Mest uitrijden in 2026: timing en tips voor stalmest, drijfmest en effluent
Door slim om te gaan met je mest, benut je nutriënten beter en versterk je tegelijk je bodem. In dit artikel bundelen we de timing en praktische tips per mestsoort. Zo ga je goed voorbereid het seizoen in.
Wanneer mag je welke mest uitrijden?
Stalmest (type 1-meststoffen)
- Vanaf 16 januari tot en met 31 augustus: uitrijden toegelaten.
- Vanaf 1 september tot en met 31 oktober: maximaal 50 kg werkzame N/ha over de volledige periode.
Drijfmest (type 2-meststoffen)
- Vanaf 16 februari: uitrijden toegelaten.
- Voor mais of aardappelen zonder levende voorvrucht geldt latere startdatum: vanaf 16 maart.
Raadpleeg altijd de website van de VLM om zeker te zijn dat je binnen de geldende regels werkt.
Uitzonderlijk in 2026
- Door de gunstige weersomstandigheden mag drijfmest op grasland al vanaf 9 februari 2026.
- Tussen 9 en 16 februari geldt een maximale gift van 100 kg N/ha uit dierlijke mest.
Effluent (type 3-meststoffen)
- Vanaf 16 februari: toediening toegelaten.
- Voor mais of aardappelen zonder voorvrucht geldt latere startdatum: vanaf 16 maart.
- Verbod: van 16 oktober tot 15 februari.
Voor effluent gelden bijkomende voorwaarden naargelang grasland of akkerland. Raadpleeg hiervoor altijd de uitrijregeling van de VLM.
Met stalmest heb je goud in handen. Je brengt niet alleen voedingsstoffen aan, maar versterkt ook je bodemstructuur en stimuleert het bodemleven. Zo verkrijg je een betere wateropname en wortelontwikkeling en minder risico op erosie en uitspoeling.
Anneline Brouckaert
Adviseur bodem en bemesting
Belangrijke aandachtspunten bij het uitrijden van mest
1/ Controleer je perceel
Controleer altijd of de bodem droog genoeg is. Een onvoldoende draagkracht verhoogt het risico op structuurschade.
2/ check timing van toediening
Stalmest
- Bevat vooral organisch gebonden stikstof.
- Die komt geleidelijk vrij en werkt lang door.
- Vooral geschikt voor teelten met een lange stikstofopnameperiode.
- Voor korte teelten: voorzie een nateelt of vanggewas. Op die manier voorkom je uitspoeling en benut je de nutriënten maximaal.
Drijfmest
- Bevat veel minerale stikstof.
- Die is snel beschikbaar, maar ook gevoelig voor uitspoeling.
- Breng drijfmest daarom kort voor zaaien of planten aan.
- Op niet-beteelde akkers: onmiddellijk inwerken of via injectie.
Let er ook op dat je niet bemest op beschermingsstroken (3-5 m afhankelijk van teelt en gebiedstype).
3/ Drijfmest goed mixen
Mix de mest goed voor een homogeen stikstofgehalte, want de N-concentratie kan sterk verschillen tussen boven- en onderkant van de mestput. Houd hier rekening mee bij het berekenen van tonnages en eventuele bijbemesting met kunstmest.
4/ ANALYSEER N-CONCENTRATIE REGELMATIG
De samenstelling van mest verschilt sterk van bedrijf tot bedrijf. Vandaar is het verstandig om regelmatig een meststaal te laten analyseren in plaats van uitsluitend op forfaitaire waarden te vertrouwen.
Stalmest
- Grote variatie door soort strooisel, hoeveelheid strooisel en opslagduur.
- Analyses van Inagro tonen waarden tussen 5 en 11 kg N/ton, tegenover een forfait van 7,1 kg N/ton voor runderstalmest.
Drijfmest
- Analyses van Inagro tonen dat de N-inhoud bij rundermengmest vaak lager ligt dan het forfait van 4,8 kg N/ton.
- Bij varkensmengmest ligt die meestal hoger dan het forfait van 6,4 kg N/ton.
Regelmatig een meststaal laten analyseren blijft dus de beste basis voor een bedrijfsspecifieke aanpak.
Stalmest of drijfmest? De verschillen op een rij
|
Kenmerk |
Stalmest |
Drijfmest rund |
Drijfmest varken |
|
Aanbreng organische koolstof |
+++ |
+ |
+ |
|
Aanbreng snel beschikbare N (mineraal gebonden) |
+ |
+++ |
+++ |
|
Aanbreng traag beschikbare N (organisch gebonden) |
+++ |
+ |
+ |
|
Aanbreng N/P |
2,45* |
3,44 |
1,83 |
|
Aanbreng N/K |
0,92** |
1,17 |
1,45 |
* Voor 1 kg fosfor dien je 2,45 kg stikstof toe
** Voor 1 kg kalium dien je 0,92 kg stikstof toe
Al gehoord van het 6J-principe?
-
1. Juiste dosis
Pas dosis aan op perceelspecifieke factoren zoals vorige teelt, vanggewas, mineralisatie (OC%) en voorgaande stalmesttoediening.
Merk op: de bedrijfsbenadering voor bemesting is verstrengd.
- Op perceelniveau mag je nog maximaal 125% van de norm werkzame stikstof en 150% van de norm dierlijke stikstof toepassen, zolang de totale bedrijfsafzet niet wordt overschreden.
- Voor vaste dierlijke mest (zoals stalmest, champost, boerderijcompost of begrazing) blijft een afwijking tot 200% mogelijk wanneer de bemesting volledig met vaste mest wordt ingevuld.
-
2. Juiste tijdstip
Verlaag basisbemesting, fractioneer waar mogelijk, neem een N-staal en bemest bij op advies.
-
3. Juiste meststof
Kies een meststof die past bij je gewas.
-
4. Juiste methode
Geef de voorkeur aan band- of rijenbemesting boven breedwerpige toediening.
-
5. Juiste plaats
Breng mest altijd zo dicht mogelijk bij de wortelzone en respecteer de beschermingsstroken.
-
6. Juiste teeltplan of -rotatie
Stem je bemesting goed af op je teeltrotatie. Hou rekening met de stikstofbehoefte en de opnameperiode. Gebruik nateelten en vanggewassen om reststikstof vast te houden en later te benutten.
Wil je ondersteuning bij het bepalen van de ideale bemestingsstrategie?
Demonstratieproject ‘Mestmatch’ van het Agentschap Landbouw en Zeevisserij medegefinancierd door de Europese Unie.