Optimaliseer je bespuiting met de Optispray-tool
Sinds 2026 is 90% driftreductie verplicht in Vlaanderen. Maar waar raak je je plant het meest met een bepaalde dop of techniek en wat is de impact van een ander spuitvolume? Met de Optispray-tool simuleer je eenvoudig depositie en bedekkingsgraad van je bespuiting. Zo maak je onderbouwde keuzes en haal je het maximale uit je spuittechniek.
Voorlopig is de tool beschikbaar voor twee gewasstadia in wintertarwe maar binnenkort worden er ook drie gewasstadia voor zowel aardappelen als spruitkool toegevoegd.
De tool werd ontwikkeld binnen het Optispray-project en is beschikbaar via deze link of via de QR code. Je kan de tool gebruiken op alle toestellen maar hij is geoptimaliseerd om vlot te werken met een smartphone.
Zo werkt de Optispray-tool
- Kies je gewas en gewasstadium waarin je wil behandelen: voor wintertarwe is dat het stengelstrekkingstadium (BBCH 33) en het stadium van de aarvorming (BBCH 55).
- Selecteer standaard spuittoestel of een driftreducerende spuittechniek: luchtondersteuning, sleepdoek (wingsprayer) of verlaagde spuitboom. De keuze van de techniek bepaalt welke doppen er in de volgende stap zichtbaar zijn. Kies je voor een driftreducerende techniek? Dan krijg je automatisch meer doppen te zien die samen de verplichte driftreductie halen.
- Kies een spuitdop (merk, type en grootte)
- Stel spuitdruk en rijsnelheid in.
- Bekijk meteen de resultaten
Bedekking of depositie: wat wil je zien?
Je kiest zelf of je liever de relatieve depositie of het percentage bedekking ziet.
- De relatieve depositie is het aandeel spuitvolume dat effectief op het blad terecht komt.
- De bedekking is het percentage van het bladoppervlak dat bedekt wordt.
Let op: Een hoger spuitvolume of fijnere druppels leiden tot een hogere bedekking, maar dat betekent niet automatisch dat er ook meer actieve stof op de plant terechtkomt.
Vergelijk zelf verschillende scenario’s
De resultaten worden weergegeven per plantdeel:
- bovenste, middelste en onderste deel van de plant
- grond (enkel bij depositie beschikbaar).
Bij behandeling tegen aarziektes zal het belangrijker zijn om het bovenste gedeelte van de plant en de aar te raken. Bij andere behandelingen kan het juist beter zijn om het onderste gedeelte van de plant ook goed mee te hebben.
Je ziet telkens hoe goed jouw selectie scoort ten opzichte van alle andere combinaties van doppen en technieken (enkel de scenario’s met 90% totale driftreductie).
Twijfel je tussen doppen of technieken? Met de Optispray tool kan je twee scenario’s naast elkaar vergelijken:
- dezelfde dop met een andere techniek of een ander volume
- twee driftreducerende doppen onderling
Zo maak je een goed onderbouwde keuze, ook bij nieuwe aankopen
Voorbeeld
Vergelijking tussen twee doppen: Lechler/ID3/3 en Teejet/TTI60 110/03 in wintertarwe stengelstrekking stadium:
- TTI60 110 (blauw) heeft een hogere relatieve depositie op het bovenste deel van de plant
- ID3 (groen) heeft een hogere relatieve depositie in het midden en onderste deel van de plant.
- ID3 en TTI60 110 hebben een vergelijkbare relatieve depositie op de grond.
Tip: Tik bovenaan op het kaartje om snel rijsnelheid of druk aan te passen.
Betrouwbare basis: veldproeven en model
De simulaties zijn gebaseerd op veldtesten in 2023 en 2024 in wintertarwe, aardappel en spruitkool, waarbij we verschillende doppen en technieken uittestten.
We spoten niet met handelsmiddelen maar met minerale tracers en we hingen filterpapiertjes op verschillende plaatsen in het gewas.
- De filterpapiertjes werden nadien geanalyseerd om de depositie van de tracers per bespuiting te bepalen
- Om de bedekking te bepalen werkten we met watergevoelige papiertjes die net zoals de filterpapiertjes op verschillende plaatsen in de planten werden opgehangen.
Niet elke combinatie van dop en techniek werd getest, maar de KU Leuven ging nadien aan de slag om een model te bouwen die de andere combinaties simuleert op basis van de dopeigenschappen.
Heb je meer interesse in hoe deze tool tot stand kwam?