Biologische bodemkwaliteit: de natuurlijke kracht achter een gezonde teelt
De bodem leeft en zit vol activiteit. Miljoenen organismen zetten er dagelijks organisch materiaal om in voedingsstoffen voor jouw gewassen. Ze verbeteren de bodemstructuur, ondersteunen de waterhuishouding en stimuleren de wortelontwikkeling.
Wie zijn biologische bodemkwaliteit op peil houdt, benut meststoffen beter (en heeft er dus minder nodig!), verhoogt de weerbaarheid van zijn gewassen en haalt meer uit zijn percelen, ook in droge of natte jaren.
Wat is biologische bodemkwaliteit?
Biologische bodemkwaliteit draait om het leven in je bodem. Van bacteriën en schimmels tot wormen en insecten: elk organisme speelt een unieke rol in het bodemvoedselweb via het principe ‘eten en gegeten worden’.
Het grootste deel van dit bodemleven zit in de bovenste 10 tot 15 cm van de bodem. Dat is de zone waar organische stof, zuurstof en voedingsstoffen samenkomen. Precies daar valt de grootste winst te boeken voor je teelt.
Waarom investeren in actief bodemleven loont
Een gezond en divers bodemvoedselweb zorgt voor:
- hogere bodemvruchtbaarheid en minder nutriëntenverlies
- betere bodemstructuur en bewerkbaarheid
- betere waterinfiltratie en –buffering
- een bodem die beter bestand is tegen droogte, verslemping en erosie
- gezondere planten en dus hogere opbrengsten
Wist je dat ... er in één theelepel gezonde bodem meer micro-organismen leven dan er mensen op aarde zijn?
Gaby - Adviseur bodem en bemesting
Hoofdrolspelers binnen het bodemvoedselweb
-
Bacteriën
Bacteriën zijn echte werkpaarden. Ze breken vooral eenvoudig organisch materiaal af, zoals suikers en eiwitten, en zetten dat om in nutriënten die je gewas kan opnemen, zoals stikstof, fosfor en sporenelementen.
Daarnaast produceren ze slijmstoffen die bodemdeeltjes aan elkaar laten kleven. Zo ontstaan stabiele bodemdeeltjes die nutriënten vasthouden en beschermen tegen uitspoeling.
Bovendien helpen ze bij het onderdrukken van bodemziekten. Bacillus subtilis remt bijvoorbeeld schadelijke schimmels in de wortelzone. Dat is relevant bij teelten zoals aardappel, suikerbiet, maïs en groenten, waar wortelrot en kiemplantziekten vaker voorkomen.
-
Schimmels
Schimmels doen ander werk dan bacteriën. Ze breken vooral houtige, vezelige plantenresten af zoals stroresten, plantstengels en houtsnippers. Daarbij dragen ze bij aan de vorming van stabiele humus, een belangrijke buffer voor water en nutriënten.
Schimmels groeien in draden van enkele centimeters tot meterslang, die bodemdeeltjes met elkaar verbinden. Hierdoor ontstaat een stabiele bodemstructuur met meer poriën, waardoor water en zuurstof zich beter door de bodem kunnen verplaatsen. Tegelijk blijven voedingsstoffen beter vastgehouden, waardoor uitspoeling afneemt.
Bovendien helpen sommige schimmels planten beschermen tegen ziekten. Arthrobotrys oligospora vormt bijvoorbeeld vangnetten in de bodem waarmee het schadelijke aaltjes kan vangen, zoals wortelknobbelaaltjes. Die aaltjes veroorzaken opbrengstverliezen in teelten zoals tomaat, paprika, komkommer, wortel en sla.
-
Mycorrhizaschimmels
Mycorrhizaschimmels werken nauw samen met plantenwortels. De plant levert suikers aan de schimmel, en in ruil vergroot de schimmel het effectieve wortelbereik. Zo neemt de plant makkelijker water en voedingsstoffen op, vooral fosfor.
Dat zorgt voor een betere nutriëntenbenutting en sterkere planten die beter bestand zijn tegen ziektes.
-
Protozoa
Protozoa zijn eencellige organismen die zich voeden met bacteriën en andere micro-organismen. Zo komen vastgelegde nutriënten zoals stikstof opnieuw vrij voor je gewas.
Ze vormen ook een voedselbron voor grotere bodemdieren zoals nematoden, stimuleren wortelgroei en dragen bij aan een gezond bodemecosysteem.
-
Nematoden (aaltjes)
Bij aaltjes denken veel landbouwers meteen aan problemen. Toch zijn niet alle nematoden slecht. In een gezonde bodem leven de verschillende groepen in balans: bacterie-eters, schimmeleters, predatoren, omnivoren en plantparasieten.
De "goeie" nematoden reguleren populaties van bodemorganismen en kunnen zelfs helpen bij de bestrijding van ziekteverwekkers. Ze maken voedingsstoffen vrij en dienen tegelijk als voedselbron voor andere bodemdieren. Ze zijn wel afhankelijk van vocht om goed te functioneren.
-
Regenwormen
Regenwormen zijn de zichtbare bondgenoten van elke landbouwer. Ze zijn onmisbaar voor de bodemstructuur en -vruchtbaarheid. Ze maken gangen waardoor lucht en water beter in de bodem doordringen.
Tijdens hun spijsvertering mengen ze organisch materiaal met bodemdeeltjes, wat de humusvorming bevordert. Hun uitwerpselen zijn rijk aan nutriënten en micro-organismen, wat opnieuw bodemleven stimuleert.
-
Wat als het bodemvoedselweb uit balans raakt?
In sterk bewerkte percelen of bij monocultuur neemt de druk van plantparasieten toe.
Intensieve grondbewerking
→ Ploegen, frequente of diepe grondbewerking verstoort het bodemleven
→ Schimmels en hun netwerken worden beschadigd
→ Herstel kost tijd, waardoor snelle, vaak minder gewenste organismen tijdelijk dominerenMonocultuur
→ Jaar na jaar dezelfde gewassen en wortels
→ Eenzijdige opbouw van het bodemleven
→ Meer kansen voor ziekteverwekkers die bij dat gewas horen
→ Minder variatie aan nuttige organismen om die druk af te remmenHet resultaat is een bodem die minder veerkrachtig is en gevoeliger wordt voor ziekten en plagen.
Wat kan je zelf doen om het bodemleven te versterken?
1/ VOED JE BODEM
Aanvoer van organisch materiaal (zoals gewasresten, mest en compost) verhoogt het organische koolstofgehalte (OC%). Hoe hoger het OC%, hoe actiever het bodemleven.
OC% ↑ → micro-organismen actiever → afbraak & omzetting organisch materiaal → humusvorming ↑ (bij voldoende aanvoer van organisch materiaal) → OC% ↑
Zo ontstaat een positieve spiraal die leidt tot een luchtigere bodem, een betere waterhuishouding en een efficiëntere nutriëntenbenutting.
2/ HOU JE pH (zuurtegraad) OP PEIL
Een optimale zuurtegraad is belangrijk. De streefzones variëren van 5,3 tot 7,3 afhankelijk van de bodemtextuur en het landgebruik (akkerland of weiland).
Ligt de pH te laag? Dan kun je deze verhogen door kalk toe te voegen. Zo zorg je ervoor dat bodemorganismen optimaal kunnen functioneren.
3/ BEPERK BODEMVERSTORING
Elke intensieve bewerking verstoort bodemleven.
Minder diepe, niet-kerende, en/of minder frequente grondbewerking kan helpen om:
- regenwormgangen intact te houden
- schimmeldraden te sparen
- bodemstructuur beter te behouden
4/ HOU JE BODEM BEDEKT
Een continu bedekte bodem, liefst met levende wortels, houdt het bodemleven actief.
- Groenbedekkers of grasland zorgen voor die aanvoer van levende wortels.
- Gewassen die veel wortelmassa of gewasresten achterlaten, geven het bodemleven extra voeding.
5/ werk gericht met gewasbeschermingsmiddelen
Chemische middelen kunnen bodemleven schaden. Precisielandbouw en geïntegreerde gewasbescherming helpen om het gebruik van chemische middelen te beperken en de bodemgezondheid te behouden.
6/ ZORG VOOR GEWASDIVERSITEIT
Jaar na jaar dezelfde gewassen en wortels zorgen voor een eenzijdige opbouw van het bodemleven. Daardoor krijgen ziekteverwekkers die bij dat gewas horen meer kansen, terwijl er minder variatie is aan nuttige organismen om die druk af te remmen.
Probeer daarom:
- een ruimere rotatie toe te passen
- waar mogelijk mengteelten of onderzaai toe te passen
- groenbedekkermengsels in te zetten
7/ VOEG Micro-organismen ZELF TOE
Het enten van specifieke bacteriën (bv. stikstoffixerende bacteriën) of schimmels kan het bodemleven gericht versterken. Dat kan onder andere via gecoat zaaigoed, behandelde groenbedekkers of toediening via de veldspuit (eventueel in combinatie met organische meststoffen).
Stikstoffixerende bacteriën werken samen met vlinderbloemigen zoals klaver, luzerne, erwten en wikke. Ze vormen wortelknolletjes op de wortels en zetten stikstofgas om in voeding voor de plant.
Gaby - Adviseur bodem en bemesting
Hoe weet je of je bodem biologisch sterk staat?
Een actieve bodem herken je vaak sneller dan je denkt. Let op deze signalen:
- een hoog organisch stofgehalte
- een kruimelige bodemstructuur
- goed ontwikkelde wortels
- regelmatig regenwormen en regenwormgangen: een gezonde landbouwbodem bevat vaak 100–300 regenwormen per m².
Een eenvoudige bodemsteek vertelt vaak al veel over de toestand van je perceel.
Benieuwd hoe het met jouw organische koolstof gesteld is?