persoon die staalname bodem uitvoert

You are here

Nitraatresidu's

Hoe zit dat nu?

Moet jij dit jaar nitraatresidustalen nemen? Er zijn een aantal wijzigingen ten opzichte van de nitraatresiducampagne van 2026. Zorg dat je goed geïnformeerd bent. Hier vind je alle info die je zoekt.

Wie moet een nitraatresidu laten nemen?

Anders dan voorgaande jaren zullen een beperkter aantal landbouwers verplicht nitraatresidustalen moeten nemen.

  • Je gaf voor 31 mei zelf aan dat je een bedrijfsevaluatie wilt laten uitvoeren.
  • De Mestbank kiest jou bedrijf uit na risicoanalyse.
  • Indien je sinds 2024 een bedrijfsevaluatie had hoger dan drempelwaarde 2, zal je binnen de 5 jaar opnieuw aangeduid worden.
  • Indien je sinds 2024 twee keer een bedrijfsevaluatie had tussen de 1ste en 2de drempelwaarde zal je binnen de 5 jaar opnieuw aangeduid worden.

Waarom zou je er zelf voor kiezen om een bedrijfsevaluatie aan te vragen?

  • Je wilt een vrijstelling bekomen voor de gebiedsgerichte maatregelen.
  • Je wilt af van de maatregelen die je opgelegd kreeg na een te hoge bedrijfsevaluatie.
  • Je kan dit zelf jaarlijks uiterlijk tot 31 mei aanvragen via het mestbankloket. (www.mestbankloket.be > aanvragen > overzicht)

Hoe weet ik of ik een staal moet nemen?

Rond 15 september zal de Mestbank jou op de hoogte brengen als er stalen moeten genomen worden. 

Hoeveel stalen moet ik nemen?

Perceelsevaluaties zijn verleden tijd, vanaf 2025 zullen enkel nog bedrijfsevaluaties gebeuren. Het aantal te nemen stalen kan je terugvinden op SNapp. Volgende regels worden hierbij in acht genomen:

  • Minstens 3 stalen (bij minder dan 3 percelen, op alle percelen)
  • Minstens de vierkantswortel van je bedrijfsoppervlakte, afgerond naar beneden (vb: 25 ha = 5 stalen, 36ha = 6 stalen, 81 ha = 9 stalen,…)
  • Minstens 1 staal per ‘nitraatresidutype’
  • Percelen groter dan 5ha moeten per 5ha bemonsterd worden (dat perceel zal dus uit verschillende deelstalen bestaan)
Ivan staalname grond

Wanneer moeten deze stalen genomen worden?

De staalnameperiode loopt van 1 oktober en 30 november.

  • Bij groeiende teelten of vanggewassen: beter op het einde van de campagne.
  • Bij braakliggende percelen (zoals afrijpende mais of aardappelen die nog moeten gerooid worden): eerder lagere waarden bij het begin campagne.
  • Vermijd grondbewerkingen → kan nitraatresidu doen stijgen
  • Alle stalen die genomen moeten worden, dienen zelf (door landbouwer of volmachthouder) aangevraagd worden en dienen ook zelf betaald te worden.

  • Via het mestbankloket, via SNapp.

    Handleiding Snapp: nitraatresidu

  • Bij een bedrijfsevaluatie wordt een gewogen gemiddelde berekend op basis van alle genomen nitraatresidustalen. Stalen die representatief zijn voor een grote teeltoppervlakte wegen zwaarder door in de berekening dan stalen van een kleinere oppervlakte.

    Dat betekent dat zelfs als één of meerdere stalen een te hoge waarde hebben, het toch mogelijk is dat je gewogen gemiddelde onder de drempelwaarde blijft, zolang de andere stalen voldoende laag zijn en een groter deel van je bedrijf vertegenwoordigen.

  • Eén of meerdere te hoge nitraatresidustalen zijn mogelijk geen probleem, zolang het gewogen gemiddelde van je bedrijfsevaluatie voldoende laag is.

    Zodra alle stalen geanalyseerd zijn, kan je binnen enkele dagen via het mestbankloket jouw gewogen gemiddelde bekijken.

    • Gewogen gemiddelde bedrijfsevaluatie < 1ste drempelwaarde → OK
    • Gewogen gemiddelde bedrijfsevaluatie > 1ste drempelwaarde → bereken of het nemen van een tegenstaal nuttig kan zijn om alsnog onder de drempelwaarde te komen
  • Een tegenstaal kan in sommige gevallen helpen om je gewogen gemiddelde te verlagen, maar dat is niet altijd zinvol.

    Omdat een staal dat representatief is voor een grote oppervlakte zwaarder doorweegt in de berekening dan een staal van een klein perceel, is het niet altijd een goede keuze om het hoogste staal opnieuw te laten meten.

    Let op: een te hoog staal blijft altijd meetellen in de berekening. Het wordt niet geschrapt, ook niet als je een tegenstaal neemt.

    Waarvan hangt je keuze af om wel of geen tegenstaal te nemen?

    • Een groeiende teelt of vanggewas vergroot de kans dat het nitraatresidu bij een herstaalname lager uitvalt.
    • Bereken vooraf welke waarde je maximaal mag hebben om toch een gunstig gewogen gemiddelde te behalen. Is dat realistisch?
    • Overleg met onze collega’s om samen een doordachte keuze te maken.
    • Bedrijfsevaluatie < 1ste drempelwaarde GT 2 of 3
      • Je krijgt een vrijstelling van bepaalde gebiedsgerichte maatregelen of als je deze al hebt kan je deze behouden
    • Bedrijfsevaluatie < 1ste drempelwaarde GT 1 of 0
      • Geen gevolgen
    • Bedrijfsevaluatie tussen 1ste en 2de drempelwaarde
      • Jaar nadien: bemestingsplan + teeltfiches bijhouden
      • Als je in een periode van 5 jaar (te tellen vanaf de nitraatresiducampagne van 2024) voor de 2de keer een bedrijfsevaluatie tussen de 1ste en de 2de drempelwaarde hebt, dan zal je jou verplicht moeten laten begeleiden door een adviesinstantie
    • Bedrijfsevaluatie > 2de drempelwaarde
      • Jaar nadien: bemestingsplan + teeltfiches bijhouden
      • Verplicht begeleiding door een adviesinstantie
      • Het is niet mogelijk om de terugverdienpraktijken toe te passen
      • Als je in een periode van 5 jaar (te tellen vanaf de nitraatresiducampagne van 2025) voor een 2de keer een bedrijfsevaluatie > 2de drempelwaarde, dan volgt er een geldboete van €250/ha voor het betreffende nitraatresidutype

    De maatregelen blijven 5 jaar van toepassen of tot een positieve bedrijfsevaluatie

Wat zijn de nitraatresidutypes en drempelwaarden?

Door de invoering van een nieuwe bemonsteringsmethode is de meetonzekerheid aanzienlijk afgenomen. Daarom wordt de 2de drempelwaarde (DW2) vanaf 2026 verlaagd.
    Gebiedstype 2/3 Gebiedstype 0/1
Nitraatresidutype Teelttype Bodemtype DW1 DW2 DW1 DW2
Gras Gras Zand + niet-zand 60 85 80 115
Mais - zand Mais Zand 65 95 80 115
Mais - niet-zand Niet-zand 75 105 85 120
Granen - zand Granen Zand 65 95 80 115
Granen - niet-zand Niet-zand 75 105 80 130
Aardappelen Aardappelen Zand + niet-zand 85 120 90 130
Specifieke teelten Specifieke 
teelten
Zand + niet-zand 85 120 90 130
Bieten - zand Bieten Zand 60 85 80 115
Bieten - niet-zand Niet-zand 70 100 80 115
Overige teelten - zand Overige 
teelten
Zand 65 95 80 115
Overige teelten - 
niet-zand
Niet-zand 75 105 80 180

Bekijk ook de fiche

Al deze info kan je ook nalezen op de fiche ‘Nitraatresidu’ van de VLM.

Heb je nog vragen? Contacteer Anneline Brouckaert, adviseur bodem en bemesting.

Wekelijks onafhankelijk nieuws en persoonlijke uitnodigingen in je mailbox. Op jouw maat.