Aardvlooien in vlas: cruciale opkomstfase vraagt extra waakzaamheid
Ook dit jaar zijn de aardvlooien tijdig van de partij. In België is zo goed als alle zomervlas intussen ingezaaid en beginnen de eerste plantjes zich te tonen. Zelfs voor ze volledig boven zijn, kan al schade optreden. De opkomst, tot een gewashoogte van 5cm is cruciaal voor het vlas waarbij veel waakzaamheid nodig is om snel te kunnen ingrijpen indien nodig. Deze insecten worden zeker niet alleen gesignaleerd in het vlas, maar brengen ook veel schade toe in kolen, koolzaad en zelfs in de bieten.
Jonge vlasplanten zijn in de eerste groeifase bijzonder kwetsbaar voor vraatschade door aardvlooien. Zodra het gewas 5 à 10 cm hoog is, daalt het risico op ernstige schade sterk.
De uitdaging bestaat er dus in om de planten zo snel en uniform mogelijk door deze eerste groeiperiode te loodsen.
Levenscyclus van de aardvlo
Aardvlooien worden in het voorjaar actief zodra de temperatuur stijgt tot ongeveer 12–14 °C.
- Overwinterende volwassen kevers komen uit hun schuilplaatsen en beginnen zich te voeden met jonge bladeren en groeitoppen van vlas.
- Vanaf april–mei worden eitjes afgezet in de bodem.
- In de loop van de zomer ontwikkelt zich een nieuwe generatie volwassen kevers.
- In het najaar, vanaf oktober, trekken de dieren opnieuw naar overwinteringsplaatsen. Er wordt aangenomen dat de kevers vervolgens een diapauze doormaken om in het voorjaar opnieuw actief te worden.
De exacte plaats waar larven zich ontwikkelen is nog niet volledig gekend. Mogelijk gebeurt dit zowel op percelen zelf als in randen of natuurlijke vegetatie zoals struiken of graskanten.
Factoren die het risico op aardvlooien verhogen
Volgende factoren kunnen zorgen voor een verhoogde kans op aardvlooien op uw perceel:
- Grof zaaibed: een kluiterig zaaibed biedt schuilplaatsen voor aardvlooien. Een fijn en egaal zaaibed vermindert hun overlevingskansen en bevordert een snelle en uniforme opkomst.
- Trage opkomst en jeugdgroei: dit verlengt de kwetsbare fase van het gewas. Koude, droge of natte omstandigheden houden het vlas langer in een gevoelig stadium. Zaaien onder ideale omstandigheden (temperatuur, vocht) verhoogt de groeisnelheid en verkleint het risico op schade.
- Aanwezige landschapselementen: struiken, bomen, houtkanten of perceelsranden met een strooisellaag vormen overwinterings- en schuilplaatsen voor aardvlooien en vergroten zo de druk op aangrenzende percelen.
- Nabijheid van wintervlas: mogelijke migratie naar zomervlaspercelen.
- Ongelijke of dubbele opkomst: deze percelen blijven langer kwetsbaar omdat jonge plantjes voortdurend aanwezig zijn. Dit verlengt de aantrekkelijkheid van het perceel voor aardvlooien.
- Warme en droge weersomstandigheden na opkomst: aardvlooien zijn actiever bij warm en droog weer, wat de vraatschade kan versnellen.
- Vroege zaai: Dit kan samenvallen met de eerste activiteit van aardvlooien, waardoor jonge planten extra risico lopen.
Erkende middelen en juiste toepassing
Een overzicht van erkende insecticiden tegen aardvlooien in vlas (2026) vind je hieronder en is beschikbaar via www.fytoweb.be. Raadpleeg de Inagro gewasbeschermingsapp voor de recentste update van de de erkende middelen.
De meeste erkende insecticiden in vlas hebben een contactwerking. Timing is dus cruciaal. Belangrijke aandachtspunten bij deze producten:
- Behandel bij aanwezigheid van aardvlooien: het product moet in contact komen met de insecten. De aardvlooien zijn het actiefst bij zachte temperaturen en bij zonnig weer.
- Vermijd behandeling bij veel wind en/of regen.
- Gebruik voldoende water om een goede contactwerking te verkrijgen.
- Behandel niet tijdens het warmste moment van de dag, vooral wanneer het te warm en te droog is.
- Varieer in actieve stoffen om resistentie te vermijden.
Middelen op basis van de actieve stof acetamiprid hebben naast een contactwerking ook een systemische werking.
Monitoring en onderzoek in Vlaanderen
Binnen het VLAIO LA-project ‘IPM aardvlooien: systeemgerichte aanpak van aardvlooien’ wordt de plaag sinds 2024 intensief opgevolgd. Het doel is om de levenscyclus, verspreiding en overwintering in vlas- en koolteelten beter te begrijpen en gerichter te kunnen beheersen. Zo kunnen we telers ondersteunen in het anticiperen op een probleem dat de laatste jaren duidelijk aan belang wint.
In Vlaanderen worden sinds 2024 jaarlijks:
- 10 percelen gemonitord (4 wintervlas en 6 zomervlas)
- via verschillende monitoringstechnieken zoals: plakvallen, vangschalen, uitsluipvallen en bodemstalen.
Op die manier brengen we de cyclus en overwinteringsplaatsen van deze insecten in beeld. Uit de intensieve monitoring de afgelopen twee jaar blijkt dat in vlas voornamelijk twee soorten voorkomen:
- kleine vlasaardvlo: Longitarsus parvallus
- vlasaardvlo: Aphtona euphorbiae
Dit zijn andere soorten dan die typisch voorkomen in kool- of koolzaadteelten.
Praktijkproef en toekomstgericht onderzoek
Naast monitoring loopt dit seizoen ook een veldproef bij Inagro om de werking van verschillende beheersingtechnieken en -producten te testen, waaronder biocontroleproducten.
Hierbij wordt niet alleen gekeken naar aantallen aardvlooien, maar ook naar de effectieve schade op perceelsniveau.
Blijf opvolgen en grijp tijdig in