Nieuwe aardappelrassen in proef: resultaten van vroege, halfvroege en late frietrassen 2025
In 2025 werden op vijf locaties in Vlaanderen rassenproeven met vroege, halfvroege en late frietrassen aangelegd in het kader van het Programma Landbouwcentrum Aardappelen. De proeven tonen hoe nieuwe rassen zich verhouden tot bekende referentierassen.
- Amora was de referentie voor de drie nieuwe vroege rassen,
- Zorba voor twee nieuwe halfvroege variëteiten.
- Fontane en Innovator waren de referenties voor de 9 nieuwe late frietrassen.
Deze proeven zijn een samenwerking tussen Inagro, Viaverda en Pibo-Campus.
Goede plantonwikkeling en opbrengst in overwegend droog seizoen
2025 gaat te boek als een zeer droog jaar. Al vanaf het planten was het droog en het bleef ook heel lang (zeer) droog. De aardappel bewees dit jaar nog maar eens hoe sterk hij is. Het wortelstelsel werd van in het begin uitgedaagd om voldoende te ontwikkelen en in combinatie met toch af en toe een beetje regen zonder grote hitte, konden de planten zich goed ontwikkelen met mooie opbrengsten tot gevolg.
- De proefvelden met (half)vroege rassen werden geplant op 27 maart 2025 en 10 april 2025.
- De locaties met late frietrassen werden geplant op 3 april 2025 in Tongeren, 17 april 2025 in Beitem en 8 mei 2025 in Kruisem.
Deze data sluiten goed aan bij de praktijk. Dankzij de aanhoudende droge weersomstandigheden kon het planten vroeg starten en zonder onderbrekingen verlopen.
Resultaten vroege en halfvroege rassen
- Bij de vroege rassen haalde referentieras Amora opbrengsten tussen 40 ton/ha in Zwevezele en 49 ton/ha in Kruisem.
- Bij de halfvroege rassen haalde referentieras Zorba opbrengsten van 51 ton/ha en 44 ton/ha.
- Door de droge bodemomstandigheden lagen de onderwatergewichten hoger dan gewoonlijk, vooral in Zwevezele. Dit resulteerde ook in een hogere blauwgevoeligheid, opnieuw vooral op die locatie.
- De frietkleur was bij alle rassen en op beide locaties zeer goed.
Resultaten late frietrassen
- De opbrengst van Fontane, het meest geteelde frietras in Vlaanderen, lag tussen 53 ton/ha en 67 ton/ha. Verschillende nieuwe frietrassen behaalden zelfs een hoger rendement, terwijl andere rassen onder deze opbrengst bleven.
- Over de drie proeflocaties heen bedroeg de gemiddelde grofte 85%, wat wijst op een goede sortering van de knollen.
- In Beitem en Kruisem realiseerden veel rassen een (zeer) hoog onderwatergewicht. In Tongeren bleef het onderwatergewicht vaak onder 400 g/5 kg, maar wel boven de norm, met uitzondering van één ras. De hoge onderwatergewichten gingen bij meerdere rassen gepaard met een (zeer) hoge blauwgevoeligheid.
- Alle beproefde rassen hadden een uitstekende frietkleur:
- Twee rassen hadden een frietindex van 2,0 - 2,5 (zeer goed – goed).
- Slechts één ras (Alanis) haalde naast een goede bakkleur eveneens een goede kookkwaliteit.