Groenbedekkers: een win-win-win
Een groenbedekker is veel meer dan een verplicht nummertje na de oogst: je werkt tegelijk aan een betere bodemkwaliteit, een efficiënter stikstofbeheer en een sterke start van je volgende gewas. Welke voordelen je precies benut, hangt af van de gekozen soort, het zaaitijdstip en de gewasontwikkeling. Ontdek hieronder hoe je maximaal van groenbedekkers profiteert.
Eén gewas, drie functies
Een groenbedekker kan drie functies opnemen:
- Groenbedekker: beschermt de bodem, voegt organische stof toe en voedt het bodemleven.
- Vanggewas: vangt stikstof op die anders kan uitspoelen.
- Groenbemester: levert nutriënten aan de volgteelt.
Welke functie voor jou het belangrijkst is, hangt af van de bodemtoestand van je perceel, de voorteelt en de volgteelt.
Hoe vroeger en beter een groenbedekker zich ontwikkelt, hoe meer biomassa hij vormt. En hoe meer biomassa, hoe groter de impact op bodemkwaliteit, stikstofopname en stikstoflevering.
Guillaume Provoost - Onderzoeker bodem en bemesting
1. Groenbedekker: beschermen en verrijken
Als groenbedekker zorgt het gewas in de eerste plaats voor een begroeide bodem na de hoofdteelt.
Dat levert verschillende voordelen op:
- minder erosie en verslemping
- een betere bodemstructuur
- onderdrukking van onkruid
- meer voedsel voor het bodemleven
Via wortels, gewasresten en worteluitscheidingen komt extra organisch materiaal in de bodem terecht. Daardoor draagt een goed ontwikkelde groenbedekker bij aan koolstofopbouw.
-
Hoeveel koolstof levert een groenbedekker na inwerking?
De bijdrage aan de koolstofopbouw hangt af van de soort (inclusief de C/N-verhouding) en de geproduceerde biomassa.
Het principe is eenvoudig: hoe vroeger je zaait, hoe hoger het potentieel voor een goede ontwikkeling en een hoge koolstofaanvoer.
- Bij een zaai vóór eind augustus is het potentieel voor koolstofopbouw het grootst, op voorwaarde dat de kieming en groei vlot verlopen.
- Zaai je pas in september, dan kan dat potentieel al met 50 tot 60% dalen.
- Bij nog latere zaai kan de bijdrage zelfs 70 tot 95% lager uitvallen, afhankelijk van de soort.
-
Wil je vooral organische stof opbouwen?
Dan zijn drie zaken cruciaal:
- Zaai zo vroeg mogelijk.
- Kies een groenbedekker of mengsel dat veel biomassa vormt en/of met een hoge C/N- verhouding (zoals Japanse haver of Italiaans raaigras).
- Zorg voor een vlotte kieming en goede ontwikkeling vóór de winter.
Ook een minder ontwikkelde groenbedekker blijft nuttig als bodembedekking, maar de bijdrage aan de koolstofopbouw ligt dan lager.
2. Vanggewas: stikstof vasthouden op je perceel
Na de oogst blijft vaak nog stikstof aanwezig in de bodem. Daarnaast kan ook nog stikstof vrijkomen door mineralisatie.
Een vanggewas neemt die stikstof op en slaat ze tijdelijk op in zijn wortels en bovengrondse biomassa. Zo verklein je de kans dat stikstof tijdens een natte winterperiode uitspoelt.
-
Wanneer is een vanggewas verplicht?
Is je hoofdteelt geoogst vóór of op 31 augustus?
Dan moet je uiterlijk op 15 september een vanggewas of nateelt inzaaien (indien jouw perceel zich in gebiedstype 1, 2 of 3 bevindt en geen zware kleigrond is).
-
Hoeveel stikstof neemt een vanggewas op?
Dat hangt af van:
- de soort;
- de gewasontwikkeling;
- het zaaitijdstip.
Hoe vroeger je zaait, hoe meer stikstof het vanggewas kan opnemen.
Onderstaande cijfers geven een indicatie van de mogelijke stikstofopname.

-
Welke soorten nemen veel stikstof op?
- Bladrijke groenbedekkers zoals gele mosterd, bladrammenas en facelia groeien snel en nemen vlot stikstof op.
- Grasachtige groenbedekkers zoals raaigras, rogge en haver nemen doorgaans iets trager stikstof op, maar kunnen die wel langer vasthouden.
3. Groenbemester: stikstof teruggeven aan de volgteelt
Een groenbedekker neemt stikstof op tijdens zijn groei. Na vernietiging of onderwerking komt een deel van die stikstof opnieuw vrij.
Die vrijgave kan bijdragen aan de voeding van je volgteelt en helpt je om efficiënter te bemesten.
-
Wanneer komt die stikstof vrij?
Niet alle stikstof komt tegelijk beschikbaar.
De snelheid van vrijstelling hangt af van:
- het type groenbedekker;
- de hoeveelheid biomassa;
- het tijdstip van vernietiging of inwerking;
- de bodemtemperatuur;
- de hoeveelheid bodemvocht.
Vorstgevoelige soorten, zoals gele mosterd of Japanse haver, sterven af tijdens de winter na vorst. De vrijstelling start dan relatief snel na het afvriezen.
Groenbedekkers die groen blijven tijdens de winter geven hun stikstof pas vrij na vernietiging of onderwerking. Die vrijstelling verloopt meestal geleidelijker.
-
Hoeveel stikstof kan een groenbedekker leveren?
Onderstaande cijfers geven een indicatie van de stikstoflevering.
