Adviseur met ruwvoeder en koeien

You are here

Hoe kan ik mijn ruwvoeder kwalitatiever maken en kosten besparen?

Ruwvoeder verdient aandacht in het basisrantsoen. Leer hoe je het optimaliseert en zo bespaart op krachtvoeder.
Sarah Vandennieuwenborg
Jouw adviseur

Sarah Vandennieuwenborg

Hoe kan ik meer inzetten op mijn ruwvoeder?

Melkveehouders moeten meer vertrouwen hebben in hun goed geteelde ruwvoeders. Krachtvoeder is belangrijk in het rantsoen, maar heel wat bedrijven kunnen hierop besparen, zonder in te boeten aan productie of de gezondheid van de koeien te schaden. 
Inagro zet je graag op weg. 

Het gemiddelde melkveerantsoen

Het rantsoen van West-Vlaamse bedrijven bij Inagro bevat gemiddeld 5,5 kg DS graskuil. Dit is ook zeker gewenst, mits de kuil niet meer dan 280 g RC/kg DS bevat. Dit wordt aangevuld met 8,5 kg DS maiskuil, 2 kg DS perspulp en voederbieten en 2 tot 3 kg eiwitcorrectie, zoals sojaschroot. 

Een gemiddelde graskuil bevat per kg DS ongeveer 900 VEM, 17% ruw eiwit, 70 DVE, 25 OEB en 250 g ruwe celstof. Bij graskuil is er veel variatie.
Kuilmais is stabieler en bevat gemiddeld per kg DS 960 VEM, 7% ruw eiwit, 47 DVE, -30 OEB en 170 g ruwe celstof. Als we met die goede ruwvoerkwaliteiten een rantsoen samenstellen, komen we al snel aan een gemiddelde energie-inhoud van 950 VEM.

Goede ruwvoeders doen gehaltes stijgen

Erfelijkheid bepaalt deels het vet- en eiwitgehalte in de melk die een koe produceert, maar het rantsoen heeft ook een belangrijke invloed. Wetenschappelijk onderzoek toonde al aan dat het vetgehalte in de melk sterk daalt als er pensverzuring optreedt. Voldoende structuur via het ruwvoederrantsoen is dus noodzakelijk. 

Vlaamse melkveehouders mengen al langer een groot aandeel goede graskuil in het rantsoen. Uit onderzoek van ILVO naar de structuurwaardering blijkt dat de ruwe celstof in graskuil meer prikt in de pens dan die in maiskuil. Zo biedt een rantsoen met graskuil die voldoende ruwe celstof bevat minder kans op pensverzuring bij de melkkoe.   

In Noord-Frankrijk en Wallonië wordt minder graskuil en tot 10 kg droge stof uit maiskuil gevoederd. Zij halen hun structuur uit stro. 

Goed graslandbeheer is essentieel

Grasland is de belangrijkste akkerbouwteelt op het melkveebedrijf. De graskuil moet voldoende kwaliteitsvol zijn om 5,5 kg droge stof in het rantsoen te brengen zonder de melkproductie onder druk te zetten. 

Concreet moet de graskuil daarvoor een ruwe celstof tussen 220 en 280 gram per kilogram droge stof hebben. Daarnaast willen we veel eiwit en energie in het gras hebben, maar mag het gras niet te jong zijn om goed verteerbaar te zijn in de pens. 

De bemesting, het maaitijdstip, de weersomstandigheden tussen het maaien en inkuilen en een goede afstelling van het materiaal zijn belangrijke beïnvloedende factoren. Voor een representatief analyseresultaat van een kuil is deze best minimaal 5 weken ingekuild voor de staalname. Na 6 weken is de fermentatie voldoende om de graskuil te voederen aan de koeien.

Economisch voederen op jouw bedrijf

Wil je graag meer info of een bezoekje van onze adviseurs voor een aanpak op maat van jouw bedrijf?

Wekelijks onafhankelijk nieuws en persoonlijke uitnodigingen in je mailbox. Op jouw maat.