Minder veen in perspotten: bezoekmoment demoproeven
Kan veenreductie in perspotten zonder verlies aan kwaliteit of opbrengst? Binnen het demoproject ReduVeen gaat Inagro die uitdaging concreet aan. Daarom leggen we demonstratieproeven aan op praktijkschaal en koppelen we daar demomomenten aan voor telers en sectorpartners.
Welke vragen onderzoeken we?
Tijdens de proeven staan drie onderzoeksvragen centraal:
- Persbaarheid: hoe vlot verloopt het persen en zijn de perspotten voldoende stevig?
- Machinaal planten: doorstaan de perspotten probleemloos de plantmachine?
- Impact op de teelt: wat is het effect op opbrengst en kwaliteit van het eindproduct?
Eerste resultaten gedeeld tijdens demomoment
Tijdens het demomoment op 9 december konden we al terugkoppelen over de eerste twee vragen. De persbaarheid en de mechanische robuustheid van de perspotten werden besproken, samen met de voorlopige waarnemingen uit de proef. Er was ook ruimte voor vragen en suggesties van de deelnemers, die meegenomen worden in het verdere proefopzet.
Voor de teeltresultaten is het nog even wachten:
- oogst in het DFT-systeem (floating): verwacht half januari
- oogst in grondteelt: verwacht eind februari
De volledige resultaten worden later gedeeld via Inagro's nieuwsbrief.
Vergelijking met standaardsubstraat
In de proef vergelijken we een standaardsubstraat met 80% veen met drie alternatieve substraten van verschillende fabrikanten met 65% veen. Omdat het om beperkte hoeveelheden gaat, gebeurt het persen voorlopig op een kleine persmachine op het praktijkcentrum zelf. Als referentie nemen we ook perspotten van een commerciële plantenkweker mee.
De verschillen die we tot nu toe waarnamen, blijken vooral samen te hangen met de persmethode, en minder met het type substraat.
Extra alternatieven in hydroteelt
Binnen het DFT-systeem testen we daarnaast nog drie andere niet-persbare plugs. Omdat deze plugs vaak in een houder zitten of ondersteund worden door de drijver, is samenkleefbaarheid minder aan de orde. Er moet ook geen rekening gehouden worden met achterblijven in de bodem. Daardoor ligt het veengehalte in deze niet-persbare plugs aanzienlijk lager dan in de persbare, variërend tussen 0 en 50% veen.