Vogelstoppels
Graanstoppels trekken in de winter heel wat akkervogels aan. Laat ze liggen tot na het broedseizoen en heel wat soorten vinden er mogelijks ook voedsel en nestgelegenheid in die cruciale periode. Een kansrijke maatregel voor akkervogels, maar wat zijn de landbouwkundige gevolgen van deze langere periode van braakligging? Wat blijkt? Deze vorm van 'niets doen' is interessanter dan je misschien zou denken. We vatten hieronder kort de belangrijkste ervaringen en resultaten van de afgelopen twee jaar voor je samen. Of lees het rapport voor meer gedetailleerde info, cijfers en beelden.
Vogelstoppels: wat en waarom?
Veel akkervogels gaan er nog steeds op achteruit. Dit is al lang geen geheim meer en de belangrijkste oorzaken binnen de landbouw zijn gekend. Vroege maaibeurten, intensieve grondbewerking, hoog mest- en pesticidengebruik, afname van de bodemkwaliteit,… zorgen ervoor dat open, structuurrijke habitat verdwijnt en voedsel voor akkervogels schaarser wordt. Toch schuilt in de landbouw tegelijkertijd ook een deel van de oplossing.
Het langdurig aanhouden van graanstoppels - ook wel 'vogelstoppels' genoemd - is een veelbelovende éénjarige volleveldse maatregel. In plaats van de akker na de graanoogst meteen te bewerken, bemesten, in te zaaien met een vanggewas en klaar te leggen voor de volgende teelt, blijven deze graanstoppels na de oogst van het graan één jaar onaangeroerd liggen (geen bemesting, geen gewasbescherming, geen bodembewerkingen). Een jaartje niets doen dus. Ten vroegste vanaf 15 juli, na het broedseizoen, worden de akkers uiteindelijk terug bewerkt en beteeld.
Graanstoppels als winterse oase
Overwinterende graanstoppels zijn een meerwaarde voor akkervogels. Soorten als veldleeuwerik, patrijs en gele kwikstaart kun je vaak op en rond deze graanstoppels spotten:
- Graanresten en zaden van de vele spontaan opgekomen 'onkruiden' in deze stoppels zijn een welgekomen bron van wintervoedsel wanneer er elders nog amper iets te rapen valt.
- Op de kale bodem kunnen akkervogels gemakkelijk rondlopen op zoek naar eten.
- Door de stoppels zijn ze goed gecamoufleerd.
Ondanks dat velen het belang van graanstoppels voor akkervogels onderstrepen, komen ze steeds minder voor in het landschap. Na de oogst worden ze doorgaans in sneltempo bemest, geploegd en ingezaaid met een vanggewas.
En wat na de winter?
Ook in het daarop volgende voorjaar en broedseizoen kunnen onbewerkte graanstoppels waardevol zijn voor akkervogels. Hun open structuur van bloeiende kruiden en heropslag van granen trekt heel wat insecten aan en voorziet een veilig plekje om eventueel te nesten. Dit leek in het verleden alvast het geval waar graanstoppels per toeval iets langer bleven aanliggen in het broedseizoen en zo heel wat akkervogels aantrokken.
Het langer laten aanliggen van een graanstoppel is daarom al een bestaande beheerovereenkomst voor akkervogels in het Verenigd Koninkrijk en ook in Nederland wordt hiermee geëxperimenteerd.
Vlaamse vogelstoppels?
Is dit ook in Vlaanderen een kansrijke maatregel voor akkervogels? Dat het een relatief eenvoudige maatregel is zonder ingewikkelde maaischema's en af te voeren beheerresten is alvast mooi meegenomen.
- In het VLM beheergebied voor akkervogels in Sint-Denijs (Zwevegem) experimenteerden we in de periode 2021-2023, weliswaar op beperkte schaal, met deze innovatieve akkervogelmaatregel die we 'vogelstoppels' zijn gaan noemen.
- Verspreid over de afgelopen twee jaar (2023-2025) legden enkele landbouwers in Midden-West-Vlaanderen samen 11 vogelstoppels aan, variërend in oppervlakte van 0,5 tot maximaal 1 ha per vogelstoppel. Naast vogelstoppels na graan werden ook alternatieven verkend. Zo experimenteerden we met stoppels na mais (snijmais en korrelmais) of met graanstoppels mét inzaai van een vanggewas. Om ook later broedende akkervogels zoals de patrijs de beste kansen te geven, bleven alle vogelstoppels hier minstens aanliggen tot 1 augustus.
Vogelstoppels onder de loep
Vanuit landbouwkundig oogpunt kan de vogelstoppel gezien worden als een welgekomen jaar rust van het perceel. Tezelfdertijd werk je aan een gezond bodemleven en de vele nuttige insecten die je op een vogelstoppel herbergt, kunnen ook bijdragen aan de bestuiving en natuurlijke plaagbestrijding in de teelten rondom.
Toch zijn er alvast een aantal kritische bedenkingen mogelijk bij het aanleggen van vogelstoppels. Door verkennend met deze akkervogelmaatregel aan de slag te gaan, probeerden we volgende concrete vragen te beantwoorden:
- Hoe evolueert de vegetatie op een vogelstoppel en wat met probleemonkruiden?
- Wat is de impact op het nitraatresidu in de bodem?
- Welke vogelsoorten maken tijdens de winter en het broedseizoen gebruik van vogelstoppels?
1. Weinig of geen probleemonkruiden
Op alle drie de stoppeltypes (na graan, na snijmais of na korrelmais) stelden we weinig problemen vast op vlak van onkruiddruk. Kruiden waren vaak massaal aanwezig, maar probleemonkruiden maakten zelden een belangrijk aandeel uit van de vegetatie. Slechts op één perceel moest vroegtijdig ingegrepen worden vanwege een te sterke aanwezigheid van haagwinde. Bij de voorafgaande selectie van de vogelstoppels was er weliswaar bijzondere aandacht om geen percelen met een historiek van probleemonkruiden op te nemen in de proefopzet. Een aanpak die we ook bij eventuele opschaling sterk aanraden!
Sommige vogelstoppels bleven ook na 1 augustus nog even aanliggen. Het langer aanhouden doorheen de zomer lijkt vooral bij stoppels na mais niet altijd de beste keuze, waarbij we vaak een snel toenemende druk van probleemonkruiden zagen.
2. Nitraatresidu is aandachtspunt
Hoewel een jaar als vogelstoppel een welgekomen rustperiode is voor de bodem, bleek dit nauwelijks een impact te hebben op de bouwvoor.
Op vijf van de zeven vogelstoppels na mais overschreed het nitraatresidu wel de eerste drempelwaarde. De hoogste waarden werden gemeten op de percelen met een opvallend hoger organisch koolstofgehalte, wat doet vermoeden dat dit mede het gevolg is van de hogere natuurlijke stikstofremineralisatie.
Op de vogelstoppels na de teelt van wintergranen werd een vanggewas ingezaaid. Nitraatresidu bleef hierdoor laag. Of heropslag van granen en kruiden op deze stoppels, zonder inzaai van een vanggewas, voldoende is om vogelstoppels na wintergraan onder de drempelwaardes te houden, kan niet uit deze proef afgeleid worden.
3. Aantrekkelijk voor heel wat soorten
In totaal werden 94 soorten vogels, waarvan heel wat typische akkervogels, waargenomen of gehoord over de 11 vogelstoppels heen. Vooral op en rond de vogelstoppels na snijmais en graan telden we het meeste soorten. Sommigen leken een voorkeur te hebben voor een specifiek stoppeltype.
- Soorten als graspieper, grasmus, patrijs en fazant hoorden we enkel op de snijmaisstoppels.
- Buizerd en zwarte roodstaart vooral op de korrelmais
- Ringmus en Cetti's Zanger enkel op de graanstoppels.
Er waren ook seizoenale verschillen. De vogelstoppel bleek vooral in de winter en de lente het meeste soorten aan te trekken. In de herfst zagen en hoorden we vooral trekvogels (kneu, graspieper, rietgors, veldleeuwerik), waarschijnlijk op zoek naar granen en zaden op de stoppels.
Enkele soorten kwamen effectief tot broeden op de vogelstoppels. Een koppel patrijs met een tiental kuikens werd aangetroffen op één van de stoppels na snijmais. Gele kwikstaart en roodborsttapuit vertoonden eveneens broedgedrag.
Beloftevolle maatregel
De metingen, waarnemingen en opgedane praktijkervaring op de elf experimentele vogelstoppels over twee proefjaren bevestigden het interessante potentieel van de vogelstoppel als volleveldse akkervogelmaatregel.
De heterogene en variërende structuur van de vegetatie, samen met het voedselaanbod, vormen gedurende de volledig aanhoudingsperiode een aantrekkelijk habitat voor heel wat akkerfauna, waaronder ook verschillende soorten akkervogels en hun kuikens. De vele nuttige insecten die aangetrokken worden, kunnen ook voor de teelten rondom interessant zijn. Onkruidproblemen bleven hier heel beperkt en werden doorgaans ook niet als problematisch ervaren door de deelnemende landbouwers.
Daarnaast werd opnieuw duidelijk dat de eenvoud van de vogelstoppel als akkervogelmaatregel zeker een belangrijke factor is. Na de oogst van de mais of het graan is er, naast een eventuele inzaai van een vanggewas, doorgaans geen enkele ingreep nodig tenzij er onkruidproblemen optreden. Er komen verder ook geen maaischema’s of grondbewerkingen aan te pas en zijn er geen kosten voor zaaigoed.
We benadrukken dat dit rapport gebaseerd is op een relatief beperkte proefopzet. Verdere opschaling van dit onderzoek (meerdere percelen, bodemtypes en jaren) is wenselijk om inzichten uit dit rapport verder te onderbouwen.
Meer info?