Biobed veebedrijf

Hoe werkt een biobed?

​Voor de veehouder is ammoniak en geuremissie beheersen belangrijk om te voldoen aan het wetgevend kader én om een goede relatie te hebben met de buur(t). Een biobed is één van de technieken om de geur – en ammoniakemissie in de veehouderij te verminderen.

Sinds 2004 is het in Vlaanderen verplicht om nieuwe varkens – en pluimveestallen te voorzien van een ammoniakemissiearm stalsysteem. Binnen de veehouderij werden luchtbehandelingstechnieken ontwikkeld om ammoniak uit de stallucht te verwijderen. Naast luchtwassers is een biobed ook een erkende luchtbehandelingstechniek gekend onder de code S-3. Een biobed wordt echter minder vaak toegepast dan luchtwassers.

Bij een biobed wordt een luchtstroom gestuurd doorheen een bed van biologisch materiaal (= end-of-pipe techniek). De aanwezige bacteriën in dit biobed zorgen voor een reductie van geur, ammoniak en fijn stof. De reductie van de uitstoot van deze componenten draagt bij aan de verbetering van het milieu en de kwaliteit van de buitenlucht. Opvolging en onderhoud zijn echter cruciale factoren voor een goed werkend biobed.

Biobed

Werkingsprincipe

De werking van een biobed of biofilter is gebaseerd op micro-organismen die zich in een met biologisch materiaal gepakt bed bevinden. Als biologisch materiaal kunnen wortelhout, houtsnippers, boomschors of kokosvezel of een combinatie van voorgaande gebruikt worden.

De stallucht wordt doorheen het bed van biologisch materiaal geblazen waarbij de verontreinigingen door ad – en absorptie van het organisch materiaal worden opgenomen in het biobedmateriaal en door de aanwezige bacteriën worden afgebroken. De aanwezige organismen zijn geschikt om ammoniak (NH3) en geurverbindingen uit de stallucht af te breken. De geurstoffen die in de stallucht aanwezig zijn kunnen door een goedwerkend biobed voor het overgrote deel verwijderd worden. De geur die na een biobed wordt waargenomen wordt beschreven als een soort ‘bosgeur’. De afgevangen ammoniak wordt omgezet naar nitriet en uiteindelijk tot ammoniumnitraat (nitrificatie) waardoor de stikstof accumuleert in het biobedmateriaal en het spuiwater.

Een biobed heeft bovendien ook een hoog reducerend effect op fijn stof.

Een biobed zorgt voor een reductie van
70%
geur – en ammoniakemissie.

Voor – en nadelen

Het grootste voordeel is dat deze techniek kan zorgen voor een optimale ontgeuring van stallucht, met maar liefst minstens 70%. Bij toepassing van een biobed worden ook geen chemische producten gebruikt, het gaat om een biologisch proces. De bouwwijze van een biobed is relatief eenvoudig.

Het belangrijkste nadeel is het ruimtebeslag. Voor de bouw van een biobed heeft men een relatief grote oppervlakte nodig. Bovendien zijn de processen moeilijker te beheren en is er ook relatief veel water nodig om het vulmateriaal voldoende vochtig te houden. Het vulmateriaal moet minstens halfjaarlijks opgeschud worden om dichtslibben te voorkomen. Om de 2 jaar moet het vulmateriaal volledig vervangen worden.

Wekelijks onafhankelijk nieuws en persoonlijke uitnodigingen in je mailbox. Op jouw maat.