Correcte stikstofbemesting van bij de start
Hoge nitraatresiduen?
Bij de stikstofbemesting in het voorjaar werd gerekend op een ‘gemiddelde’ opbrengst, maar deze zal dus hoogstwaarschijnlijk niet behaald worden. Het risico op een (te) hoog nitraatresidu wordt dus groter aangezien er vermoedelijk minder N-opname zal plaats gevonden hebben. Van zodra het nog voldoende zou beginnen regenen, kan de mineralisatie in de bodem nog voor heel wat stikstoflevering zorgen, zonder dat deze nog door de teelten op het veld zullen benut worden.
Correcte stikstofbemesting van bij de start
Het verloop van het groeiseizoen kunnen we op moment van planten/zaaien niet voorspellen. Maar we kunnen wel starten met een correcte inschatting van de stikstofbehoefte van de teelt. De hoeveelheid stikstof varieert sterk tussen gewassen, maar zeker evenveel tussen de verschillende aardappelrassen. Zo heeft Fontane een N-behoefte van 290 kg N/ha en Jelly slechts 175 kg N/ha.
Stikstofbehoefte versus stikstofbemesting
Let op: Verwar de totale stikstofbehoefte niet met de te geven stikstofbemesting. Om in te schatten hoeveel je het best kan bemesten voor een specifiek aardappelras, moet je het verschil berekenen tussen de stikstofbehoefte (specifiek per ras) en de verwachte hoeveelheid N die ter beschikking zal komen gedurende het seizoen.
- Stikstofbehoefte
- N-opname door het gewas
- N buffer in de bodem (buffer = N in de bodem die minimaal aanwezig moet zijn opdat het gewas voldoende N kan opnemen = ± 60 kg N/ha voor aardappelen).
- N-vrijstelling tijdens seizoen
- N in de bodemlaag 0-60 cm na de winter
- N via mineralisatie (van bodemorganische stof, organische mest (najaar), oogstresten, groenbedekkers)
Demovelden 2026
Om het verschil in stikstofbehoefte binnen aardappelrassen onder de aandacht te brengen zowel bij telers, adviseurs en labo’s, legt Inagro, samen met Viaverda en PIBO-Campus, voor het tweede jaar op rij demovelden aan.
- Op vier locaties met diverse bodemtypes werden dit voorjaar 3 of 4 rassen (Amora, Fontane, Alegria, Markies) geplant.
- De rassen werden verder opgesplitst in vier bemestingstrappen: 0, 75, 150 en 225 kg N/ha. Deze trappen zijn op elk proefveld en voor elk ras dezelfde om na de oogst een curve te kunnen opstellen waarbij we voor elk ras en bij elke N-dosis de opbrengst, het nitraatresidu en het financieel rendement bepalen.
- De bemesting gebeurde volledig in minerale vorm (geen dierlijke mest) en werd gefractioneerd toegediend.
Verloop groei voorbije maanden
Het perceel in Merkem (West-Vlaanderen, zandleem) werd half april geplant.
- Tijdens de eerste week van juli (= na de eerste hittegolf in juni) ging de afrijping snel van start: alle veldjes van Amora en Alegria (van 0 tot 225 kg N/ha) gingen zichtbaar achteruit qua loof.
- Een week later was ook Fontane aan de beurt en de nulbemesting van Markies.
- Al snel waren de eerste tekenen van afrijping ook te zien in de bemeste veldjes van Markies.
Bij de start van de afrijping (= moment van maximale N in het loof) voerden we een proefrooiing uit op elke combinatie van ras x stikstoftrap.
- We bepaalden het gewicht van de knollen én van het loof apart.
- In ons labo werd de stikstofinhoud van de knollen en het loof bepaald
Op deze manier konden we de totale N-opname van het gewas berekenen (zie grafiek): hoe hoger de toegediende bemesting, hoe hoger de N-opname van de plant.
Nieuwsgierig naar het eindresultaat?
In het najaar oogsten we het volledige proefveld zorgvuldig veldje per veldje. Daarna bepalen we de opbrengst, sortering en het onderwatergewicht. Uiteindelijk wordt ook een bodemstaal genomen om de gevolgen op het nitraatresidu te bepalen.
Meer hierover komende winter!
Resultaten uit 2025 kan je hieronder alvast terugvinden.