You are here

Bemesten in prei

Prei

Omdat prei traag opstart, is een zware basisbemesting bij het planten niet nodig. Integendeel: wie bij het planten te veel bemest, verspilt geld en verhoogt het risico op uitspoeling van nutriënten en een te hoog nitraatresidu. Stem je basisbemesting af op je perceel, het type prei en de weersomstandigheden voor een optimale groei en kwaliteit. Naast stikstof, kalium en andere macronutriënten vraagt prei ook aandacht voor sporenelementen zoals mangaan. 

Praktische richtlijnen per nutriënt

Let op: de nodige gift hangt af van de huidige bodemvoorraad. Bemest daarom op basis van je advies.
    • Trage start: prei moet eerst een uitgebreid wortelstelsel ontwikkelen vooraleer het N kan opnemen en bovengronds kan groeien.
    • Basisbemesting: in de meeste gevallen volstaat dierlijke mest. Werk je enkel met kunstmest? Beperk dan de stikstofdosis tot maximaal 60 kg N/ha. Neem een stikstofstaal voor het planten als je nog gerichter wil werken.
    • Bijbemesting: ongeveer 6–8 weken na planten neemt de bovengrondse groei sterk toe en dus ook de N-opname. Dit is het moment om bij te bemesten. Doe dit niet blind maar op basis van een stikstofstaal met bijhorend advies. Zo stem je je gift af op:
      - de actuele bodemvoorraad 
      - de verwachte vrijstelling uit dierlijke mest, maar ook uit oogstresten of groenbedekkers en bodemorganische stof 
      - de resterende behoefte van je teelt
    • Ammoniumnitraat is de goedkoopste en meest courante N-kunstmest.
    • Kalknitraat  
      - te vermijden in zomer: te snelle vrijstelling van grote hoeveelheden stikstof (risico op rode strepen) 
      - wel in herfst/najaar in kleine fracties
    • Traagwerkende of gecoate meststoffen beperken uitspoeling, zeker in het najaar.
    • Vloeibare mest is ideaal voor bijbemesting. Indien je korrelmest gebruikt, doe dit bij voorkeur tussen de rijen of bij een droog gewas gevolgd door beregening om verbranding van je planten te voorkomen. 
  • 1/ Zomerprei en herfstprei
    • Zomerprei (aanplant tussen maart en half april) en herfstprei (aanplant tussen half april en half juli) kennen een gelijkaardige N-opname, omdat beide voor de winter geoogst worden. Bij zomerprei verloopt de opname in de jeugdgroei wel iets trager door de koudere omstandigheden bij de start. 
    • In de eerste weken blijft de N-opname bij beide teelten beperkt
    • Het weer in deze beginfase bepaalt sterk de verdere stikstofopname:

      1. Natte omstandigheden → verhoogd risico op uitspoeling → niet alle N bereikbaar voor plant → hoogstwaarschijnlijk een hoger bijbemestingsadvies

      2. Warm en vochtig weer → meer mineralisatie → verhoogde stikstofvoorraad in de bodem → hoogstwaarschijnlijk een lager bijbemestingsadvies. 

       

      Grafiek totale N-opname zomer- en herfstprei

    2/ Winterprei
    • Winterprei (aanplant na 15 juli) gaat door de winter heen, waarbij N-opname en groei grotendeels stilvallen
    • Tijdens zachtere winters zal de prei wel nog wat verder groeien, maar een te hoge N-voorraad heeft weinig effect omdat N tijdens deze natte omstandigheden tot onder de bewortelde zone zal uitspoelen.  

       

    Grafiek totale N-opname winterprei

    • Meestal rijkelijk aanwezig in de Vlaamse bodem.
    • Dierlijke mest volstaat meestal om P-behoefte aan te vullen.
    • Extra P-bemesting is enkel nodig bij percelen met zeer laag P-gehalte (< 11 mg P/100 g bodem)  

    Tip: voer een bouwvooranalyse uit voor gericht bemestingsadvies.

    Bouwvooranalyse

    • Hoge behoefte in prei: 200–250 kg K₂O/ha.  
    • Belangrijk voor: kwaliteit, bewaarbaarheid, vorstbestendigheid en gewasweerbaarheid.
    • Naast aanvoer uit dierlijke mest en/of effluent kun je K-voorraad aanvullen via chloorpotas, patentkali of kaliumsulfaat. 
  • Ca-tekorten bij prei zijn zeldzaam. Merk wel op dat een Ca-tekort de bodemstructuur doet afzwakken. 

    • Behoefte in prei: 50 kg MgO/ha.
    • Meestal voldoende via basisbemesting (dierlijke mest, patentkali of kieseriet).
    • Bijbemesten kan via bladbespuitingen met bitterzout. 
    • Behoefte in prei: 60 kg SO₃/ha.
    • Aanwezig in dierlijke mest en als vulstof in andere meststoffen. Extra toedienen is dus zelden nodig. 
    • Behoefte in prei: in de grootteorde van 1 kg Mn/ha.
    • Prei is gevoelig voor Mn-tekort (te herkennen aan witte ingezonken vlekjes in bladeren), vooral in het najaar en de winter.
    • Tekort aanvullen via preventieve behandeling met bladmeststoffen

Bodem, pH en bekalken in prei

Bodemtextuur

Prei groeit goed op verschillende bodemtexturen:

  • zand
  • zandleem
  • leem
  • lichte klei

De bodem moet:

  • voldoende doorlatend zijn;
  • maar ook voldoende vocht kunnen vasthouden.

Humusrijke bodems geven vaak hoge opbrengsten, maar niet altijd de beste kwaliteit.

Stalmest

Dien stalmest bij voorkeur minstens 4 weken voor het planten toe. Zorg voor een goede spreiding en werk deze goed in. 

Zo vermijd je dat te veel vers organisch materiaal op dezelfde diepte aanwezig is. Door zuurstofgebrek kan namelijk het ‘inkuileffect’ ontstaan: een slecht verteerde, zure laag, wat zeer nadelig is voor het volggewas. 

Groenbedekkers werk je om dezelfde reden best tijdig in.

stalmest
pH

Prei gedijt het best bij een iets hogere pH (lees: bovenkant van streefzone), maar niet boven de streefzone om witrot te voorkomen.

Optimaliseer jouw bemesting in prei

Wil je weten welke bemesting jouw perceel nodig heeft? Laat een bodemstaal nemen en werk met een gericht bemestingsadvies.

Wekelijks onafhankelijk nieuws en persoonlijke uitnodigingen in je mailbox. Op jouw maat.