Warm weer zorgt voor snelle afrijping maispercelen
Wekelijks nemen we stalen van vijf verschillende maisrassen op elf locaties in Vlaanderen. Zo volgen we het drogestofgehalte en de afrijping van de mais nauwgezet op. In dit nieuwsbericht vind je de resultaten van de staalname op 13 augustus.
Afrijping van de mais in Langemark-Poelkapelle
Inagro zaaide de verschillende maisrassen op 30 april uit in Langemark-Poelkapelle. Op 13 augustus bedroeg het gemiddelde drogestofgehalte 29,8%. Dat is een stijging met gemiddeld 5,6 procentpunt tegenover de vorige staalname.
Door de lagere temperaturen en de neerslag verwachten we dat de mais de komende periode trager zal afrijpen. Toch is heel wat mais al vergevorderd. Het blijft daarom belangrijk om de percelen goed op te volgen en de loonwerker tijdig te verwittigen.
Grote variatie tussen en binnen percelen
Veel landbouwers worden geconfronteerd met grote verschillen, zowel tussen percelen als binnen hetzelfde perceel.
- Percelen met voldoende en goed gevulde kolven worden het best gehakseld. Zo kan je een kwalitatieve kuil voor het melkvee maken.
- De keuze is moeilijker bij heterogene percelen. Daar komen soms zowat alle mogelijke kolfvormen voor en is de mais mogelijk al gedeeltelijk verdroogd. Op sommige percelen hangt bovendien een aanzienlijk deel van de kolven, waardoor de afrijping wordt verstoord. Voor deze percelen zijn er verschillende mogelijkheden:
- Hakselen is een optie, maar hou dan rekening met een lagere voederwaarde.
- Je kan ook overwegen om de mais als MKS of CCM te oogsten. Zo kan je toch nog een zetmeelrijk product oogsten.
Bespreek de situatie bij voorkeur met je voeradviseur. Samen kan je bekijken hoe je deze mais het best valoriseert in het rantsoen.
Wat met de andere locaties in Vlaanderen?
Over alle rassen en locaties heen bedroeg het gemiddelde drogestofgehalte 30,7%. Dit is een toename van gemiddeld 5,4% ten opzichte van de vorige staalname.
De resultaten verschillen duidelijk per locatie:
- In Poperinge werd de grootste stijging genoteerd.
- Het ultravroege ras P7179 haalt een drogestofpercentage van meer dan 40%.
- Het vroege ras LG32257 komt uit op 38,3%.
- De latere rassen SY Remco en SY Frejya halen ongeveer 30%.
- In Sint-Niklaas worden de hoogste droge stofgehaltes genoteerd. Alle rassen zijn hier (meer dan) hakselklaar.
- De locatie Achel, wat een beregend perceel is, laat de laagste cijfers zien. Dit perceel rijpt duidelijk trager af dan de andere locaties.
- De kolfloze mais op het perceel in Bocholt steeg gemiddeld zo’n 1,8% in droge stof. Zoals eerder aangehaald, heeft het geen zin om zulke mais zonder kolf nog lang op het veld te laten staan.
Bij een oogst onder 28% droge stof is extra aandacht nodig voor het inkuilproces en mogelijke sapverliezen.