bespuiting

Wat is een goede spuittechniek?

Met de juiste spuittechniek creëer je minder drift en haal je toch een hoge efficiëntie. De juiste spuittechniek is echter veel ruimer dan de juiste dop kiezen.

1. Een efficiënte en doeltreffende bespuiting

Een efficiënte toepassing van gewasbeschermingsmiddelen hangt van veel meer factoren af dan de juiste keuze van het gewasbeschermingsmiddel. De weersomstandigheden, gekozen spuittechniek en spuitparameters (spuitdruk, volume, boomhoogte, druppelgrootte) zijn even belangrijke parameters die het verschil kunnen maken tussen een geslaagde bespuiting of niet. 

Daarnaast moet er ook rekening gehouden worden met het milieu en de regelgeving rond drift en het respecteren van bufferzones langs waterlopen ter bescherming van waterorganismes.

De doelstelling moet dus zijn om een juist evenwicht te vinden tussen de toepassingstechniek in functie van het doelwit, gewasstadium, werkingsprincipe van het middel, weersomstandigheden en driftregelgeving. Dit zal resulteren in een effectieve spuittoepassing waardoor het slaagpercentage stijgt en het risico op mislukking en herbehandeling daalt.

drift toepassingstechniek

2. Drift vermijden

Drift is de hoeveelheid gewasbeschermingsmiddel dat tijdens een bespuiting buiten de te behandelen oppervlakte terechtkomt door de wind. De verspreiding van spuitnevel buiten het veld kan leiden tot de verontreiniging van wateroppervlakken, kwetsbare gebieden of naburige percelen. Dit laatste kan leiden tot residuen van verboden actieve stoffen (fungiciden of insecticiden) of gewasschade door fytotoxiciteit (vnl. herbiciden) op de nabijgelegen gewassen.

Drift ontstaat doordat we de spuitvloeistof zo gelijkmatig over het veld willen verdelen. Met behulp van spuitdoppen wordt die vloeistof verdeeld in kleine druppeltjes (spuitnevel) die op die manier de volledige veldoppervlakte bedekken. Maar, hoe fijner die druppeltjes, hoe lichter ze zijn en hoe makkelijker ze wegwaaien buiten het perceel. Grovere druppels veroorzaken dus minder drift maar zijn moeilijker egaal te verdelen over het veld. Het is dus van belang om een evenwicht te vinden tussen driftreductie en een goeie efficiëntie. En daar is de juiste spuittechniek de sleutel.

drift slechte verdeling in het veld

3. Keuze spuitdoppen en spuittechniek

Een goede toepassingstechniek start met een juiste keuze van de spuitdoppen of -technieken. Die hebben namelijk een grote invloed op het spuitbeeld en dus de efficiëntie van een bespuiting. Maak dus de juiste keuze in functie van jouw bedrijf en de teelttoepassingen.

1. Driftreducerende spuitdoppen

De spuitdop is een van de kleinste maar belangrijkste onderdelen van een spuittoestel. Die bepalen immers de druppelgrootte en afgifte en ook de kans op drift. Voldoende aandacht voor de juiste keuze spuitdop is dus essentieel voor een optimale verdeling in het veld en dus een goede efficiëntie. 

2. Driftreducerende spuittechnieken

Met een driftreducerende techniek zorg je ervoor dat de gespoten druppeltjes geen kans hebben om weg te waaien. We verstaan hieronder dus technieken die op de spuitboom zijn opgebouwd en de druppeltjes in het veld houden. Erkende driftreducerende technieken in Vlaanderen zijn oa luchtondersteuningafgeschermde spuitboom en een (overkapte) rijen- of beddenspuit

Klik hieronder verder voor meer info over spuitdoppen en spuittechnieken

spuittoestel luchtondersteuning damman

4. Spuitparameters

Onder spuitparameters verstaan we alle omgevingsfactoren en instellingen van het spuittoestel die invloed kunnen hebben op drift en op het slagen van een bespuiting. Een goeie gewasbespuiting hangt namelijk van veel meer af dan enkel de keuze van het juiste gewasbeschermingsmiddel.

  • Spuitdruk

Hoe hoger de spuitdruk, hoe harder je de vloeistof door de opening wil duwen en dus hoe kleiner de geproduceerde druppels zijn. Tegelijk stijgt ook het debiet als de druk verhoogt. Het verhogen van de druk leidt daarom tot fijnere druppels en meer kans op drift. Je kan het vergelijken met een vuurspuwer die de brandvloeistof met een hoge druk uit zijn mond moet blazen om een mooie vuurpluim te krijgen. 

Zeer hoge spuitdrukken zijn dus niet aangewezen om driftarm te werken. Let wel op, afhankelijk van het type dop dat men gebruikt wordt er wel een minimum spuitdruk aanbevolen. Het is dus niet altijd zinvol om de druk zo laag mogelijk te houden.

  • Spuitvolume

De hoeveelheid spuitvloeistof die wil verdelen over het veld is een bepalende factor voor het spuitresultaat en het effect op drift. Als je het spuitvolume heel laag wil houden, dan kan je bijna niet anders dan hele fijne druppels te spuiten. Enkel zo kan je het volledige oppervlakte bedekken en toch weinig spuitvolume per ha verspuiten. Maar dit betekent meteen ook dat de kans op drift hierbij groter is. 

Beter is dus om voldoende water te gebruiken (>200L/ha). Hierdoor kan je voldoende grove druppels produceren die toch mooi verdeeld geraken over het veld of over het gewas. In spuitproeven zien we veel grotere verschillen in resultaat tussen lage en hoge spuitvolumes dan als we variëren in type spuitdop. Een hoog spuitvolume biedt dus meer zekerheid in blad/bodembedekking en is dus altijd aangewezen. Praktisch gezien is een spuitvolume van 200-300L/ha voor horizontale bespuitingen aangewezen. Hogere spuitvolumes kunnen in sommige situaties nog een meerwaarde bieden maar is zeker niet algemeen. 

  • Windsnelheid, windrichting

De windsnelheid heeft een grote invloed op drift. De wind neemt immers de druppeltjes mee naar plaatsen buiten het perceel. Grote windsnelheden nemen steeds grotere druppeltjes mee en veroorzaken dus meer drift. Daarom wordt aangeraden om niet te spuiten bij windsnelheden hoger dan 5m/s. Ideaal is 2-3m/s.<
Driftreducerende technieken helpen dus ook om het effect van de wind uit te schakelen. Een hoge driftreductieklasse betekent ook dat er meer uren per dag kunnen gespoten worden. 

De windrichting heeft op zich geen invloed op drift maar bepaalt wel of er schade optreedt. Als je toch moet spuiten en er is lichte kans op drift, let dan goed op wat er naast het te behandelen perceel ligt. Stel desnoods de bespuiting even uit of behandel de rand van het perceel op een later tijdstip als de wind gunstiger zit. 

  • Rijsnelheid

Bedenk ook dat je eigen rijsnelheid invloed heeft op het wegwaaien van spuitdruppeltjes. We raden aan om niet sneller dan 10km/h te rijden om het effect van turbulentie en drift te minimaliseren. Een rijsnelheid van 6-8km/h is in Vlaanderen meestal een goede keuze

  • Spuitboomhoogte

De boomhoogte is een zwaar onderschatte invloedsfactor op drift. Hoe hoger de spuitboom van het gewas of het veld af staat, hoe langer de wind de tijd heeft om een spuitdruppeltje mee te nemen en dus weg te driften. Bij een dopafstand van 50cm is de aangewezen boomhoogte ook 50cm boven het gewas. Bij een dopafstand van 25cm kan je zelfs lager tot 25-30cm boven het gewas. 
Een hogere afstand leidt tot exponentieel veel meer drift en moet dus zoveel mogelijk vermeden worden. Als je moeilijk de boomhoogte kan inschatten kan het helpen om een lint of ketting van 50cm aan de toppen van je spuitboom te hangen. Als die het gewas net raken is je boomhoogte perfect. 

Vijf tips voor een optimale bespuiting

1) Spuitdoppen: min. 50% driftreductie, ideaal: 90% driftreductie
2) Windsnelheid: <2-3m/s
3) Rijsnelheid: 6-8km/h
4) Spuitboom: 50cm boven het gewas (bij dopafstand 50cm)
5) Spuitvolume: 200-300L/ha