Nieuwe frietrassen onder de loep: eerste inzichten uit de rassenproeven 2025
Het vergelijken van nieuwe aardappelrassen met gekende referenties blijft een vaste waarde binnen de proefveldwerking. Ook dit voorjaar werden door Inagro twee proefvelden geplant: late frietrassen in Beitem en (half) vroege frietrassen in Zwevezele. Deze proeven kaderen binnen het Landbouwcentrum Aardappelen (gefinancierd door de Vlaamse Overheid). Viaverda (Kruisem) legde de twee zelfde rassenproeven aan terwijl in Tongeren de late frietrassen werden geplant door PIBO Campus.
Verschillende segmenten
Bij de late frietrassen kunnen we de rassen opsplitsen in het segment van Fontane of het segment van Innovator.
- Fontane is geschikt is voor meerdere markten (typische Belgische frietindustrie, restaurant,…). De nieuwe rassen Germi 300, Invictus, Karelia, Montis, Otolia en Virgil kunnen vergeleken worden met Fontane.
- Innovator is vooral bestemd voor de fastfoodketens (zoals McDonals, Quick,…). De nieuwe rassen Alanis, Messi en Sidney behoren ook tot dit segment.
De vroegheid van de rassen varieert dit jaar tussen 4,0 voor Virgil (cfr. Markies) en 6,5 voor Innovator, Messi en Montis. De andere rassen zitten er tussenin, zoals de referentie Fontane.
Bij de (half)vroege rassen kunnen we twee groepjes maken naargelang de vroegheid;
- vroeg zoals de referentie Amora
- of eerder middenvroeg zoals Zorba
De nieuwe rassen Francis, Leonore en Nevadina zijn vroegrijp, terwijl Alberta en Quintera iets later rijp zijn.
Eerste waarnemingen
Op de proefvelden van Beitem (late friet) en Zwevezele ((half)-vroege friet) werden op verschillende tijdstippen tellingen uitgevoerd op vlak van opkomst en aantal stengels per plant.
In een vorig nieuwsbericht kon je de evolutie van de opkomst van de (half)vroege rassen zien. Ondertussen staan de late frietrassen in Beitem ook al grotendeels boven. Na één maand kennen 7 rassen al een opkomst van meer dan 90%. Twee rassen zijn net gestart aan hun opkomst, maar ze veranderen snel.
Eén van de volgende waarnemingen is tellen hoeveel stengels per struik er gevormd worden. De (half)vroege rassen zijn ondertussen groot genoeg om deze telling uit te voeren. Amora vormt op het proefveld een gemiddelde van 4,3 stengels per struik en Zorba 2 slechts 2,6. Ook Nevadina telt weinig stengels terwijl Lenore en Quintera net meer stengels vormen (± 4,7). Het aantal stengels per struik kan al een eerste indicatie geven van het aantal knollen per struik die gevormd zullen worden.
Aandachtspunten bij de keuze van nieuwe aardappelrassen
Voor je met een nieuw ras aan de slag gaat op je bedrijf, laat je dan zeker goed informeren naar specifieke aandachtspunten en kenmerken van het ras.
- Controleer welke resistentie tegen aaltjes het ras bezit? Enkel tegen Globodera Rostochiensis (Ro) of enkel tegen Globodera Pallida (Pa) of misschien wel tegen beide types nematoden. In de tabel onderaan dit nieuwsbericht, kan je lezen welke resistenties de nieuwe rassen dit jaar hebben.
- Vraag ook na welke de geadviseerde plantafstand is. Dit hangt onder andere af van het verwachte aantal knollen per struik. Hoe meer knollen per struik, hoe wijder de plantafstand mag zijn voor een voldoende grofte bij oogst. De meeste late frietrassen mogen geplant worden op eenzelfde afstand als Fontane (± 34 cm voor de potermaat 35/50 mm). Maar de nieuwe rassen Karelia en Otolia bijvoorbeeld mogen wel op 40 cm in de rij worden geplant volgens het kweekbedrijf.
- Niet elk ras vraagt eenzelfde stikstofbemesting. Zelfs tussen rassen met eenzelfde vroegrijpheid en opbrengstverwachting zitten er verschillen. Zo zouden Invictus, Montis, Virgil, Alanis en Messi het met 100 kg stikstof minder moeten bemest worden. Eigenlijk is Fontane net een ras met een hoge bemestingsbehoefte.