You are here

Durazel: Duurzaam voeden van zeugen op weg naar een optimale lactatie

Lacterende zeug

Project info

Project info

Project type

VLAIO-LA

Startdatum

01/11/2025

Einddatum

31/10/2029

Waarom onderzoek naar voeding en conditie tijdens de laatste maand van de dracht?

Steeds meer bedrijven streven naar een hogere speenleeftijd om biggen beter bestand te maken tegen een speendip. Vaak gaat deze langere lactatieperiode echter gepaard met aanzienlijk conditieverlies bij de zeugen, met nadelige gevolgen voor de langleefbaarheid en de productieresultaten tot gevolg. Voldoende energiereserves aan het einde van de dracht en een verhoogde voeropnamecapaciteit tijdens de lactatie zijn noodzakelijk om dit conditieverlies te beperken. Om dit te bekomen is mogelijks een aangepast voedermanagement nodig tijdens de laatste fase van de dracht.

Lacterende zeug

Wat willen we te weten komen?

We willen weten of we door aanpassing aan het voedermanagement tijdens de laatste maand van de dracht meer kunnen komen tot het maximaal voederen volgens behoefte, zodat zeugen de nodige nutriënten niet meer moeten halen uit de lichaamsreserves, maar dit rechtstreeks uit het voeder kunnen halen. Dit kan bv. door een tweede fase voeder te geven vanaf dag 85 van de dracht. Hierdoor zullen de zeugen in een betere conditie zijn bij de start van de lactatie, maar zal ook de vrijwillige voederopname tijdens de lactatie verbeteren. Zo kunnen we ernaar streven om de speenleeftijd van biggen te verhogen en het vervangingspercentage bij zeugen te verlagen. Daarnaast heeft dit efficiënter voederen mogelijks ook een gunstige invloed op bv. de stikstofuitscheiding in het milieu.

Hoe gaan we te werk in dit project?

In een eerste fase willen we huidige voederschema’s, voedersamenstellingen en nutriëntenverteerbaarheid van voeders tussen dag 85 en spenen in kaart brengen. Tegelijk volgen we het conditieverloop van zeugen op in deze drachtfase en tijdens de lactatie. Dit doen we aan de hand van spek- en spierdiktemetingen op 50 bedrijven.

Daarna willen we experimenteel nagaan wat het effect is van vezel- en energiebronnen in einde drachtvoeder en van meerfasevoedering doorheen de dracht op de vrijwillige voederopname en het conditieverloop tijdens de lactatie. Dit zullen we doen aan de hand van enkele zeugenproeven.

In een volgende fase van het project willen we komen tot praktische aanbevelingen voor voedermanagement in de laatste fase van de dracht (dag 85 t.e.m. werpen), en deze valideren en verankeren in de praktijk via modellering. We willen deze adviezen nadien ook valideren op Vlaamse zeugenbedrijven.

Tenslotte willen we de impact van een aangepast voedermanagement berekenen niet allen op de economische resultaten, maar ook op de nutriëntenbalans (meer bepaald op de N-uitstoot), op het welzijn van de zeugen en op het arbeidsgemak van de zeugenhouder. 

spek/spiermeting zeugen

Co-financiers

Dit project wordt mede mogelijk gemaakt met de steun van: Adisseo - Arvesta BU Animal Nutrition - Beneo GmbH - Bivit - Danbred Belgium - DAP Curavet - DAP de Linde - DAP Nutrivet - DAP Vetsolutions - DSM Firmenich - INVE België NV - Provimi BV - RA-SE Genetics - Terresis - Topigs Norsvin - Trouw Nutrition R&D - DAP Vedanko

Logobanner co-financiers DURAZEL

Partners

Financiers

VLAIO

Wekelijks onafhankelijk nieuws en persoonlijke uitnodigingen in je mailbox. Op jouw maat.