Update actuele temperatuursom
Het bemestingsseizoen op grasland is afgelopen maandag officieel van start gegaan. Drijfmest mag al toegediend worden, voor kunstmest is het nog wachten tot 16 februari. Daarnaast zegt ook de temperatuursom, of de som van alle positieve temperaturen vanaf 1 januari, iets over het optimale moment voor de eerste kunstmeststikstofgift.
Drijfmest toediening
Vooraleer drijfmest uit te rijden, is het belangrijk om een controleronde te doen.
- Insporing moet te allen tijde vermeden worden, want daarvan draag je de gevolgen gedurende de rest van de levensduur van het grasperceel mee. Gebruik zeker alle beschikbare technieken om bodemverdichting te vermijden. Opgelet: het is niet omdat de huidige machines zijn uitgerust (met bijvoorbeeld brede, lagedruk banden, hondsgang,…) om over het veld te kunnen, dat ze ondergronds geen verdichting kunnen veroorzaken.
- Het wordt ook afgeraden om in te lang grasland te bemesten. Dit gaat namelijk de zode beschadigen en het gras besmeuren. Kies er hier bijvoorbeeld voor om kunstmest te gebruiken.
Temperatuursom voor kunstmeststikstof
De temperatuursom op 11 februari op verschillende locaties in West-Vlaanderen varieert momenteel van 176,1 tot 220,2 °C. Het ideale moment om de eerste kunstmestgift toe te dienen is tussen 180 en 250 graden.
- Afhankelijk van het beheer kan je ervoor kiezen al vanaf 180 - 200 graden te starten met een eerst kunstmestgift. Bijvoorbeeld wanneer je mikt op kleinere (frequentere) maaisnedes of beweiding.
- Voor een betere benutting van de stikstof is het dan weer beter later te starten met bemesten.
Meststofsoort en fractioneren
Ook de meststofsoort speelt een rol. Een goede evolutie is dat meer en meer landbouwers ervoor kiezen om de kunstmestgift voor de eerste snede te fractioneren. In dat geval is het raadzaam de eerste gift vanaf een temperatuursom tussen 180-200 graden toe te dienen.
-
Voor de eerste fractie kan je kiezen voor:
- Een beperkte dosis ammoniumnitraat, of
- Een minder uitspoelingsgevoelige meststof op basis van ureum of ammonium.
Deze laatste zorgt voor minder verliezen bij koudere en nattere omstandigheden.
- Een tweede gift, minstens drie weken voor het maaien, zorgt ervoor dat de bodemvoorraad op dat moment wordt aangevuld met snel opneembare nitraat (ammoniumnitraat). Dit wordt vervolgens in de plant omgezet naar eiwit.
Daar waar je bij drijfmesttoediening vooral mikt om te bemesten na een droge periode, kan je dat bij kunstmest beter doen vóór een drogere periode. Veel neerslag ná het strooien van kunstmest zorgt immers voor verliezen van je (dure) meststoffen.
Vergeet ook de andere nutriënten niet:
- Kalium is naast drijfmest vaak nodig, kijk hiervoor naar je standaardbodemanalyse met bemestingsadvies.
- Ook zwavelbemesting is een aandachtspunt, zeker in het voorjaar.
Meer info