PEATLESS halverwege: veelbelovende veenarme en veenvrije mengsels in de praktijk getest
Veen vervangen in substraten is technisch niet eenvoudig. Na het screenen van alternatieve grondstoffen en eerste testen, verschuift de focus binnen het Europese project PEATLESS nu van laboratoriumproeven naar testen op grotere schaal. Het project is nu halverwege zijn driejarige looptijd. Daarbij kijken de partners niet alleen naar de prestaties van de geselecteerde mengsels, maar ook naar de aanpassingen in teeltmanagement die nodig zijn om deze alternatieven succesvol in de praktijk te gebruiken.
Van screening naar grotere proeven
De voorbije twee jaar werden tientallen alternatieve substraten en grondstoffen geëvalueerd. Op basis van die eerste resultaten selecteerden de partners de meest veelbelovende mengsels om verder te testen.
Voor de champignonteelt onderzocht Inagro meer dan 25 verschillende alternatieve mengsels voor traditionele dekaarde. Na de eerste screeningsproeven starten nu proeven op grotere schaal met de geselecteerde alternatieven. Daarbij zitten ook enkele volledig veenvrije mengsels. Ook partner CTICH boekte vooruitgang met de evaluatie van twintig alternatieven voor traditionele dekaarde op basis van veen. Ook daar worden veenvrije mogelijkheden onderzocht.
Voor de productie van plantgoed voerde Inagro proeven uit met maar liefst 62 verschillende mengsels, samengesteld uit vijftien grondstoffen. Daarnaast selecteerde partner CITA vijf mengsels om verder te testen. Daaronder zit een volledig veenvrij mengsel met schapenwol.
In de verschillende teeltsystemen worden onder meer plantaardige vezels, schors en gebruikt champignonsubstraat, of champost, onderzocht als mogelijke alternatieven voor veen. Voor de sierteelt richten de proeven zich onder andere op mengsels met compost en puimsteen.
Niet elk mengsel is echter geschikt voor elke teelt. Bij de selectie moet rekening worden gehouden met de specifieke eisen van het gewas. Denk bijvoorbeeld aan het vermogen om water vast te houden en aan de structurele stabiliteit van het substraat gedurende de volledige teeltperiode.
Eerste inzichten voor de praktijk
De eerste resultaten tonen aan dat alternatieve substraten potentieel hebben. Tegelijk wordt duidelijk dat een succesvolle toepassing vaak aanpassingen in de teeltstrategie vraagt.
- In de champignonteelt blijkt vooral een correcte afstemming van de watergift belangrijk voor de prestaties van alternatieve dekaardes. De eigenschappen van de dekaarde bepalen mee hoe met water moet worden omgegaan.
- Ook bij de productie van plantgoed zijn er al belangrijke praktijkinzichten. In de proeven van Inagro met perspotten zorgden de mengsels voor een goede kieming en gewasgroei. Er is wel verdere optimalisatie nodig. De perspotten moeten voldoende vormvast blijven om de mechanische uitplant goed te doorstaan. De komende periode moet duidelijk worden hoe de geselecteerde mengsels op dat vlak verder kunnen worden verbeterd.
Deze eerste bevindingen worden nu verder getest in proeven op grotere schaal.
Kennis delen met telers en adviseurs
Naast het onderzoek zet PEATLESS sterk in op kennisdeling. In 2026 vond in Spanje een eerste regionaal communicatietraject plaats. Via een webinar en praktijkgerichte informatie maakten telers en andere professionals kennis met de eerste inzichten.
Recent verschenen ook de eerste praktijkfiches en zes infographics. Die vertalen de onderzoeksresultaten naar toegankelijke en bruikbare informatie voor telers, adviseurs en andere betrokkenen in de sector.
Zo moeten de resultaten niet alleen leiden tot nieuwe substraatmengsels, maar ook tot praktische kennis over hoe telers ermee aan de slag kunnen.
Tweede projecthelft: voorbereiding commerciële proefopstellingen
In de komende periode zullen de partners de geselecteerde substraten verder testen onder semi-praktijk- en praktijkomstandigheden. Daarnaast bereiden ze commerciële proefopstellingen voor. Sensoren zullen helpen om de teelt nauwkeuriger op te volgen.
Daarbij gaat de aandacht niet alleen naar de technische prestaties van de substraten. Ook hun milieu-impact en economische haalbaarheid worden onderzocht.
Het uiteindelijke doel blijft hetzelfde: de afhankelijkheid van veen verminderen zonder in te boeten op productkwaliteit of opbrengst.
Meer info?