Telen in mulch
Inzichten uit onderzoek en praktijkervaringen
Wat is mulchen?
Mulchen is een techniek waarbij de bodem wordt afgedekt met plantaardig materiaal. Het helpt onder andere om:
- onkruid te onderdrukken
- bodemleven te stimuleren
- bodemvocht vast te houden
- de bodemstructuur te verbeteren
Door deze functies draagt mulching bij aan een weerbaarder teeltsysteem, een belangrijke troef in tijden van toenemende droogte en extreme weersomstandigheden.
Inagro ging samen met ILVO aan de slag met mulch binnen het project Soilstruct ‘Bodem goed gestructureerd, bodem klimaatrobuust beheer’. We legden verschillende mulchmaterialen op onze eigen proefvelden en volgden demonstratieve proeven op bij enkele landbouwers die zelf met mulch aan de slag gingen.
Welke mulchmaterialen worden gebruikt?
De keuze van het mulchmateriaal hangt af van wat lokaal beschikbaar is en de teelt waarin je mulch wil toepassen.
Houtige materialen - zoals houtsnippers en miscanthus - hebben een hoge C/N-verhouding en breken eerder traag af. Ze vormen een stabiele mulchlaag die langdurige bodembedekking biedt. Bij de afbraak kan stikstof tijdelijk worden vastgelegd, waardoor er minder beschikbaar is voor het gewas. Door die vertering stijgt wel het organischestofgehalte in de bodem, wat op middellange termijn kan leiden tot een verhoogde mineralisatie en dus meer stikstofvrijstelling.
Stikstofrijke materialen - zoals compost en grasklaver - hebben een lage C/N-verhouding en een grote bemestende waarde. Grasklaver bevat veel stikstof en kalium en breekt snel af, ideaal voor korte teelten. Compost is stabiel en breekt traag af. Het bevat veel nutriënten die geleidelijk vrijkomen, wat gunstig is voor langere teelten.
Combinaties van mulchmaterialen worden vaak toegepast om de eigenschappen van verschillende materialen te balanceren. Zo kan een stikstofrijk materiaal, zoals compost of grasklaver, worden aangevuld met een houtig materiaal, zoals houtsnippers of stro, om zo:
- stikstofimmobilisatie te beperken
- een te hoog nitraatresidu te vermijden
- en een stabiele mulchlaag te creëren die tegelijk voeding geeft
Hoe breng je mulch aan?
Het aanbrengen van mulch vraagt extra arbeid, zeker wanneer dit handmatig gebeurt. Je kan ook gebruik maken van een mestkar of voederverdeelbak. Stro of ander licht materiaal kan met een stroblazer in het perceel worden geblazen, op voorwaarde dat de planten al voldoende groot zijn om niet bedolven te raken.
Je kan mulch ook voor het planten aanbrengen. In dat geval moet er handmatig geplant worden of met behulp van een aangepaste plantmachine zoals de Mulchtec-planter.
Voor een goede werking tegen onkruid, is een laag van minstens 7 tot 10 cm aanbevolen.
Voordelen van telen in mulch
Mulch doet meer dan alleen onkruiden onderdrukken. Uit praktijkproeven blijkt dat het op meerdere vlakken een meerwaarde biedt voor bodem en gewas:
- Bij droogte helpt mulch om verdamping van bodemvocht tegen te gaan.
- Afhankelijk van het materiaal brengt mulch stikstof, kalium en andere nutriënten aan.
- Mulch voedt het bodemleven en stimuleert vooral schimmels en bacteriën in de bovenste bodemlaag.
- Mulch buffert temperatuurschommelingen.
- Het verbetert de bodemstructuur, waardoor water beter kan infiltreren en erosie vermindert.
Zijn er ook nadelen?
Mulchen biedt veel voordelen, maar vraagt ook de nodige aandacht. Afhankelijk van het materiaal en de teelt kunnen er enkele uitdagingen optreden:
- Arbeid: Het aanbrengen van mulch kost tijd, zeker bij handmatige toepassing. Ook bij het rooien van gewassen zoals aardappel wordt vaak iets trager gereden.
- Onkruidzaden en opslag: Sommige materialen kunnen onkruidzaden bevatten. Compost lijkt een ideaal medium te zijn voor onkruidzaden om te kiemen. Bij het gebruik van stro, kan graanopslag een probleem vormen.
- Stikstofwerking: Een niet-doordachte keuze van mulchmateriaal kan leiden tot problemen. Houtige materialen met een hoge C/N-verhouding kunnen stikstof immobiliseren, wat tot een tekort kan leiden voor het gewas en de opbrengst verlaagt. Omgekeerd kan een te stikstofrijk materiaal leiden tot een te hoog nitraatresidu in het najaar.