Niet-kerende bodembewerkingen: steeds meer landbouwers stappen over
Niet-kerende bodembewerkingen winnen aan populariteit. Steeds meer landbouwers merken positieve effecten: een gezonde bodem en een betere draagkracht. Ook bij Inagro werken we zoveel mogelijk zonder ploeg, wanneer de omstandigheden en teelten het toelaten. Na jaren van experimenteren durven we te zeggen: ja, niet-kerend werken is de toekomst! Zowel op korte als lange termijn zien we duidelijke voordelen.
Wat niet-kerend werken op korte termijn kan doen
Je kan in principe al na één of twee seizoenen effecten zien bij niet-kerend werken. Bij Inagro probeerden we het op mais: een deel van het perceel werd geploegd, het andere deel niet-kerend bewerkt (eerste jaar diepwoelen, het volgende jaar alleen zaaiklaar leggen).
We merkten dat er na twee jaar al duidelijke effecten zichtbaar waren:
- Meer bodemvocht: in het eerste groeiseizoen was er aan het begin meer vocht beschikbaar op het niet-kerende perceel. De capillaire werking van de bodem bleef intact. In het nattere tweede jaar was het verschil minder groot.
- Hogere opbrengst: in het tweede jaar lag de maisopbrengst duidelijk hoger op het niet-kerende perceel. Het eerste jaar waren de opbrengsten nog wat wisselend.
- Betere draagkracht: na twee jaar niet ploegen was de bodem merkbaar steviger. Dat zagen we aan de minder diepe sporen bij het uitvoeren van gewasbescherming.
- Tijd en brandstof besparen: minder ritten over het perceel betekent lagere kosten.
Bodembewerkingsproef: dit zien we na 15 jaar
In de proeftuin van Inagro ligt al 15 jaar een bodembewerkingsproef op hetzelfde perceel, waarbij in vaste stroken altijd dezelfde bewerkingen worden uitgevoerd: spitfrees, ploegen, diepwoeler, cultivator (5–10 cm diep). Dit jaar staat er winterprei op het perceel. Tijdens het voorjaar werden bij elke bewerking enkele profielputten gegraven om de bodemkwaliteit te beoordelen.
Spitfrees
Bij het spitfrezen is de bovenste 20 cm zeer los en intens beworteld. Onder deze losse laag bevindt zich echter een verharde laag waar wortels én water moeilijk doordringen. Hierdoor infiltreert water slecht en blijft het sneller staan.
De gewasstand van de prei is goed, maar bij teelten die dieper willen wortelen of gevoelig zijn voor waterstress verwachten we wel problemen. Door de intense vermaling is de draagkracht bovendien minder goed, waardoor machines sneller wegzakken.
Ploegen
- Het geploegde object toont een iets verticalere beworteling dan de spitfreesstrook.
- De draagkracht is ook beter.
- Wel is er een ploegzool zichtbaar op 30 cm diepte, wat opnieuw de doorworteling en waterinfiltratie kan beperken.
- Op 20–30 cm diepte ligt veel onverteerd organisch materiaal, omdat het bodemleven daar door zuurstofgebrek nauwelijks actief is.
Diepwoeler
De strook waar enkel met de diepwoeler is gewerkt, vertoont de beste bodemkwaliteit en een goede draagkracht. Op 30 cm diepte is nog steeds een hardere laag aanwezig, maar dankzij breukvlakken kunnen wortels en water toch dieper doordringen. Hier komen de wortels ook het diepst voor.
We zien bovendien meer microporiën en regenwormgangen, wat wijst op een grotere aanwezigheid van bodemleven. Dat komt zowel de waterhuishouding als de nutriëntencyclus ten goede.
Cultivator (oppervlakkige bewerking)
Bij de oppervlakkige bewerking met de cultivator zijn eveneens regenwormgangen te zien. Er is wel een verharding op 20–30 cm diepte, mogelijk een historische verdichting of ontstaan door het berijden van het perceel. Deze laag kan de doorworteling beperken. Dat illustreert het belang om de bodem eerst goed te onderzoeken voor je start met oppervlakkige niet-kerende bodembewerking.
Op vlak van bodemkwaliteit komt de diepwoelerstrook als beste naar voren. Het is afwachten tot voorjaar 2026 om te zien wat het effect is op de gewasopbrengst.
Bert Everaert - Onderzoeker bodem en bemesting
Tips om te starten met niet-kerend werken
- Check je bodem eerst: gebruik een prikstok of spade om verdichtingen op te sporen. Oppervlakkig bewerken heeft weinig zin als er op 20–30 cm diepte een harde laag zit, bijvoorbeeld een ploegzool.
- Begin met diepwoelen bij diepe verdichting: breek harde lagen af voordat je oppervlakkiger gaat werken.
- Houd rekening met weer en bodemtoestand: rij of bewerk nooit op natte grond.
Niet-kerend werken in kleigronden: inzichten uit de praktijk
Niet-kerende bodembewerkingen maken bodems weerbaarder. De bodem werkt als een spons: regen wordt beter opgenomen, vastgehouden en later vrijgegeven tijdens drogere periodes. Dat is extra belangrijk op de kleigronden van de polder, die in droge omstandigheden snel verharden en in natte omstandigheden sneller wateroverlast kennen.
Soms is 5 liter regen al genoeg om een perceel onbegaanbaar te maken. Een betere bodemkwaliteit kan dat risico aanzienlijk verkleinen. Daarom is extra belangrijk om de vruchtbare kleigronden weerbaar te maken.
Zoë Borry, Adviseur Bodem, water en bemesting, blikt tevreden terug op het project PolderOntploegd.
In het project PolderOntploegd werkten we samen met polderlandbouwers om in de praktijk te onderzoeken of groenbedekkers de draagkracht kunnen verbeteren en de toplaag verkruimelbaarder kunnen maken, zonder dat winterploegen nodig is. Winterploegen maakt het namelijk moeilijker om de bodemkwaliteit op te krikken. Bovendien zorgen de onzekere winters zonder vorst voor onvoldoende verwering van gewinterploegde percelen.
Afgelopen dinsdag sloten we het project af met een webinar waarin we de belangrijkste resultaten en praktijkervaringen rond niet-kerend werken op polderkleigrond deelden. Hoewel het project officieel eindigt, willen we de samenwerking en het onderzoek graag verderzetten.
Landbouwers uit PolderOntploegd aan het woord
''Ondanks de kleigrond vaak een uitdaging vormt, denk ik dat je met niet-kerende bodembewerking meer humus in de bovengrond kan houden. Daardoor verbetert de vochthouding én het bodemleven. Ik hoop op deze manier ook minder stikstof te gebruiken in de toekomst.'' - Renaat Schouteeten (landbouwer uit Zuienkerke) -
''Voor de derde keer heb ik in Stalhille twee hectare niet geploegd. De eerste keer stond er suikerbiet en dat is goed meegevallen. Het jaar daarna volgde maïs – ook een succes – en nu opnieuw wintertarwe zonder ploegen. Die tarwe staat nu perfect.'' - Hendrik Vandamme (akkerbouwer uit Oostende) -
''De beste grond ligt het dichtst bij de zon.'' - Marc Hauspie (akkerbouwer uit Lo-reninge) -
Zelf aan de slag?