Wintertarwe: waarop letten bij je stikstofbemesting?
Wie zijn stikstof slim plant en tijdig bijstuurt, haalt het maximale uit zijn wintertarwe zonder onnodige kosten of risico’s, zoals legering of hogere ziektedruk door te veel gewasgroei. Vooral de timing en de dosis spelen een sleutelrol om meer rendement en bovendien kwalitatief graan te bekomen. De basis van elke bemestingsstrategie blijft een bodemstaal bij de start van het seizoen.
Stem je bemesting af op gewas en perceel
Wintertarwe heeft doorheen het seizoen geen constante stikstofbehoefte. Daarom wordt een bemestingsadvies meestal opgebouwd uit drie fracties, en bij baktarwe vaak vier. Op die manier stem je de toediening beter af op de groeifases waarin de opname het grootst is.
Stikstof komt niet enkel uit je kunstmest of dierlijke mest. Ook de bodem zelf levert stikstof via mineralisatie. Hoe groot die bijdrage is, hangt af van de voorteelt, de najaarsbemesting en de weersomstandigheden.
De invloed van de voorteelt
Wat vorig jaar op het perceel stond, heeft een duidelijke impact op de stikstofvoorraad en -nalevering.
- Na vlinderbloemigen, zoals bonen of erwten, volgt een hoge stikstofnalevering door de stikstofrijke gewasresten en de vrijstelling van organisch gebonden stikstof. Ook groenten laten behoorlijk wat stikstof na uit de oogstresten.
- Aardappelen hebben een relatief ondiep wortelstelsel, waardoor er meestal reststikstof in de bodem aanwezig blijft die dan beschikbaar is voor de volgteelt.
- Na bieten is de nalevering doorgaans beperkter, aangezien bieten stikstof zeer efficiënt opnemen en weinig nalaten voor de volgteelt.
Weersomstandigheden spelen mee
De hoeveelheid neerslag in najaar en winter bepaalt in sterke mate hoeveel minerale stikstof in de bodem aanwezig blijft. Een natte periode verhoogt het risico op uitspoeling, terwijl een droger najaar vaak meer stikstof in de bodem houdt.
In het voorjaar kan droogte de opname afremmen, zelfs wanneer er voldoende stikstof in de bodem aanwezig is.
Daarnaast beïnvloedt de temperatuur de snelheid van mineralisatie. Bij stijgende temperaturen komt meer microbieel gebonden stikstof vrij.
De stikstofbehoefte varieert sterk per jaar en per perceel. Een goede bodemontleding houdt rekening met deze factoren en vertaalt ze in concreet advies.
Bram Vervisch
Onderzoeker Akkerbouw
Opbouw van je bemestingsplan
Voor een onderbouwd advies laat je best een bodemstaal nemen in drie lagen: 0-30 cm, 30-60 cm en 60-90 cm. Zo krijg je een duidelijk beeld van de beschikbare stikstof in het volledige wortelprofiel.
De bovenste twee lagen (0-30 en 30-60 cm) bepalen in hoofdzaak de eerste fractie. Voor de tweede fractie, rond stengelstrekking, weegt vooral de voorraad in de diepere lagen (30-60 en 60-90 cm) mee.
Later in het voorjaar, wanneer het warmer wordt, krijgt ook de mineralisatie een grotere invloed op de berekening van de derde fractie, die je tijdig toedient in het stadium 'laatste blad'.
Keuze van meststof
Als het stikstofaanbod in de bodem bekend is, kun je bepalen hoe je de resterende stikstofbehoefte van het gewas invult. Dat kan met vaste of vloeibare kunstmest, maar ook drijfmest kan vroeg in het groeiseizoen interessant zijn. Naast stikstof levert drijfmest ook andere nutriënten en organische stof, wat de bodemvruchtbaarheid ondersteunt. Bovendien is het vaak goedkoper dan kunstmest, zeker als het op het eigen bedrijf beschikbaar is, wat bij hoge kunstmestprijzen een aanzienlijke besparing kan opleveren.
Let bij het gebruik van dierlijke mest wel op dat de stikstof geleidelijk vrijkomt gedurende het voorjaar. Stem je volgende giften hierop af. Bij toepassing is de draagkracht van de bodem belangrijk om insporing te vermijden. Wordt drijfmest correct toegepast, dan zijn de opbrengsten vergelijkbaar met die van kunstmest en kan het een goed alternatief vormen.
Vraag hier je bodemanalyse aan!
Partners project 'Optitarwe'
Gefinancierd door