Hennep voor textiel: hoe verhoog je je rendement?
Hoe haal je meer rendabiliteit uit textielhennep? Binnen het VLAIO LA-project Flaxy-HEMP onderzoeken Inagro, HOGENT en Praktijkpunt Landbouw Vlaams-Brabant hoe zowel teelt als verwerking verder geoptimaliseerd kunnen worden en de keten verder uit te bouwen. Tijdens de tweede begeleidingsgroep in oktober werden de resultaten van het eerste seizoen voorgesteld. Hieronder lees je de belangrijkste inzichten.
Invloed van teeltmoment op vezelopbrengst en -kwaliteit
Bij de teelt van hennep voor textieltoepassingen wordt momenteel aangeraden om te zaaien eind april of begin mei en om te oogsten wanneer de hennep in 50% bloei staat. Alleen is het niet altijd mogelijk om te zaaien op het theoretisch ideale moment door bijvoorbeeld tegenvallende weersomstandigheden. Ook door de eerder gelimiteerde beschikbaarheid van oogstmachines kan hennep niet steeds op 50% bloei geoogst worden.
Om de invloed van de teeltperiode op de vezelopbrengst en -kwaliteit te onderzoeken werden bij HOGENT twee proeven aangelegd.
- In een eerste proef werd de invloed van het zaaitijdstip onderzocht door vier vroege rassen te zaaien op twee tijdstippen: eind april en eind mei. Het doel was om de hennep vroeger dan eind april uit te zaaien, maar de late levering van het zaaizaad heeft dit belemmerd. Over het algemeen had de hennep te kampen met moeilijke groeiomstandigheden door het neerslagtekort, sterke groei van melganzevoet en de toestand van het perceel. Dit resulteerde in een opkomstpercentage van 15 tot 21% in zaai 1 en 42 tot 57% in zaai 2.
- In een tweede proef werd de invloed van het oogsttijdstip op twee vroege en twee late rassen onderzocht. Vroege rassen staan eind juli reeds in bloei terwijl late rassen pas midden augustus in bloei gaan. De rassen werden uitgezaaid begin mei en omwille van de droge zaaiomstandigheden werd beslist om te rollen na de zaai. De vroege rassen werden op 3 tijdstippen geoogst, bij 50% bloei, bij 100% bloei en in zaadafrijping; de late rassen werden geoogst voor bloei en bij 50% bloei.
Eerste resultaten invloed zaai- en oogsttijdstip
- De resultaten tonen dat vroeger oogsten van late rassen zorgt voor kleinere planten en een lagere biomassa-opbrengst.
- Dit jaar werden er tussen de verschillende oogsttijdstippen van de vroege rassen geen algemene trends waargenomen.
- Het stro zal in het voorjaar van 2026 gezwingeld worden om het effect op de lange vezelopbrengst en -kwaliteit te kunnen bepalen.
De proef zal herhaald worden in 2026. Verder zal ook de invloed van factoren tijdens het rotingsproces, bijvoorbeeld de dikte van het zwad, rollen na de oogst, het keren… onderzocht worden in een veldproef in 2026.
Rassenproef
Er werd ook een rassenproef op semi-praktijkschaal aangelegd om mogelijke rasverschillen in de verdere mechanisatiestappen te onderzoeken. Op telkens 0,4 ha werden de vroege rassen USO31, Santhica 27, Bialobrzeskie en Nashinoïde 15 uitgezaaid. Ook deze proef werd gerold na zaai. Bij twee rassen werden ook twee verschillende zaaidichtheden toegepast.
Door de droogte na de zaai varieerde de uiteindelijke plantdichtheid tussen 98 en 157 planten/m². Normaliter verwachten we eerder tussen 250 en 400 planten/m². Plantlengte en -diameter waren echter aanvaardbaar. Ook van deze proef zal het stro begin volgend jaar gezwingeld worden.
Meerjarige opvolging praktijkvelden
Naast de proeven in Bottelare volgen Inagro en Praktijkpunt Landbouw Vlaams-Brabant gedurende 4 jaar praktijkvelden op. Op die manier kunnen vezelkwaliteit, -kwantiteit en het verloop van het zwingelen over de jaren heen vergeleken worden.
Opvolging 2025: vijf velden in twee regio's
Concreet werden voor 2025 in twee verschillende regio’s vijf velden opgevolgd. Op deze velden werden de rassen Nashinoïde 15, USO31, Santhica 27 en Bialobrzeskie uitgezaaid in de periode eind april en begin mei.
- In regio A werden Nashinoïde 15 (50 kg/ha) en Santhica 27 (80 kg/ha) uitgezaaid.
- In regio B werden Nashinoïde 15, USO31 en Bialobrzeskie uitgezaaid aan 83 kg/ha.
De grafieken hieronder geeft de plantdichtheid 30 dagen na zaai (30 DAS), de plantdichtheid bij oogst, de planthoogte bij oogst en de stengeldiameter bij oogst weer van de desbetreffende velden. Voor textielhennep wordt een gewaslengte ±2,30 m en een stengeldiameter van ca. 5 mm nagestreefd. In regio A was de plantdichtheid laag, terwijl we in regio B een zeer goede opkomst zagen. Net voor oogst werd de plantdichtheid opnieuw bepaald, waarbij uitdunning van het gewas werd vastgesteld in regio B. De grafieken tonen duidelijk aan dat een hoge plantdichtheid zorgt voor kleinere en fijnere planten.
Kiemkracht verhogen om zaadkost te verlagen
Een goede opkomst is cruciaal voor het bekomen van een optimale plantlengte en stengeldiameter voor textielhennep. Hiervoor is bij opkomst een minimale dichtheid van 250 planten/m² vereist. Voor hennep wordt doorgaans een kiempercentage van 60% verwacht. In de praktijk zullen telers daarom ±80 kg/ha uitzaaien om zo een voldoende hoge plantdichtheid te realiseren.
Binnen het project willen we onderzoeken of het mogelijk is om het kiempercentage te verhogen, zodat de zaaidichtheid naar beneden kan en bijgevolg ook de zaadkost. In 2025 werd daarom een proef met zaaizaadontsmetting aangelegd en een proef met twee zaaimachines waarbij het zaaizaad op verschillende dieptes werden gezaaid (niet weergegeven, geen duidelijke resultaten).
De grafiek hiernaast toont de resultaten van de proef met de zaaizaadontsmetting. Hoewel er geen statistische verschillen zijn tussen de objecten, lijkt de zaaizaadontsmetting wel een positief effect te hebben. Beide proeven zullen in 2026 worden herhaald.
Optimalisatie mechanisatie en economische rendabiliteit
Doorheen alle proeven worden de werkzaamheden die nodig zijn voor de teelt en verwerking van hennep in kaart gebracht en zullen de resultaten daarvan gelinkt worden aan de vezelopbrengst en -kwaliteit. Op die manier willen we inzichten verwerven in de optimale afstellingen van de machines en de economisch rendabiliteit van textielhennep. De eerste resultaten daarvan worden verwacht in 2026.
Meer info?
Dit onderzoek wordt uitgevoerd in kader van het VLAIO LA-project Flaxy-HEMP.