Hoe voeder jij je zeugen aan het einde van de dracht?
Zeugen moeten goed voorbereid zijn voor een optimale lactatie. Dit betekent dat ze over voldoende lichaamsreserves moeten beschikken en vlot voeder moeten opnemen bij opstart en tijdens de lactatie. Het voederschema en de voedersamenstelling tijdens de dracht hebben hier mogelijks een invloed op. Tijdens een recente brainstorm met adviseurs werd uitvoerig van gedachten gewisseld over hoe zeugen momenteel gevoederd worden tijdens de laatste weken van de dracht. We vatten de huidige inzichten voor je samen.
Inagro zoekt 50 bedrijven om voedermanagement te onderzoeken en nieuwe voederstrategieën te ontwikkelen. Staalname en analyses zijn gratis.
Voederschema’s tijdens de laatste maand van de dracht en in de kraamstal
De laatste maand van de dracht
De voederhoeveelheid die je geeft tijdens de laatste maand van de dracht hangt af van de conditie en de pariteit van de zeugen, en van de energie-inhoud van het voeder. De voederhoeveelheid ligt hier hoger dan in het midden van de dracht:
- Jonge zeugen: 2,8 kg - 3 kg
- Meerdere worps: 3 kg - 3,5 kg
kraamstal
Eens de zeugen in de kraamstal zijn, kan je ofwel drachtvoeder doorgeven, ofwel schakel je over op een transitievoeder of een lactovoeder. Dit is sterk bedrijfsafhankelijk en moet je bespreken met je voederadviseur.
De hoeveelheid is opnieuw afhankelijk van pariteit, conditie en voedersamenstelling, maar ligt meestal rond de 3 kg. Verminder deze hoeveelheid lichtjes naar het werpen toe en verspreid dit over meerdere voederbeurten per dag. Zo stimuleer je de zeugen om recht te staan, te eten en te drinken. Dit bevordert de voederopname na het werpen.
Sla geen voederbeurt over de dag van het (voorziene) werpen. Ideaal is dat er maximaal 6 uur zit tussen de laatste voederbeurt en het werpen. Dit resulteert in een vlotter werpproces en minder doodgeboren biggen. Let ook op de uierdruk.
na het werpen
Na het werpen start je met 2 kg - 3 kg, om dan rustig op te bouwen om tot een maximale voederopname te komen rond dag 10 - 14 van de lactatie.
Belangrijk is dat ook de wateropname moet gestimuleerd worden en dat smakelijk drinkwater van voldoende kwaliteit voorzien is. Zorg bij elke voederbeurt voor vers voeder en schep de voederbak leeg als het nodig is. Voeder ook hier meerdere keren per dag. Dit resulteert in een hogere voeropname aan het einde van de lactatie. Ook de voerschema’s rond en na het werpen zijn nogal vaak bedrijfsspecifiek.
De meerwaarde van vezels in het voeder
De meeste adviseurs staan positief tegenover het verhogen van het vezelgehalte in het voeder aan het einde van de dracht. De voordelen zijn:
- Een hoger verzadigingsgevoel en dus meer rust. Belangrijk bij groepshuisvesting!
- Verhoging van de voederopnamecapaciteit. Gunstig om een maximale voederopname tijdens de lactatie te bekomen.
- Vezels zijn een bron van energie met een langzame vrijstelling van deze energie. Ideaal voor een vlot werpproces.
- Vezels leiden tot minder constipatie en een betere darmgezondheid.
Binnen het DURAZEL-project wordt verder onderzocht welk type vezels het meest geschikt zijn en aan welke hoeveelheid je dit in het voeder moet inmengen voor optimale resultaten.
We kijken niet alleen naar technische resultaten, maar ook naar de invloed op de voeropname tijdens de lactatie en naar het conditieverlies tijdens de lactatie. Dat laatste willen we namelijk zoveel mogelijk beperken.
Is een tweede fase voeder aan het einde van de dracht nodig?
Op dit moment wordt een aangepast voeder voor de laatste drachtfase nog weinig toegepast. Vaak wordt gekozen om enkel de voederhoeveelheid te verhogen om te voldoen aan de hogere energiebehoeften.
Toch stijgt de behoefte aan energie, eiwit, aminozuren en vezels duidelijk vanaf dag 80 à 90 van de dracht. Dit is nodig voor de groei van de biggen en voor de ontwikkeling van de uier. Een specifiek tweede fasevoeder kan hier mogelijk beter op inspelen en tegelijk bijdragen aan een betere voederopname en minder conditieverlies tijdens de lactatie.
In het VLAIO-project DURAZEL willen we in een eerste stap meer informatie verzamelen over:
- hoe er momenteel gevoederd wordt aan het einde van de dracht
- de meningen in de praktijk over de noodzaak en de haalbaarheid van een tweede fase voeder.
Hoe voeder jij aan het einde van de dracht?
Gezocht: 50 bedrijven voor voederanalyse
- We zoeken varkenshouders die hun informatie willen delen over: voederschema’s, voederhoeveelheden en voedersamenstelling.
- Op elk deelnemend bedrijf wegen we de dosators af om de exacte dagelijkse portie te bepalen en nemen we een voederstaal voor nutriëntenanalyse.
- Op 15 bedrijven volgen we daarna het conditieverloop van zeugen op vanaf dag 85 van de dracht tot aan het spenen. Daarbij meten we spek/spier (conditiescore) en nemen we meststalen om de nutriëntenbenutting te berekenen.
Met deze informatie gaan we aan de slag om nieuwe voederstrategieën te ontwikkelen. De staalname en analyses zijn gratis!
Wil je inzicht in je voedermanagement van je zeugen?
Dit project wordt gefinancierd door VLAIO, Agentschap voor Innoveren en Ondernemen.
Het project wordt mede mogelijk gemaakt door volgende co-financiers: