Rand bij Chinese kool: rassenkeuze en teelttechniek maken verschil
Chinese kool is een sluitkool die doorgaans zeer vlot groeit, maar inwendig rand zorgt regelmatig voor kwaliteitsproblemen. Dit fenomeen wordt gelinkt aan een Ca-gebrek tijdens de groei, vooral in periodes van intense ontwikkeling waarin de opname soms te traag of te laag verloopt. Hierdoor worden bladranden eerst glazig en daarna rot of droog. Het grootste probleem is dat deze aantasting uitwendig niet zichtbaar is, waardoor een volledig veld kan worden afgekeurd.
Onderzoek 2024–2025: rassenproeven en teelttechniek in twee teeltseizoenen
- Inagro onderzocht via rassenproeven de intrinsieke gevoeligheid van verschillende rassen voor rand. In 2025 werden zowel een zomerteelt als een herfstteelt aangelegd.
- Parallel liep een teelttechnische proef in 2024 en 2025 om bijkomende inzichten te krijgen in de beheersing van dit probleem. Deze proef werd gefinancierd door de REO veiling binnen het GMO-onderzoeksprogramma.
Foto: Chinese kool met inwendig rand
Zomerteelt 2025: duidelijke rasverschillen
In de rassenproef zomerteelt 2025 waren er duidelijke verschillen in uniformiteit, gevuldheid en gevoeligheid voor inwendig rand.
- Meriko, Genki, Kiseki en Veraflex presteren het meest evenwichtig, met een goede gewasstand en beperkte gevoeligheid.
- Marrio valt op door het hoogste koolgewicht, maar is gevoeliger.
- CC2132 heeft een lage opbrengst, maar scoort goed op gevuldheid en een korte pit.
- Kevin en Bruce presteren minder door lagere uniformiteit of hogere gevoeligheid.
- Oriënt Surprise geeft een goede opbrengst, maar een lagere gevuldheid.
Foto: Oriënt Surprise
Herfstteelt 2025: weinig verschillen en hoge marktbaarheid
In de rassenproef herfstteelt 2025 waren er door tijdige beregening en een mild najaar weinig significante verschillen.
- De variatie zat vooral in de karakteristieke inwendige kleur: eerder wit bij Eduro, Emiko, Bilko en Janko, en meer geel bij Kiseki, CC2132, Veraflex en Trevor.
- Vrijwel alle kolen waren marktbaar.
- De grofste kolen kwamen van Marrio en Kiseki. Marrio vertoonde wel inwendig rand, terwijl Kiseki vrij bleef. Ook Emiko combineerde een hoog stukgewicht met afwezigheid van inwendig rand.
- Bilko en Janko scoorden goed qua opbrengst, met slechts beperkte aantasting, terwijl de overige rassen geen problemen vertoonden.
Foto: Trevor
Beregening en Ca-toediening bepalen verschillen in aantasting
De zomers van 2024 en 2025 waren mild, met een iets lagere hoeveelheid neerslag dan normaal. In 2024 werden in de teelttechnische proef geen frappante verschillen vastgesteld, terwijl dat in 2025 wel het geval was. Over beide jaren was de tendens echter duidelijk: bovengrondse beregening met sprinklers (in drie beurten, 50–60 mm totaal) leidde tot een merkbaar lagere aantasting van inwendig rand. Deze resultaten verbeterden nog licht wanneer in deze objecten CaCl₂ werd toegediend.
Bij gebruik van T-tape werd slechts 25–30 mm water gegeven, eveneens gespreid over drie beurten. Hoewel dit een efficiëntere manier van water geven is, kan dit ook de verklaring zijn voor het iets minder goede resultaat. Ook hier zorgde een bespuiting met CaCl₂ voor een beperkte meerwaarde, al was die niet significant.
Het toevoegen van compost en kalk vóór het planten, met het oog op een betere beworteling of Ca-beschikbaarheid, gaf binnen deze proeven geen duidelijke meerwaarde.
Wens je meer info over deze proef?