25 jaar proefbedrijf voor biologische landbouw: van ploegen naar slim bodembeheer
In het biologisch proefbedrijf van Inagro is het denken over bodembewerking de voorbije 25 jaar sterk veranderd. Waar bij de start in 2001 ploegen de standaard was om de bodem bewerkbaar te maken, groeit vandaag het inzicht dat de bodem beter functioneert als een levend systeem. Die evolutie leidde tot een fundamentele omslag in de praktijk: minder kerende bewerking en de invoering van vaste rijpaden.
Ploegen als startpunt, maar met grenzen
Bij de opstart van het biologische proefbedrijf van Inagro in 2001 was ploegen de standaardpraktijk. Net zoals in de bredere landbouwsector werd dit beschouwd als dé manier om de bodem beteelbaar te maken.
Al snel stootte het praktijkonderzoek echter op grenzen:
- In rijgewassen zoals prei en bloemkool werden binnen één perceel opvallende groeiverschillen vastgesteld, ondanks identieke teeltomstandigheden (zie foto).
- Onderploegen van organisch materiaal, gevolgd door intensieve berijding, kan aanleiding geven tot inkuilverschijnselen in periodes van hevige regenval.
- Daarnaast kan bodemverdichting al in lichte mate zorgen voor vertraging van de jeugdgroei van gewassen.
Deze observaties vormden een kantelpunt in het bodembeheer op Inagro. In 2016 schakelde het biobedrijf over op niet‑kerende bodembewerking en vaste rijpaden
Vaste rijpaden: bodemverdichting gericht beheren
Bij vaste rijpaden wordt alle berijding geconcentreerd op dezelfde sporen. Dankzij RTK-GPS kunnen jaar na jaar dezelfde rijpaden gebruikt worden. Het beteelde oppervlak blijft zo grotendeels onbereden.
Dit heeft een aantal positieve gevolgen op het veld:
- betere bodemstructuur in de teeltbedden
- uniformere en diepere beworteling
- efficiëntere water- en nutriëntenopname
- nauwkeurigere mechanische onkruidbestrijding
- betere benutting van kort tijdsvenster voor onkruidbeheersing bij regelmatige neerslag
In akkerbouwmatige teelten kan dit leiden tot opbrengsten die 10% hoger liggen in vergelijking met ploegen, afhankelijk van de omstandigheden.
Niet‑kerende bodembewerking: bouwen aan bodemleven
Door de bodem niet langer te ploegen maar enkel oppervlakkig te bewerken, blijft de natuurlijke structuur behouden.
De belangrijkste effecten zijn:
- meer actief bodemleven
- betere waterinfiltratie door intacte bodemstructuur
- grotere draagkracht van de bodem
Dit betekent ook dat stalmest en groenbedekkers oppervlakkig worden ingewerkt. We zien dat dit geen daling in efficiëntie veroorzaakt. In tegendeel zelfs, dit blijkt te zorgen voor een opbouw van organische stof in de toplaag van de bodem.
Deze aanpak vraagt wel een aangepaste strategie voor:
- onkruidbeheer
- vruchtwisseling
- inzet van groenbedekkers
25 jaar leren en vooruitkijken
De combinatie van vaste rijpaden en niet‑kerende bodembewerking toont hoe het bodembeheer op het biobedrijf in 25 jaar evolueerde van een klassieke bewerking naar een doordacht systeem.
Vandaag staat niet langer de bewerking centraal, maar het functioneren van de bodem als levend systeem. Met deze aanpak blijft Inagro samen met telers bouwen aan veerkrachtige, productieve en toekomstgerichte biologische teeltsystemen.