Eerste stappen naar aardbeiteelt met circulaire meststoffen
Binnen het VLAIO-LA project HerMest onderzoekt Inagro hoe circulaire meststoffen praktisch inzetbaar zijn in de aardbeiteelt. De eerste resultaten tonen aan dat deze meststoffen veilig en effectief kunnen worden toegepast tijdens de opkweekfase op het trayveld, zonder negatieve impact op de opbrengst of kwaliteit van de aardbeien.
Circulaire meststoffen als duurzaam alternatief
In hydrocultuur wordt traditioneel gewerkt met minerale meststoffen vanwege hun zuiverheid en constante samenstelling. Deze zijn echter duur, terwijl er lokaal een overschot aan dierlijke mest is. Circulaire meststoffen kunnen hier een duurzaam en kostenefficiënt alternatief bieden.
In 2023 startte Inagro binnen het VLAIO-LA project HerMest met praktijkproeven om na te gaan of circulaire meststoffen – vloeibare bijproducten van mestverwerking – een duurzaam alternatief kunnen vormen voor minerale meststoffen in de opkweek van aardbeiplanten op het trayveld. De eerste resultaten waren veelbelovend: de planten ontwikkelden zich goed, zonder visuele afwijkingen of opbrengstverlies. In de zomer van 2024 werd een vervolgproef uitgevoerd om de impact van verschillende ammoniumverhoudingen verder te onderzoeken.
Praktijktesten gaven kwalitatief sterk plantgoed op het trayveld
Tijdens de opkweek op het trayveld in 2023 werden alle bemestingsbeurten uitgevoerd met een mix van minerale en circulaire meststoffen. In geen enkel object trad er fytotoxiciteit op. De planten ontwikkelden zich goed en vertoonden geen visuele afwijkingen. Er kon kwalitatief sterk plantgoed met een mooie doorworteling worden gerooid. Om subtiele effecten op fotosynthese of stress te detecteren, werden chlorofyl-, anthocyaan- en flavonoïdegehaltes gemeten, maar er werden geen significante verschillen vastgesteld. Ook bloemknopanalyses toonden geen verschillen tussen planten die enkel met minerale of met gemengde meststoffen werden bemest.
Geen economische impact op opbrengst en kwaliteit
Dezelfde planten werden in de productiefase (januari tot mei 2024) verder opgevolgd onder een standaard mineraal bemestingsschema. Zo konden eventuele verschillen worden toegeschreven aan de toepassing van circulaire meststoffen in de opkweekfase.
De resultaten toonden enkel subtiele verschillen: in de lagere sorteringsklassen (B en C) lag het vruchtgewicht iets lager, wat leidde tot een licht lager totaalgewicht. In de hoogste, economisch belangrijkste sorteringen waren er echter geen significante verschillen. Ook op vlak van vruchtkwaliteit (zoals brix en hardheid) en bewaring werden geen afwijkingen vastgesteld.
Vervolgproef in 2024 bevestigt eerdere bevindingen
Om beter te begrijpen of kleine opbrengstverschillen te wijten waren aan de meststofkeuze of aan de verhouding ammonium/nitraat, werd in 2024 een vervolgproef opgezet. Daarbij werden verschillende ammoniumverhoudingen getest. Ook in deze recente proef werden geen negatieve effecten vastgesteld op plantkwaliteit of opbrengst, wat de eerdere positieve resultaten verder ondersteunt.
Kennisdeling als sleutel tot succes
Naast technische haalbaarheid zet het HerMest-project sterk in op kennisdeling. Via demonstraties en gerichte communicatie worden telers geïnformeerd over de mogelijkheden van circulaire meststoffen. Zo draagt het project bij aan een duurzamere en economisch rendabele tuinbouw.