Nieuwe steurproef in RAS: gecombineerd effect van temperatuur en zuurstof
Wat is de impact van watertemperatuur en zuurstofgehalte op de groei en gezondheid van vissen in recirculatiesystemen (RAS)? Het Steurbooster‑project zoekt het uit. Na een eerdere proef vorig jaar, waarin enkel de impact van temperatuur op de prestaties van steur werd onderzocht, lag de focus in 2026 op de combinatie van temperatuur en opgeloste zuurstof. Met deze nieuwe proef wordt duidelijker hoe suboptimale omstandigheden doorwerken op groei, stress, welzijn en de mogelijke ontwikkeling van biomarkers voor monitoring.
Temperatuur en zuurstof: waarom deze combinatie?
Temperatuur en zuurstof werken niet onafhankelijk. Een stijging in temperatuur verhoogt het metabolisme en de zuurstofbehoefte van vissen, terwijl tegelijk de oplosbaarheid van zuurstof in water daalt. Dit versterkt het risico op zuurstofstress.
Zelfs bij matig verlaagde zuurstofgehaltes (bv. 5–6 mg/L) kan dit leiden tot:
- verminderde groei en voederconversie
- lagere energie-efficiëntie
- verhoogde fysiologische stress
Proefopzet afgestemd op praktijkomstandigheden
De proef werd uitgevoerd bij een zuurstofgehalte van gemiddeld 5 à 6 mg O₂/L, een niveau dat onder de optimale waarden voor een intensieve teelt ligt, maar frequent voorkomt in commerciële RAS-systemen.
We vergeleken vier temperatuurregimes:
- 18 °C: de optimale temperatuur en referentie
- 20 °C
- 22 °C
- 18 → 24 °C: geleidelijke temperatuurstijging
De laatste behandeling simuleerde een zomerscenario waarbij de temperatuur geleidelijk toeneemt van 18 °C naar 24 °C, wat in de praktijk vaak voorkomt in commerciële systemen.
Door deze proefopzet konden we het effect evalueren van zowel stabiele temperatuurregimes als een dynamische temperatuurstijging, in combinatie met beperkte zuurstofbeschikbaarheid.
Stressrespons: cortisolmetingen
Aan het einde van de proef werd ook de cortisolrespons van de vissen gemeten. Hiermee kunnen we nagaan of de verschillende behandelingen leiden tot verschillen in acute stressreacties.
Cortisol is een belangrijke indicator voor stress bij vissen en geeft inzicht in hoe dieren fysiologisch reageren op omgevingsfactoren zoals temperatuur en zuurstof. Door deze metingen te combineren met groeiprestaties en andere parameters kunnen we beter begrijpen in welke mate suboptimale omstandigheden niet alleen de groei, maar ook het welzijn van de vissen beïnvloeden.
Foto: samenwerking met TRANSfarm KU Leuven
Microbiële data als gezondheidsindicator
Daarnaast werden stalen genomen van:
- feces (ontlasting)
- water
- slijm
- biomateriaal
De stalen worden gebruikt voor microbiome-analyse. Met deze geïntegreerde aanpak streven we ernaar om biomarkers te identificeren die de gezondheid van de vissen weerspiegelen.
Tegelijk onderzoeken we of deze microbiële signalen kunnen dienen als voorspellende indicatoren voor de prestaties van het RAS-systeem, en zo inzicht geven in de interacties tussen microbiologie en de gezondheidsstatus van steur.
Relevantie voor de praktijk
In commerciële RAS-systemen treden vaak gelijktijdige schommelingen in temperatuur en zuurstof op, vooral tijdens warme periodes.
De integratie van cortisolmetingen en microbiële analyses biedt bovendien nieuwe mogelijkheden om niet alleen prestaties, maar ook welzijn en systeemstatus te monitoren. Dit kan bijdragen aan de ontwikkeling van vroegtijdige waarschuwingsindicatoren, waardoor producenten sneller kunnen ingrijpen en risico’s op productieverlies beperken.
De verzamelde data worden verder geïntegreerd met:
- groeiprestaties
- voederopname en efficiëntie
- microbiële dynamiek (water, biofilter en slijm)
- stressindicatoren (cortisol)
Deze gecombineerde aanpak vormt de basis voor de ontwikkeling van innovatieve biomarkers voor monitoring en sturing van RAS-systemen.
Meer info?