Grasland managen bij droogte en hitte
Het is de laatste maanden opnieuw droog. In Roeselare meten we een neerslagtekort van 93 mm voor de periode 1 januari tot en met 30 juni ten opzichte van het langjarig gemiddelde volgens het KMI. Op andere plaatsen in de provincie kan het neerslagtekort nog groter zijn. Droogte en hitte tasten de conditie van het grasland aan. Gras stopt met groeien bij hoge (bodem)temperaturen, met open plekken en dus meer ruimte voor onkruiden als gevolg. Gras heeft op zich wel een goed herstellend vermogen, maar toch kunnen maatregelen genomen worden om de schade te beperken.
Laat het gras met rust
Tijdens droogte staat de grasgroei zo goed als stil. Maaien of beweiding kan in deze periode veel schade veroorzaken aan het gras, door berijding en betreding. Wanneer het gras begraasd of gemaaid wordt, gaat de plant zijn energie in de hergroei van het blad stoppen. Hierdoor heeft het gras niet meer genoeg energie over in de wortels om de droogte te overleven.
Maaien is wel interessant als je de bloei wil stoppen om hergroei te stimuleren zodra er regen komt. De maaihoogte is hierbij ook cruciaal, zorg dat je zeker het groeipunt niet raakt. Streef naar minimum 8 cm, maai je korter dan komt de hergroei nog meer in het gedrang.
Bemest niet tijdens droogte
Wacht met bemesten tot er neerslag valt of combineer de bemesting met beregening want toediening van drijfmest of kunstmest in een droge periode is niet zinvol.
- Nutriënten kunnen namelijk niet door de plant worden opgenomen als geen vocht in de bodem aanwezig is.
- Door de berijding wordt het grasland ook onnodig belast.
- Bij bemesting met drijfmest is daarnaast ook kans op verbranding.
- Ook het verdunnen van de drijfmest met 20 tot 30% water wordt in deze sterk aangeraden. Wees kritisch over het effect van het injecteren van drijfmest in de graszode.
Kalium is ook belangrijk
Kalium zorgt voor de stevigheid van de plant en verhoogt de weerstand tegen onder andere droogte. Lagere drijfmestgiften en wisselende gehalten aan kalium in rundveedrijfmest zorgen voor een risico op kaliumtekort. Zeker wanneer een zware snede wordt gemaaid, wordt een aanzienlijk deel kalium afgevoerd. Houd dus niet enkel de stikstofbemesting in de gaten, maar kijk ook na of kalium aangevuld moet worden.
Integreer klavers en kruiden in de zode
Het is misschien nog wat vroeg, maar bij inzaai van nieuwe percelen is het zeker te overwegen om ook klavers en eventueel kruiden in te zaaien. Percelen met klavers en kruiden zijn namelijk resistenter tegen droogte. Ook in nattere jaren moet grasklaver of productief kruidenrijk grasland niet onderdoen ten opzichte van puur gras. Kruiden zoals smalle weegbree of cichorei ontwikkelen diepe wortels die toegang hebben tot vocht uit diepere bodemlagen waardoor ze langer kunnen doorgroeien en dus droogteresistenter zijn. Ook rode klaver kan door zijn penwortel beter met de droogte omgaan. Deze variatie aan diepere wortels verbetert ook de bodemstructuur en waterinfiltratie. Het voordeel van witte klaver is dat deze de open plekken die ontstaan terug kan invullen.
Kijk het grassenbestand na
Het is vooral belangrijk om richting het najaar te bepalen hoe het grassenbestand er bij staat. Zijn het vooral goede grassoorten, zoals Engels raaigras, timothee, beemdlangbloem en festulolium of zijn er ook slechte grassen zoals straatgras, kweek en vossenstaart aanwezig?
Wanneer er nog 60-80% goede grassen aanwezig zijn, kan worden doorgezaaid. Om tot een geslaagde doorzaai te komen is vocht echter een belangrijke factor. Daarnaast moet de concurrentie van de bestaande zode ook zo laag mogelijk gehouden worden. De kans op een volledig geslaagde doorzaai is laag. Bij minder dan 60% goede grassen is graslandvernieuwing aangewezen. Kijk zeker na of er op jouw percelen beperkingen zijn in verband met het vernieuwen en/of scheuren van grasland.
Meer info