Mengsels van groenbemesters centraal thema op groenbemestersevent
Op donderdag 4 november organiseerden het departement Landbouw en Visserij, Inagro, PCG en PSKW het eerste deel van het Groenbemestersevent op het Hof Ter Weeden in Kruisem. Op het demoveld werden achttien mengsels uitgezaaid die telkens een andere toepassing beogen. De zes aanwezige zaadbedrijven gaven een korte toelichting bij het hoe en het waarom van hun mengsel. In een drietal profielputten toonden we wat groenbemesters vertellen over de toestand van je bodem en hoe je dit als boer zelf kunt waarnemen. Na de koffie in de schuur van het Hof ter Weeden gingen vier sprekers in op de keuze van de groenbemesters, de interactie tussen groenbemesters en aaltjes, de meerwaarde van mengsels en de stikstoflevering voor de volgteelt. Stip alvast 31 maart 2022 aan in je agenda voor deel 2 van dit event. Beide events kaderen in het demonstratieproject ‘Groene bodemkracht’, met steun van het departement Landbouw en Visserij en het Europese landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling.
Achttien verschillende commerciële mengsels onder de loep
Voor de aanleg van het demonstratieveld stelden zes zaadbedrijven elk drie van hun commerciële mengsels voor. Groenbemesters kunnen grosso modo ingedeeld worden in grasachtige types (bv. haver), bladrijke types (bv. gele mosterd) en vlinderbloemigen (bv. wikken). Elke groenbemester heeft eigen specifieke karakteristieken. Uitgaande van de accenten die de zaadbedrijven leggen, kregen we een brede waaier, gaande van eenvoudige tot erg complexe mengsels. Sommige mengsels waren volledig bedoeld als groenbemester. Bij andere mengsels is ook een voedersnede in het voorjaar mogelijk. Alle mengsels werden ingezaaid op 26 augustus en stonden er over het algemeen goed bij, al hebben de wat droge omstandigheden bij zaai voor een iets lichtere stand gezorgd. Voor meer details over de verschillende mengsels, verwijzen we naar de brochure. Tijdens het veldbezoek lichtten de aanwezige leveranciers elk hun keuze van componenten in hun mengsels toe. Ze gaven ook mee in welke omstandigheden die mengsels de juiste keuze zijn.
Je groenbemester wil iets vertellen!
Lieven Delanote (Inagro) gaf aanvullend uitleg bij drie profielputten in drie verschillende mengsels. Hij legde de nadruk op het feit dat de stand van groenbemesters ook een indicator kan zijn voor de status van de bodemkwaliteit. Het is nu het geschikte ogenblik om met de spade het veld in te trekken en visuele controles uit te voeren. Hoe staat de groenbemester erbij? Hoe is de beworteling van de groenbemester in de grond? Zijn er storende lagen? Zie je veel bodemactiviteit? Oogt de grond kruimelig of eerder compact? Groenbemesters nodigen je uit om je bodemmanagement te evalueren en bij te sturen.
Groenbemesters gericht kiezen
Voor het tweede, informatieve luik, konden we terecht in de schuur van het Hof Ter Weeden, de historische hoeve van Raf De Paepe en familie. Raf hield eraan om de aanwezige collega-boeren en omkadering welkom te heten. Raf toonde zich als een trotse boer die kan terugkijken op een rijke geschiedenis van zijn boerderij maar die tegelijk met veel vragen zit over de toekomst en zijn teeltplan regelmatig in vraag stelt. Hij mijmerde ook over zinvolle en zinloze subsidies en andere beleidsmaatregelen en productieve en niet-productieve investeringen, maar besloot glashelder dat groenbemesters een productieve investering en maatregel zijn.
Franky Coopman (Inagro) bracht een samenvatting van de teelttechnische aspecten die de keuze van een groenbemester beïnvloeden. Daarbij gaf hij mee dat het belangrijk is om de keuze van groenbemester af te stemmen op het volggewas. Zo zullen groenbemesters met een hoge C/N-verhouding hun opgenomen stikstof pas vrij laat in het seizoen opnieuw ter beschikking stellen van de volgteelt. Zo’n groenbemester is dus geen goede keuze voor een volgteelt die vroeg in het seizoen veel stikstof nodig heeft.
Bart Debussche (Departement Landbouw en Visserij) besprak de verschillende regelgevingen die van toepassing zijn bij het gebruik van groenbemesters. Vanuit de wetgeving zijn er drie aspecten van belang: groenbemesters als invulling voor ecologisch aandachtsgebied (EAG), de pre-ecoregeling die van toepassing zal zijn in 2022 en de regelgeving rond vanggewassen in MAP6.
Aaltjesproblemen: eerst analyse, dan juiste groenbemester
De problematiek rond nematoden werd besproken door Sander Fleerakkers (PSKW). Hij legde de focus op de manieren waarop groenbemesters kunnen worden ingezet om nematodenproblemen te onderdrukken. Daarbij is het belangrijk om te weten welke nematoden problemen veroorzaken, om vervolgens een groenbemester(mengsel) te kiezen die geen waardplant is voor die probleemsoort. Uit onderzoek blijkt ook dat er binnen een soort ook verschillen zijn tussen rassen. Door de juiste keuze zal de nematodendruk afnemen. Ook onkruidbeheersing is een aandachtspunt omdat bepaalde onkruiden ook als waardplant voor schadelijke nematoden kunnen optreden. Ten slotte waarschuwde Sander nog voor misleidende reclame voor mengsels van aaltjesreducerende groenbemesters. Die kunnen net een omgekeerd effect hebben als verschillende groenbemesters in het mengsel een verschillend aaltjesspectrum hebben.
Hoe meer, hoe beter
Sander Bernaerts (Naturim, NL) sprak over de kracht van het mengen van (zoveel mogelijk) componenten in een mengsel en welke positieve effecten dat heeft op de bodem en de volgteelten. Uit het langlopende Jena-experiment blijkt dat meer diversiteit leidt tot hogere opbrengsten, meer organischestofopbouw, meer waterinfiltratie, meer diversiteit in nematoden en minder plantparasitaire nematoden. Uiteraard blijft de keuze voor een geschikt mengsel maatwerk, waarbij je rekening moet houden met de teeltrotatie van het bedrijf, de onkruiddruk, de grondbewerking, relevante ziekten en plagen …
Groenbemesters zijn ook een voorteelt voor de volgteelt
Het event werd afgesloten met een symbolische overgang naar het volgende groeiseizoen. Groenbedekkers kunnen na inwerken ook als groenbemester ingezet worden en zullen hun opgenomen stikstof (N) weer afgeven. Bram Van Nevel (Inagro) gaf in enkele richtlijnen aan hoe je die vrijstelling zelf kan inschatten en welke factoren de vrijstelling beïnvloeden. Bram gaf enkele interessante (ruwe) vuistregeltjes mee: reken voor de N-opname met 1 kg N/ha per cm groei voor bladrijke groenbemesters en met 2,5 kg N/ha opname per cm groei voor grasachtige groenbemesters. In de volgteelt wordt doorgaans ongeveer een derde van de opgenomen stikstof weer vrijgegeven via mineralisatie. Verlaag de bemesting in functie van de ingewerkte groenbemester en neem tussentijdse stikstofstalen voor eventuele bijbemesting.
Download hieronder de brochure en de presentaties van het groenbemestersevent.
Meer info?
Dit groenbemestersevent werd georganiseerd in het kader van het demonstratieproject "Groene bodemkracht" met financiële steun van het departement landbouw en visserij van de Vlaamse overheid.