foto rassenproef aardappelen

Rassenkeuze aardappelen

Elk aardappelras heeft zijn eigen specifieke kenmerken zowel op vlak van bemesting en plantafstanden als bepaalde resistenties of gevoeligheden. Het is heel belangrijk om met deze eigenschappen rekening te houden voor je een nieuwe variëteit introduceert op je bedrijf.

Als aardappelteler heb je de keuze uit heel wat diverse aardappelrassen. Al deze variëteiten kunnen opgedeeld worden op basis van een aantal eigenschappen. In eerste instantie denken we dan aan vroegheid (of rijptijd) en bestemming. Wat is de gemiddelde opbrengst van een ras? Daarnaast kunnen natuurlijk ook bepaalde resistenties en/of toleranties de doorslag geven. Soms moet je contracten aangaan voor je het pootgoed kan aankopen. 

Vroeg of laat?

Ga je voor een (zeer) vroege variëteit dan betekent dit dat je je ras tijdig moet kunnen planten. Je moet dan grond hebben die voldoende droog en opgewarmd is tegen eind maart, begin april. Vroege rassen kunnen meestal vanaf eerste helft juli geoogst worden. Wil je nog vroeger met je aardappelen op de markt komen, dan zal je ook aan vervroegingstechnieken moeten denken zoals een (tijdelijke) serre of afdekken met plastic. De verwerkende industrie begint eerder half juli aan de nieuwe oogst. Vroegrijpe rassen halen vaak begin augustus hun maximale opbrengstpotentieel.
Na de vroege rassen komen nog de halfvroege en de halflate rassen. Vanaf de halflate rassen, zoals het gekende Bintje, zijn de rassen geschikt om te bewaren in een hiervoor uitgeruste aardappelloods. Vanaf hier zien we eerder een gemiddelde plantdatum rond 20 april. Het allergrootste areaal in Vlaanderen is weggelegd voor Fontane dat laat rijp is. Markies is dan weer een zeer laat rijp ras. 
Hoe later een ras afsterft, hoe meer groeidagen een ras kan benutten met vaker een hogere opbrengst. Ter vergelijking: een vroeg ras haalt eerder een gemiddelde opbrengst rond 40 tot 45 ton/ha, terwijl dit voor de late rassen eerder rond 55 ton/ha ligt.

Rijptijd Voorbeeld rassen
Vroeg Amora, Première, Annabelle, ...
Halfvroeg Anosta, Sinora, Frieslander, ...
Halflaat Bintje, Innovator, Alegria, ...
Laat Fontane, Challenger, Daisy, Victoria, ...
Zeer laat Markies, ...

Versmarkt, friet, chips, ...

Rassen zijn vaak geschikt voor een welbepaalde markt.

Aardappelen bestemd voor de versmarkt hebben liefst een mooie, gladde schil. Hun onderwatergewicht (percentage droge stof) hoeft niet steeds heel hoog te liggen als ze bestempeld worden als vastkokend. Vooral hun culinaire eigenschappen na koken/stomen zijn van belang. Ook inwendig verwacht de consument zo weinig mogelijk gebreken. Bv. Nicola, Charlotte, Annabelle, … 

foto versmarkt Charlotte

Aardappelen voor de frietverwerkende industrie moeten niet de mooiste schil hebben. Een ‘balkvormige’ knolvorm is interessant om niet te veel verliezen te creëren in de fabriek. Het onderwatergewicht moet wel voldoende hoog geraken opdat de frietkwaliteit in orde kan zijn. Bv. Fontane, Challenger, Markies, Agria, Daisy, Amora, …  

foto Fontane aardappel

Als je aardappelen wil leveren aan de chipsfabriek, moet je hier een specifiek ras voor telen. Typisch voor chipsvariëteiten zijn hun ronde knolvorm en hoog onderwatergewicht. Bv. Lady Claire, VR808, SH C 909, … 

foto chips

Sommige rassen zijn zowel geschikt voor verse consumptie als voor de verwerkende industrie (hoofdzakelijk friet). Dergelijke rassen zijn zeer interessant voor telers die in hoofdzaak voor de verwerking teelt, maar daarnaast ook wat aardappelen op de hoeve wil verkopen. Bv. Bintje, Lady Anna, …  

foto Bintje

Vrij of onder contract

Wees je er van bewust dat niet alle rassen zomaar vrij te verkrijgen zijn. Nieuwe rassen op de rassenlijst vallen voor de daaropvolgende 30 jaar onder het kwekersrecht. Van sommige rassen ben je dan ook genoodzaakt om een afnamecontract voor je aardappelen aan te gaan om pootgoed van dat ras te kunnen aankopen. 

Resistenties, toleranties voor ziekten en fysiologische gebreken

Aardappelen kunnen te maken krijgen met heel wat ziekten en plagen. Gelukkig zijn er soms resistente rassen voorhanden. Tegen de belangrijkste schimmel voor aardappelen, Phytophthora infestans, komen steeds meer resistente rassen op de markt wat vooral interessant is voor de biologische teelt. Zo zijn rassen als Carolus en Alouette zeer resistent voor deze schimmel.
Maar ook tegen de aardappelcystenaaltjes hebben al heel wat rassen enige vorm van resistentie (zie voor meer info op www.nematoden.be). Er is ook veel aandacht voor resistenties tegen verschillende virussen, diverse vormen van schurft op de schil,…

Bij schimmelziekten als Alternaria, Rhizoctonia, Fusarium,… is de aanwezigheid van resistentie bij rassen dan weer veel minder duidelijk.

 
Let op: tolerantie betekent nog iets anders. Een resistent ras zal de welbepaalde ziekte/plaag niet verder vermenigvuldigen. Een tolerant ras kan goed verder groeien bij aanwezigheid van de ziekte of plaag maar kan het probleem wel verder laten toenemen.

Minstens even belangrijk is hoe rassen reageren op extreme omstandigheden. Dan denken we in de eerste plaats aan het optreden van doorwas, stootblauw, groeischeuren,…
 

foto bladvlek Phytophthora infestans

Waar vind je al deze info?

Op het internet is heel wat informatie te vinden over de meeste aardappelrassen, onder meer op de websites van de kweekbedrijven (diegene die de rassen ‘gekweekt’ hebben). Ook de handelaar of pootgoedleverancier kan je heel wat vertellen over de eigenschappen van de rassen in hun aanbod.
Inagro legt al vele jaren diverse rassenproeven aan (in samenwerking met PCA en diverse landbouwscholen in Vlaanderen). Ondertussen passeerden al heel wat rassen de revue. Via deze proeven deden we zelf ervaring op en kunnen we de vergelijking maken met enkele referenties. Neem dus zeker contact met ons op.

Overweeg je het telen van een nieuw ras?

Informeer je bij onafhankelijke instanties over de verschillende eigenschappen van een ras.