De eerste mais geoogst, afrijping gaat gestaag verder
Ook dit jaar volgen we bij Inagro opnieuw de evolutie van de droge stof van verschillende maisrassen op in kader van het LCV-netwerk. Hierbij worden op 10 verschillende locaties in Vlaanderen wekelijks stalen genomen om de droge stof te bepalen.
Wat vertellen de staalnames van 21 augustus ons?
Op 21 augustus werden opnieuw stalen genomen van de 5 rassen die op 25 april gezaaid werden in Langemark-Poelkapelle. Ten opzichte van de vorige staalname is het droge stofgehalte van de mais gemiddeld met 3,6 % gestegen. Daarmee komt het gemiddelde van de rassen op 28,8% droge stof. Het ultravroeg ras P7179 komt met 33,4% als eerste ras oogstklaar. Het droge stofgehalte van de andere rassen varieert tussen 26,2% en 28,7%. He tideale oogtmoment komt dus ook voor deze rassen gestaag dichterbij.
Ook op 9 andere locaties in Vlaanderen worden wekelijks stalen genomen. Het gemiddelde droge stofgehalte van alle locaties in Vlaanderen bedraagt 32,7% met een stijging van gemiddeld 4,8% ten opzichte van afgelopen week.
Bepaal ook zelf de rijpheid
Indien je dat nog niet gedaan hebt, ga dan zeker ook eens een kijkje nemen hoe jouw percelen er bij staan. Zelfs bij een latere zaai is het belangrijk om de mais te beoordelen om zo ook de loonwerker tijdig te kunnen vastleggen. Het optimale oogstmoment ligt tussen 33 en 37% DS, ga je te laat oogsten, dan levert dat problemen naar inkuilbaarheid en in het rantsoen. Aan de hand van de fiche kan je makkelijk zelf een visuele inschatting maken over het droge stofgehalte.