
In kader van het demonstratieproject 'OptiN-ras: Stikstof op maat van aardappelen'