Mooie gewassen en innovatieve proeven op biovelddag Inagro
Een 60-tal bezoekers was op 8 oktober aanwezig op de biovelddag op het proefbedrijf biologische landbouw van Inagro. Voor wie er niet bij kon zijn, brengen we hier een korte samenvatting van de verschillende proeven die voorgesteld werden.
De ondergezaaide groenbemesters (mengsel) in witte kool en knolselder waren een blikvanger. De algemene bedrijfsvoering op het proefbedrijf kun je volgen via onze VLOG Bio@inagro op het Inagro-YouTube kanaal.
Onderzaai in groenten is een delicaat evenwicht tussen gewas, onkruid en droogte
Planten voeden via hun wortelexudaten in belangrijke mate de bodem. Een diverse begroeiing (gewassen, groenbemesters,…) is daarom belangrijk. Dit is een van de insteken van regeneratieve landbouw. Met het EIP-project ‘Groen-te-len’ willen we praktische handvaten ontwikkelen voor de toepassing van dit concept in een intensief biologisch groenteteeltsysteem.
Door een combinatie van on-farm proeven door een 10-tal CSA bedrijven en enkele praktijkproeven op Inagro willen we participatief onderzoeken welke groenbemesters onder welke omstandigheden in welke groenten tot een succesvolle aanpak kunnen leiden. We willen dat de bodem maximaal en divers bedekt is met een minimale impact op de gewasontwikkeling en opbrengst.
Groenbemesters en -mengsels in knolselder en witte kool
Op Inagro werden in 2025 achttien groenbemesters en groenbemestermengsels vergeleken in een open teelt knolselder en een meer gesloten teelt witte kool. Alle groenbemesters werden op twee tijdstippen gezaaid. In de gesloten koolteelt gebeurde dit begin en half juli, op het moment dat het gewas de rijen sloot. In de knolselder werd er begin augustus en begin september ondergezaaid. De groenbedekker die begin augustus werd gezaaid, kwam pas half augustus op toen een eerste keer werd beregend.
Bij beide teelten waren de groenbemesters van het eerste onderzaaimoment het best ontwikkeld en doorgaans behoorlijk in evenwicht met het gewas. Doordat in de knolselder meer mechanisch gewied kon worden voor de onderzaai, was de onkruiddruk lager dan bij de witte kool. Witte microklaver en rietzwenkgras lijken in beide teelten twee waardevolle componenten in een onderzaaimengsel.
Kunnen we natuurlijke plaagbeheersing in kolen en prei ondersteunen?
Het aanleggen van bloemenstroken voor natuurlijke vijanden is inmiddels een vaste praktijk op het proefbedrijf. In koolgewassen zaaien we de oogstgangen in met eenjarige bloemenmengsels.
Dit jaar integreerden we op één perceel prei en ui een strook met de bloemensoorten Lobularia maritima (zilverschildzaad), boekweit en gele kamille.
- Het nectar- en stuifmeelaanbod heeft een positieve invloed op de aanwezigheid van nuttigen, zo blijkt uit onze waarnemingen.
- Ondanks deze bijdrage blijkt de natuurlijke bestrijding van melige koolluis en koolwittevlieg de laatste jaren onvoldoende. De druk is van beide plaaginsecten dit seizoen bijzonder hoog.
Potentiële bijkomende maatregelen getest
In het project BREVAL gaan we na welke bijkomende maatregelen potentieel bieden om zowel in bio als gangbare teelt deze plagen beter onder controle te krijgen. In de proef in spruitkool die hier ligt, testen we de inzet van gaasvlieglarven, al dan niet aangevuld met drie bespuitingen met NeemAzal. In een derde object werd wekelijks behandeld met een proefmiddel dat een fysieke werking heeft op de plaaginsecten. Deze behandelingen vergelijken we enerzijds met een onbehandelde controle en anderzijds in twee verschillende rassen, met name Doric en Neptuno (beide Bejo Zaden). Doric blijkt alvast minder gevoelig voor zowel bladluis als koolwittevlieg.
De volledige proefresultaten zullen we na de oogst in november - december bekendmaken.
Biostimulanten in wortelen
De wortelen, ras Norway (Bejo) gezaaid op 30 mei, tonen een gezond gewas. Op een deel van het perceel zijn verschillende behandelingsschema’s met biostimulanten uitgevoerd. We evalueren de effecten op de plantweerbaarheid, de opbrengst en kwaliteit van de wortelen. Deze proef kadert in het grensoverschrijdende project REFLECHI (2024 – 2028) met als doel groente- en fruitteelten beter bestand te maken tegen klimaatsverandering. Andere Vlaamse, Waalse of Franse partners in het project bekijken de invloed van andere strategieën, o.a. rassenkeuze, in wortelen of gaan het effect na van dezelfde en andere biostimulanten in andere teelten waaronder prei en kolen.
Rassenonderzoek in prei en aardappelen
In de rassenproeven late herfstprei en winterprei waren de eerste verschillen al goed zichtbaar. We zijn benieuwd hoe ze uiteindelijk uit het veld komen.
- Sommige rassen vertonen duidelijk meer aantasting door roest en trips dan andere.
- Ook het gewichtsverschil tussen de rassen begint zich af te tekenen.
De oogst van de rassenproef aardappel werd tentoongesteld. Het was een jaar zonder aardappelziekte, maar de droogte stelde sommige rassen wel op de proef. Binnenkort worden alle rassen geproefd en onderworpen aan een reeks kwaliteitsanalyses.
Organische mulch loont dit jaar in knolselder
Sinds 2021 hebben we een proef met verschillende organische mulchmaterialen op ons proefbedrijf. Dit jaar werd de knolselder geplant met een speciale mulchplant machine, de Mulchtec planter van Live2Give uit Duitsland, die we konden gebruiken dankzij het project SOILSTRUCT. De machine leverde uitstekend werk en kon met één instelling moeiteloos doorheen de verschillende mulchmaterialen en -diktes planten.
In de proeven is het duidelijk dat de mulchmaterialen effect hebben op verschillende factoren.
- Zo kunnen de mulchmaterialen verdamping uit de bodem verminderen en als buffer werken bij overvloedige regenval.
- Ook het bufferend effect op de bodemtemperatuur is mogelijk van belang.
- Daarnaast onderdrukken voldoende dikke lagen (+5cm) onkruidgroei redelijk goed.
Wat ook zeker opvalt is dat er meerjarige effecten spelen bij gebruik van mulchmaterialen met een hogere koolstof/stikstofverhouding (zoals miscanthus, houtsnippers…). Een deel van de stikstof wordt in de bodem vastgelegd tijdens het verteringsproces. Dit betekent dat er minder stikstof beschikbaar is voor de planten en dat kost opbrengst.
De mulchmaterialen met een lagere C/N verhouding (zoals compost, grasklaver en bladeren) zorgen voor een mooie gewasstand. Dat valt dit jaar opnieuw op, zelfs zonder extra bemesting in die proefveldjes. Anderzijds brengen mulchmaterialen als groencompost of grasklaver veel nutriënten aan.
Afhankelijk van het mulchmateriaal waren grote verschillen in de gewasstand van de knolselder zichtbaar. De meeste objecten stonden ook duidelijk zwaarder dan de ongemulchte referentie.
Handelsmeststoffen in industriebloemkool
Met proeven in industriebloemkool onderzoeken we de waarde van enkele commercieel beschikbare organische korrelmeststoffen. We voeren dit onderzoek in het kader van een CCBT-project, omdat er waarschijnlijk een limiet zal komen op het aandeel ammoniakale stikstof in vinasse houdende korrelmeststoffen, waardoor producten als OPF (11-0-5) niet langer toepasbaar zullen zijn voor biologische landbouw.
Uit een gelijkaardige proef die we vorig jaar aanlegden vonden we dat twee producten, die uit restproducten uit de vleesindustrie bestaan, de resultaten van OPF konden benaderen. De zuiver plantaardige alternatieven hadden onvoldoende en/of te trage N-werking. Op heden zijn de verschillen in gewasstand in het veld nog beperkt, al begint het ‘onbemeste’ object zich wel af te tekenen. De opbrengstresultaten zullen moeten uitwijzen of de resultaten van 2024 bevestigd worden.
Zonnebloemen na graan en mengteelt sorghum/mais voor veevoeder
Vorig jaar gingen we voor het eerst van start met de teelt van zonnebloem voor kuilvoerdoeleinden in het kader van een CCBT project. Dit jaar werden deze proeven verder gezet. De proeven moeten in de eerste plaats uitwijzen of zonnebloemen meerwaarde kunnen bieden in het melkvee rantsoen. Ze sprongen in het oog omwille van:
- hun klimaatrobuust karakter.
- hun vetfractie en dus het potentieel tot het aanbrengen van onverzadigde vetzuren in het herkauwerrantsoen.
- Daarnaast kan men zonnebloemen nog tot tamelijk laat in het seizoen zaaien, waardoor men ze, in theorie, nog na de oogst van wintergraan op het veld kan installeren. Hierdoor zou men twee ruwvoergewassen per jaar van één perceel kunnen halen.
Gevarieerd zaaitijdstip blijkt in praktijk minder evident
- Vorig jaar zorgde de natte zomer voor aanzienlijke opbrengstverliezen bij een later zaaitijdstip. Dit kwam voornamelijk doordat Sclerotinia de overhand kreeg alvorens er een optimaal DS% werd bereikt.
- Ook dit jaar lijkt het erop dat we met deze latere zaai lagere opbrengsten zullen oogsten. Ditmaal is het witziekte die roet in het eten gooit.
We willen het potentieel van zonnebloem na graan nog niet helemaal verwerpen, maar er lijken toch wel belangrijke aandachtspunten te zijn.
Mengteelt sorghum/mais
Naast zonnebloem, wordt er op onze biohoeve om dezelfde reden al enkele jaren ingezet op de teelt van sorghum. Sorghum zou beter droogte verdragen dan mais, en op die manier in droge jaren de opbrengst kunnen verzekeren. Omdat we meerdere malen ondervonden dat sorghum qua voederwaarde niet kan tippen aan mais, en het object mengteelt vorig jaar (ondanks de neerslag) toch mooi uit de proef kwam, werd er dit jaar ingezet op de mengverhouding van beide gewassen.
De droogte dit jaar liet zien dat men met een mengteelt van sorghum en mais (50:50) een meeropbrengst van 600 kg/ha kan bekomen t.o.v. zuivere maisteelt. En ook de voederwaarde kwam er met dit object het beste uit. Ons perceel bevatte nog voldoende vocht, waardoor de teelten relatief weinig last ondervonden van de droogte. Bij droogtegevoelige percelen zou dit verschil vermoedelijk nog meer uitgesproken zijn geweest.
Demonstratie wastrommel
Tot slot demonstreerden we de werking van onze middelgrote wastrommel die bij ons vooral gebruikt wordt om wortelen te wassen. (Kleinschalige) biologische groentetelers zijn vaak op zoek naar een geschikt toestel en vinden die niet op de tweedehandsmarkt of bij courante mechanisatiebedrijven in Vlaanderen. Het toestel dat wij gebruiken komt uit Frankrijk. Er zijn twee constructeurs actief die kleinschalige trommelwassers aanbieden in verschillende afmetingen en capaciteiten: Bailly en Michalak.
Meer info?