Alter-Peat: Veenarme substraten komen dichter bij de praktijk
Hoe kunnen telers het gebruik van veen in substraten verminderen zonder in te boeten op teeltresultaten? Binnen Alter-Peat worden alternatieve grondstoffen en aangepaste teelttechnieken getest in onder meer aardbei, sierteelt, houtig kleinfruit en champignonteelt. De nieuwste praktijkresultaten tonen dat veenreductie technisch haalbaar is, al blijft een goede afstemming van substraat, irrigatie en bemesting cruciaal.
Aantal potentiële veenvervangers groeit en optimalisatie van materialen
Op 12 mei vond bij Inagro de zesde bijeenkomst van de begeleidingsgroep van het VLAIO-project Alter-Peat plaats. Daarbij werden nieuwe resultaten rond veenvervanging en praktijkproeven besproken. Het project zit volop in de optimalisatiefase!
alter-peat matrix blijft groeien
De inventarisatie van potentiële veenvervangers wordt verder uitgebreid. Intussen zijn 56 materialen opgenomen in de Alter-Peat matrix.
nieuwe pilootvergister
Met de recente ingebruikname van een pilootvergister (1m³) bij Inagro onderzoeken we hoe we digestaatstromen kunnen valoriseren.
Daarbij ligt de focus op het extraheren van stabiele vezelfracties die mogelijk inzetbaar zijn als substraatcomponent. Een voordeel van deze pilootvergister is onder andere dat de feedstock zelf gekozen en snel uitgetest kan worden.
optimalisate van materialen via biologische verzuring
Binnen Alter-Peat wordt intensief gewerkt aan het verbeteren van de eigenschappen van alternatieve grondstoffen. Belangrijke voorbeelden zijn biochar en plantenvezels die via biologische verzuring geoptimaliseerd kunnen worden.
- Biochar zorgt aanvankelijk voor een hoge stikstofvastlegging en een hoge pH, wat minder gewenst is in substraten. Uit de proeven blijkt echter dat deze nadelige effecten tijdens gebruik in de teelt afnemen. Via biologische verzuring kan biochar bovendien verder geoptimaliseerd worden
- Ook plantenvezels kunnen met behulp van biologische verzuring geoptimaliseerd worden.
Op die manier kan de stabiliteit en de homogeniteit van de nieuwe substraatmengsels verbeterd worden.
Praktijkproeven tonen haalbaarheid aan
De praktijkproeven bevestigen duidelijk dat veenreductie technisch haalbaar is in uiteenlopende teelten zoals aardbei, sierteelt, houtig kleinfruit en champignons. In meerdere proeven presteren alternatieve mengsels vergelijkbaar of zelfs beter dan klassieke veensubstraten.
Tegelijk tonen de resultaten aan dat een doordachte combinatie van factoren nodig is:
- De juiste mix van materialen is cruciaal: eigenschappen zoals structuur, stabiliteit en nutriëntenbinding moeten goed op elkaar afgestemd zijn.
- Ook fouten in verwerking kunnen snel impact hebben. Zo kan het niet voorbevochtigen van plantenvezelpellets leiden tot minder goede resultaten.
Irrigatie en bemesting vragen aangepaste aanpak
Daarnaast speelt de teelttechniek een belangrijke rol. De proeven tonen aan dat aangepaste irrigatiestrategieën noodzakelijk zijn om veenarme substraten goed te laten functioneren. Watergift, frequentie en drainage moeten afgestemd worden op de specifieke waterbuffering en structuur van het mengsel.
Ook bemesting vraagt bijsturing, onder meer om effecten zoals stikstofvastlegging op te vangen (bij bv. biochar).
Kritisch omgaan met sensoren en waterbuffers
Waterbufferende systemen (zoals PlantPad of waterabsorberende polymeren) en vochtsensoren kunnen een waardevolle rol spelen in de irrigatiesturing, maar hun werking is niet altijd even betrouwbaar en sterk afhankelijk van het gebruikte substraatmengsel.
- Zo kunnen waterbuffers lokaal water vasthouden, waardoor een deel van het substraat goed vochtig lijkt terwijl andere zones juist te droog blijven.
- Bij vochtsensoren zien we dat metingen na verloop van tijd kunnen beginnen afwijken. Wanneer een sensor opnieuw geplaatst wordt, blijken de metingen vaak opnieuw representatiever. Dit wijst erop dat er lokaal rond de sensor veranderingen optreden, bijvoorbeeld in vochtverdeling of contact met het substraat, waardoor de meting minder betrouwbaar wordt.
Daardoor bestaat het risico dat irrigatiebeslissingen gebaseerd worden op een vertekend beeld, met mogelijk een grote impact op groei, opbrengst en plantgezondheid.. Werken met meerdere sensoren en een kritische interpretatie van de data blijft daarom belangrijk.
Focus op verdere verfijning en opschaling
- In de volgende fase ligt de focus op het verder verfijnen van veelbelovende mengsels en het beter afstemmen van de teelttechniek op deze nieuwe substraten.
- Daarnaast wordt ingezet op verdere opschaling onder praktijkrealistische omstandigheden.
- Ook hulpmiddelen zoals waterbufferende systemen en vochtsensoren zullen verder getest worden. Zo willen we ervoor zorgen dat deze tools in de toekomst op een betrouwbare manier ingezet kunnen worden en telers effectief ondersteunen in hun teeltsturing.
- De opgebouwde kennis zal stap voor stap vertaald worden naar duidelijke en toepasbare richtlijnen voor telers. Zo kan de overstap naar veenarme substraten op een haalbare en onderbouwde manier gebeuren.