Hoe pak je gewasbescherming aan in biologische teelt?
Lieven Delanote
Primair inzetten op preventie
In de biologische teelt komen preventieve maatregelen op de eerste plaats. Een gezonde bodem, een ruime vruchtwisseling, het gebruik van gezond uitgangsmateriaal en een goede bedrijfshygiëne liggen aan de basis van een weerbaar bedrijfssysteem waarin ziekten en plagen minder gemakkelijk doorbreken. Extra teelttechnische maatregelen kunnen bepaalde ziekten en plagen helpen voorkomen, zoals het gebruik van resistente rassen en de aanleg van bloemenranden of -stroken die voedsel bieden voor natuurlijke vijanden.
Welke middelen mag je gebruiken?
Bij hoge ziekte- of plaagdruk kunnen biotelers zogenaamde 'biopesticiden' inzetten. Dit zijn gewasbeschermingsmiddelen die gebaseerd zijn op een werkzame stof van natuurlijke oorsprong. Welke actieve stoffen dit zijn, is vastgelegd in de Europese Verordening 2021/1165. In Bijlage I van deze wettekst zijn de toegelaten stoffen opgelijst volgens deze in vier subcategorieën:
- basisstoffen
- werkzame stoffen met een laag risico
- micro-organismen
- werkzame stoffen die onder geen van de andere categorieën vallen
Let op: een product met een werkzame stof uit deze lijst mag je nog niet zomaar gebruiken. Het handelsproduct moet ook toegelaten zijn als gewasbeschermingsmiddel in België.
Vind snel toegelaten middelen per teelt
Op fytoweb.be of gewasbescherming.inagro.be kan je gericht zoeken welke producten je kan gebruiken voor een bepaalde vijand-gewascombinatie. Beide tools hebben zoekfilters voor biopesticiden voorzien. Zo hoef je zelf de Europese wettekst niet na te kijken. De zoekoptie "toegelaten in de biologische landbouw" doet dat voor je - handig toch?
Aandachtspunten bij het gebruik van biopesticiden
Belangrijk om te weten is dat de meeste biopesticiden een andere werkingswijze hebben dan gangbare, systemische middelen. Voor bio-insecticiden is de werkingsduur meestal beperkt en is daarom een goede timing en een toepassing onder de juiste omstandigheden van belang. Ook een goede bladbedekking is voor de meeste middelen essentieel. Biofungiciden werken veelal preventief en niet of beperkt curatief. Informeer je daarom goed over het aanbevolen inzetschema van het product en start tijdig.
Hoewel biopesticiden van natuurlijke oorsprong zijn, kunnen ze ook nadelige neveneffecten hebben. Hierover kan je ook informatie vinden in onze gewasbeschermingsapp. Bij elk middel staat het risico voor natuurlijke vijanden vermeld, indien hierover gegevens beschikbaar zijn. Deze extra info kan je helpen bij een verantwoorde middelenkeuze.
Tot slot moet je als bioteler altijd kunnen bewijzen aan de controle-organisatie dat de inzet van de biopesticiden in je teelt noodzakelijk was. Noteer daarom altijd in je teeltregistratie wat de reden was van je toepassing.
Fytolicentie: ook voor de bioteler
Om gewasbeschermingsmiddelen te mogen gebruiken, moet je vandaag als professionele teler in het bezit zijn van een fytolicentie P2 (‘Professioneel gebruik’). Dit geldt ook voor de toepassing van biopesticiden. Heb je dit niet, dan kan je ook geen gewasbeschermingsmiddelen aankopen in de professionele handel.