Is je bemestingsruimte te klein? Vergroot ze met terugverdienpraktijken
Door je bemesting beter af te stemmen op het perceel en te fractioneren kan je vaak heel wat stikstof (N) besparen. Toch kan het gebeuren dat je gewenste N-gift hoger ligt dan wat de norm toelaat. Wat zijn dan je opties?
Hoe wordt jouw N-norm bepaald?
Je bemestingsnorm hangt af van een aantal duidelijke factoren:
- Het gebiedstype van je perceel (in gebiedstype 3 kan dat tot 30% minder bemesting betekenen)
- De bodemsoort: zandgrond of niet-zandgrond
- Je teelt of teeltcombinatie, zoals maïs of gras-maïs
- Vrijstelling? Dan mag je bemesten volgens de hoogste normen (gebiedstype 0). Let op: in dat geval kan je geen extra N-ruimte meer terugverdienen.
Je exacte cijfers vind je via het Mestbankloket onder “bemestingsprognose” na het indienen van je verzamelaanvraag. De officiële normen staan ook in het boekje “Normen en richtwaarden”.
Bemestingsruimte: denken op bedrijfsniveau
Je kijkt best naar je volledige bedrijf in plaats van per perceel. Dat geeft flexibiliteit:
- Op het ene perceel kun je iets meer geven.
- Op een ander perceel compenseer je met minder.
Zo blijft je bedrijfsbalans in evenwicht.
Belangrijke grenzen per perceel
- Werkzame stikstof: max. 125%
- Dierlijke stikstof: max. 150%
- Vaste dierlijke mest: max. 200%
Meer ruimte via terugverdienpraktijken
Werk je in gebiedstype 1, 2 of 3? Dan kan je een deel van je bemestingsreductie terugwinnen via praktische teeltmaatregelen op je bedrijf.
Let op: wie verplicht begeleid wordt, kan hier niet op intekenen.
Welke praktijken tellen mee?
- Vanggewassen
- Onderzaai van vanggewas bij maïs
- Wintergraan als nateelt
- Tussenvanggewas gevolgd door wintergranen
- Winterkoolzaad als nateelt
- 15% onbeteelde stroken inzaaien
- Oogstresten afvoeren
- Stro onderwerken
- Oogstresten laten doorgroeien
- Bijbemesten na 70% basisbemesting
In de VLM-overzichtstabellen zie je hoeveel stikstofruimte je per praktijk kan terugwinnen.
Voor wie zijn terugverdienpraktijken interessant?
Ze zijn vooral nuttig voor jou:
- als je huidige gereduceerde bemestingsnorm niet volstaat om kwaliteitsvolle teelten te realiseren en je dus meer stikstof wil kunnen inzetten;
- voor nitraatgevoelige teelten in gebiedstype 1, en voor alle teelten in gebiedstype 2 en 3;
- als je geen vrijstelling hebt.
In de andere gevallen heeft het aanvragen van terugverdienpraktijken geen effect op je bemestingsruimte en zijn ze voor jou dus minder interessant.
Uitgelicht: bijbemesten na 70% basisbemesting
-
Waarom werkt dit goed?
Door je basisbemesting bewust lager te zetten en later bij te sturen, speel je beter in op:
- Weersomstandigheden
- Gewasgroei
- Mineralisatie in de bodem
Dat geeft vaak:
- een beter rendement
- en een lager nitraatresidu
-
Wat leer je uit een staalname?
- Geen bijbemesting nodig volgens staal
→ je basisgift was te hoog
→ leerpunt voor volgend seizoen: basisbemesting verder verlagen - Wel bijbemestingsadvies
→ je geeft enkel wat het gewas echt nodig heeft
→ efficiënt gebruik van stikstof: maximale opbrengst, minimale uitspoeling
- Geen bijbemesting nodig volgens staal
-
Voor welke teelten?
- Deze praktijk geldt voor alle teelten, behalve grasland.
- Niet toegelaten in groene bestemmingen binnen SBZ-H (Speciale Beschermingszones – Habitatgebieden)
-
Belangrijkste voorwaarden op een rij
- Maximaal 70% van de werkzame stikstof als basisgift.
- Bijbemesting ten vroegste 14 dagen na inzaai.
- Enkel volgens staalnameadvies, zonder dit te overschrijden.
- Staalname idealiter vanaf 4 weken na bemesting (via SNapp, labo Inagro aanduiden).
Let op: niet-benutte stikstof mag je niet verplaatsen naar andere percelen.
Hoe geef je een terugverdienpraktijk aan?
Je geeft terugverdienpraktijken door via de verzamelaanvraag bij het Agentschap Landbouw en Zeevisserij. Aanpassen kan tot 31 oktober.
Let op: bij niet-naleving vervalt het voordeel en riskeer je een boete van 250 euro per hectare.