Bodem en koe in balans: eigen eiwit telen voor een gezond melkveebedrijf
Circulaire melkveehouderij probeert kringlopen te sluiten. Zo proberen landbouwers zoveel mogelijk eigen voeder op eigen bodem te telen. Meer eigen teelten betekent automatisch meer aandacht voor bodemzorg: wat goed is voor de bodem, is ook goed voor de koe.
Zo worden deze landbouwbedrijven minder afhankelijk van prijsschommelingen van kunstmest of kracht- en eiwitvoeders. De link tussen bodem en koe vraagt onderzoek: leveren mengteelten naast bodemvoordelen ook voldoende voederwaarde? Hoe verbeter je mestkwaliteit? En welke effecten hebben deze maatregelen op de gezondheid van de koe en de portemonnee van de landbouwer?
Alternatieve eiwitbronnen: soja vervangen?
Op een melkveebedrijf werd gezocht naar alternatieve eiwitbronnen.
- Veldbonen werden voor het eerst geteeld.
- Getoaste veldbonen werden getest als vervanger voor sojaschroot. Door een hittebehandeling met suikers ontstaat een Maillard-reactie, waardoor de pensafbreekbaarheid daalt en de DVE stijgt. Resultaat: smakelijk product, geen negatieve impact op melkproductie of gehaltes.
Maar: hogere voederkost maakt het economisch minder interessant dan sojaschroot. Zelf toasten zonder suiker is enkel rendabel voor biobedrijven; voor gangbare bedrijven is toasten te duur.
Mengteelten: onderschat in rantsoensystemen?
Mengteelten verbeteren de bodemkwaliteit én brengen bedrijfseigen eiwit in het rantsoen. Toch lijken ze op voederanalyses vaak teleurstellend vergeleken met mais. Worden ze onderschat in het VEM/DVE-systeem? Kan het CNCPS-systeem, wereldwijd gebruikt, beter inschatten?
Koen De Sutter (Milk@vice) licht CNCPS toe.
Het CNPCS-rantsoensysteem heeft meer ijklijnen gebaseerd op mengteelten, waardoor méteil of grasklaver bijvoorbeeld beter op waarde geschat kunnen worden.
CNCPS houdt rekening met factoren die in de praktijk een groot verschil maken, zoals hittestress, passagesnelheid van het voer en de verteerbaarheid van vezelfracties (NDF, ADF, lignine). Daarnaast zijn ook voersaldo en kosten van het rantsoen beter in beeld, en gaat het systeem meer rekenen op pensniveau dan op darmniveau.
Praktijktest
- Graskuil: VEM/DVE schat 12% RE, CNCPS 13%.
- Méteilkuil: VEM/DVE 8% RE, CNCPS 11,3%.
→ Verschil van 3,5% ruw eiwit! CNCPS lijkt een waardevol alternatief, maar vraagt veel input en verdere praktijkervaring. B3W onderzoekt dit verder.
Gras laat de grond rusten, klavers verrijken het, en de koeien zorgen ervoor dat wij ervan kunnen leven.
Johan Boussemaere
Johan: “Ons bodemleven is de batterij van het bedrijf”
Johan en Isabel Boussemaere uit Diksmuide zetten volop in op graskruiden en vers gras.
Er is niets beters voor de koe dan vers gras.
Inkuilen veroorzaakt eiwitverlies, waardoor je vaak soja moet bijvoeren. De graskruidenzode blijft 3 à 4 jaar liggen en wordt daarna gescheurd. Zo krijgt de bodem rust, ontstaat een diverse beworteling en floreert het bodemleven.
Ons bodemleven is de batterij van het bedrijf.
De kruiden brengen ook mineralen en spoorelementen omhoog, zichtbaar in het rantsoen. Johan gebruikt geen drijfmest in het voorjaar: het gras groeit dan iets trager, maar blijft in de zomer langer groen. Extremen worden uitgevlakt, en dat is een groot voordeel.
Mestzeven als spiegel van de koe
Tijdens ons bedrijfsbezoek bij Johan en Isabel zeefden we mest in de stal. Zo zie je snel hoe goed het rantsoen in de pens wordt verteerd.
- Onverteerde delen zoals plantenresten en vezels geven een signaal dat de verhouding tussen pensenergie en -eiwit mogelijk niet klopt, of dat er structuur ontbreekt in het rantsoen.
- Donkere, klei-achtige brokjes kunnen wijzen op te veel onverteerd zetmeel, wat in de darm verzuring kan veroorzaken.
Het mooie aan mestzeven is dat je niet alleen waardevolle informatie krijgt, maar ook bewust bezig bent met de koe en het rantsoen. Door regelmatig te zeven, zie je letterlijk het resultaat van je voederstrategie en kun je sneller bijsturen.
Meer info?