Proefveldbezoek aardbei toont nieuwe inzichten voor de teelt en lokt ruime belangstelling
Op vrijdag 11 september openden we voor de tweede keer dit jaar de deuren van onze aardbeiserres voor een rondgang langs de lopende proeven. Met een mooie opkomst van telers, adviseurs, voorlichters, beleidsmakers en toeleveranciers werd het een boeiende namiddag vol kennisuitwisseling en praktijkgerichte discussies.
Tijdens een rondgang door de aardbeiserres bezochten de deelnemers verschillende proefopstellingen waar onze onderzoekers de nieuwste resultaten en inzichten rond onder meer veenreductie, opkweek van verse doordragers, nieuwe rassen, biologische gewasbescherming, spuistroomzuivering en herwonnen meststoffen toelichtten.
Minder veen met een homogene waterverdeling dankzij stratificatie
Bij een eerste halte lichtte Simon Craeye de inspanningen rond veenreductie toe. De zoektocht naar geschikte alternatieven voor veen loopt ondertussen al enkele jaren. In de huidige proef wordt onderzocht of een gelaagde opbouw van het substraat verdere veenreductie mogelijk maakt. Daarbij wordt het beschikbare veen voornamelijk behouden in de bovenste laag van de pot, waar het de grootste meerwaarde heeft voor waterbuffering en plantgroei. In de onderste laag wordt een groter aandeel alternatieve grondstoffen gebruikt.
- De bovenste laag omvat 30 tot 50% van het potvolume en varieert in veengehalte van 70 tot 100%,
- terwijl de onderste laag tussen 0 en 30% veen bevat.
De eerste waarnemingen tonen aan dat een lager veengehalte leidt tot een verminderde waterbuffering. Tegelijk zorgt de gelaagde opbouw voor een meer homogene waterverdeling in de pot, wat perspectieven biedt voor verdere optimalisatie van substraatrecepten.
Opkweek van verse doordragers voor na een low-chill junidrager teelt
Simon ging daarnaast ook dieper in op het gebruik van verse doordragers na een klassieke voorjaarsteelt of een low-chill junidragerteelt. In deze proef werd de verse doordrager Karima op 29 mei rechtstreeks in de serre geplant of eerst opgekweekt op het trayveld en vervolgens op 17 juni uitgeplant. Tijdens de opkweek werden twee bemestingsniveaus toegepast (EC 0,6 en EC 1,1).
Bij de voorgetrokken planten werden de eerste bloemtrossen verwijderd, wat resulteerde in een sterkere vegetatieve ontwikkeling. Vooral bij de planten die rechtstreeks in de serre werden geplant bleek de bemestingsstrategie een belangrijke invloed te hebben.
- De zwaar opgegroeide Karima-planten realiseerden tegen het bezoekmoment al een opbrengst van 5,5 kg per lopende meter,
- terwijl dit bij de lichter opgekweekte planten beperkt bleef tot 3,5 kg per lopende meter.
Nieuwe rassen en innovatieve plantopkweek
Een volgende stop bracht de bezoekers naar de najaarsteeltproef van Jolien Claerbout. Hier worden de rassen Elsanta, Meggy (Vissers Plant Innovators), Fardao (Flevoberry) en Karima (Mattivi) met elkaar vergeleken.
Karima is daarbij een opvallend ras. Als doordrager wordt dit ras immers niet traditioneel ingezet in een najaarsteelt. In deze proef onderzoeken we of de eerste productiepiek van Karima voldoende opbrengst en kwaliteit kan leveren voor een rendabele najaarsteelt en vergelijken we dit met de andere nieuwkomers Meggy en Fardao. Uiteraard zal ook de kostprijs van het plantgoed hierbij worden meegenomen.
- De proef werd geplant op 10 augustus en kende aanvankelijk een uitzonderlijk warme start.
- Ondanks die omstandigheden groeiden alle rassen goed weg. Meggy en Karima vertoonden de sterkste strekking.
- Bij Meggy werd regelmatig tipburn waargenomen, terwijl Fardao zich kenmerkt door een fijnere plantstructuur en voorlopig iets minder bloemtrossen dan de andere rassen.
Bezoekers kregen bovendien de kans om de rassen Karima en Limore One te proeven en zelf de verschillen in smaak en uitzicht te beoordelen.
Gebruik van verrood tijdens plantopkweek om bloei te induceren
In dezelfde serre werd ook een proef rond daglichtloze opkweek van verse Karima-planten voorgesteld door Jolien. Hierbij werd gevarieerd in opkweekduur en in de toepassing van verrood licht tijdens de generatieve fase.
Uit wetenschappelijke literatuur blijkt dat verrood licht de bloei-inductie kan stimuleren en dat wordt bevestigd in onze eerdere proef met Sonsation. De eerste observaties wijzen erop dat planten die tijdens de opkweek verrood kregen meer bloemtrossen ontwikkelen. De uiteindelijke impact op productie en kwaliteit wordt verder opgevolgd.
Bankerplanten als ondersteuning van biologische bestrijding van bladluis
Jolien lichtte ook het onderzoek toe naar het gebruik van de bankerplant Alyssum als ondersteuning van biologische gewasbescherming. De plant wordt ook Lobularia maritima genaamd. Bankerplanten bieden nuttige insecten voedsel en schuilplaats. Omdat Alyssum gedurende minstens zes maanden bloeit, vormt deze plant een langdurige voedselbron voor natuurlijke vijanden.
Resultaten uit verschillende proeven tonen aan dat nuttige insecten vaak vroeger aanwezig zijn in aardbeigewassen wanneer Alyssum worden ingezet. Daarnaast werd in gecontroleerde proeven een hoger aantal mummies vastgesteld in aanwezigheid van Alyssum, wat wijst op een verhoogde activiteit van sluipwespen.
Ook de aandachtspunten kwamen aan bod. Zo kunnen zowel trips als brandnetelprachtwants op de bankerplanten voorkomen. In onze proeven was trips steeds aanwezig op de Alyssum planten, maar bleef de populatie goed beheersbaar dankzij de inzet van roofmijten.
Zuiveringstechnieken voor spuistroom
An Decombel ging dieper in op de problematiek van nutriënten in oppervlaktewater en de mogelijkheden om spuistromen te zuiveren. Voor verschillende zuiveringstechnieken werden praktische fiches ontwikkeld. Tijdens de rondgang werd een MBBR-installatie (Moving Bed Biofilm Reactor) gedemonstreerd voor de verwijdering van stikstof uit spuistroom afkomstig uit de aardbeiteelt.
De resultaten van onze zomerproef tonen aan dat de lozingsnorm van 50 mg nitraat per liter binnen maximaal twintig dagen kon worden bereikt. De benodigde verblijftijd hangt onder meer af van de startconcentratie, de watertemperatuur en de toevoeging van een koolstofbron.
Gebruik van herwonnen meststoffen als bladbemesting op het trayveld
Tot slot stelde Elise Tardy het onderzoek voor naar het gebruik van herwonnen meststoffen uit de dierlijke sector als bladbemesting in aardbei. Deze meststoffen passen binnen de ambitie om nutriënten uit de dierlijke sector maximaal te gebruiken en zo de afhankelijkheid van kunstmest te verlagen.
Verschillende proeven tonen aan dat toepassing als bladbemesting haalbaar is. Echter is er meer rekenwerk nodig dan enkel met pure kunstmeststoffen te werken. Op ons trayveld loopt momenteel een demonstratie met Sonsation-planten die worden opgekweekt met de RENURE-meststof ammoniumnitraat.
Kennisdeling en netwerking
Naast de bezoeken aan de verschillende proeflocaties ontvingen de deelnemers ook een bezoekersgids met onderzoeksresultaten over de demonstratieve voorjaarsteelt met de rassen Parlando, Sonsation en Aylin en over de voorjaarsteelt op stellingen waarbij teeltsubstraat inclusief het loof werd hergebruikt.
Met een grote opkomst en veel interactie tijdens een broodje en een drankje kijken we terug op een geslaagde editie.