Aardbei Assimilatiebelichting

​Hoe moet ik aardbeien belichten?

Belichting kan je aardbeiengewas een boost geven, maar licht is niet zomaar licht. De intensiteit, duur en het spectrum spelen een belangrijke rol en verschillen van toepassing tot toepassing.

Wanneer we over belichting spreken, maken we het tussen stuur- of strekkingslicht en assimilatie- of groeilicht. Het eerste type licht stuurt de plant morfologisch bij en laat ze, zoals de naam doet vermoeden, ‘strekken’. Het tweede type licht dient om de fotosynthese te verhogen en zo de productie te stimuleren. Gezien het ander doel, mag het geen verrassing zijn dat dit twee verschillende toepassingen van licht zijn, elk met hun eigen lichtstrategie.  

Stuur- of strekkingslicht

Het goed strekken van een aardbeigewas is van groot belang. Wanneer het loof en in essentie de bladstelen, strekken, vormen de bladeren een ruimer gewasdek met minder overlap. Dit heeft 3 belangrijke voordelen: 

  1. Het beschikbare licht kan beter worden opgevangen en gebruikt voor fotosynthese met als gevolg een efficiënter gebruik van het licht. 
  2. Doordat de bladeren een minder dens gewas vormen, zal dat gewas sneller drogen en zal er minder snel een vochtig klimaat ontstaan. Dit verlaagt de ziektedruk. 
  3. Wanneer ook de trossen strekken, wordt het makkelijker om deze te scheiden van de bladeren en om de vruchten ervan te plukken.

Wanneer strekt een plant niet goed?  

Slechte strekking is vaak het gevolg van een te korte koudeperiode. Aardbeien komen in het najaar in een dormant stadium waardoor de ontwikkeling stilvalt. Om deze ‘winterslaap’ te doorbreken is een koudebehandeling nodig. Afhankelijk van het ras zijn er hiervoor 500 tot 1.700 koude-uren nodig waarbij de temperatuur onder de 7°C zakt. Komt de plant hier niet aan, dan zal na planten de ontwikkeling vertraagd plaatsvinden en de strekking ondermaats blijven. Dit durft te gebeuren wanneer een plant te kort na rooi op het trayveld al in de serre gaat of wanneer bij een doorteelt te weinig koude wordt gevangen tussen einde pluk in het najaar en start stook in het voorjaar.  

Verschil in strekking bij het ras Clery onder verschillende ledlampen.

Aardbei_strekking

Verschil in strekking in het gewas: vooraan korte bladstelen, achteraan goed gestrekt loof.

Aardbei_strekking

Verschil in strekking in het gewas: bij te korte trossen reiken de vruchten soms niet voorbij het troslint wat kans op beschadiging verhoogt en de oogst bemoeilijkt.

Een te korte tros

Met welk licht kan je strekking stimuleren? 

Bepaalde golflengtes van licht hebben de eigenschap strekking te veroorzaken. Het tekort aan koude kan je hiermee deels opvangen. Verrood licht (700-800 nm) komt hiervoor het best in aanmerking. Door de verhouding rood/verrood licht te verlagen, boots je een situatie na alsof de plant in de schaduw staat. De plant zal reageren op dat extra verrood licht door te strekken, het zogenaamde ‘schaduwvermijdingssyndroom’.  

In het verleden werden hiervoor gloeilampen ingezet. Deze stralen naast licht en warmte ook heel wat verrood uit. Maar sinds deze in 2012 uit de rekken werden gehaald, werd er gezocht naar duurzame alternatieven en die lijken met led flowering lampen gevonden. Deze lampen hebben slechts een lage intensitei, en naast wat rood en wit licht een zeer groot aandeel verrood licht. Deze lampen worden vaak ‘s nachts tijdens de groei- en bloeifase aangestoken. Dit kan continu, maar ook cyclisch (15 of 30 minuten aan, 15 of 30 minuten uit). Door ze cyclisch te laten branden kan je eenzelfde strekking bekomen als met de gloeilampen, maar met een serieuze energiebesparing. 

Brandende strekkingslampen tijdens de nacht.

Aardbei_Strekkingslicht

Gedoofde strekkingslamp type Philips Flowering-lamp.

Aardbei_Strekkingslicht

Telers worden vaak lampen aangeprezen als ware het ideaal stuurlicht. Te vaak merken we echter nog dat deze, vaak goedkopere lampen, geen verrood uitstralen. Contacteer bij twijfel een belichtingsexpert van Inagro; die kan het spectrum uitlezen en oordelen over de geschiktheid van de lamp.

Jolien Claerbout

Aardbei Assimilatiebelichting

Assimilatie- of groeibelichting

Telers trachten hun teeltperiode te maximaliseren zodat ze hun serre-infrastructuur optimaal kunnen laten renderen. Daarnaast zijn de prijzen ‘buiten het seizoen’ vaak hoger en loont het om dan product te kunnen leveren. In de donkere wintermaanden is licht de beperkende factor. Wil je in de winter of vroeg in het voorjaar aan de pluk, dan heb je extra licht nodig. De omschakeling naar belichte winterteelten is sinds 2010 aan een stevige opmars bezig. De laatste jaren zien we bovendien een transitie van SON-T naar led. 

Wat doet assimilatiebelichting? 

De plant maakt biomassa aan met fotosynthese. Ze zet water en CO2 om naar suikers en zuurstof. Dit proces kan je stimuleren door meer energie in de vorm van licht toe te dienen. Onder de natuurlijke lichtarme omstandigheden van de winter kan een aardbeiplant weinig aan fotosynthese doen waardoor de productie sterk terugloopt. Dit is ook in beperkte mate het geval in het voorjaar en het najaar. Met assimilatiebelichting kan je de plant laten geloven dat het zomer is en de fotosynthese en dus de productie stimuleren. 

Met welk licht kan je groei stimuleren? 

Het licht dat de plant gebruikt als energiebron voor fotosynthese wordt PAR-licht (‘Photosynthetically Active Radiation’) genoemd en uitgedrukt in µmol/m²/seconde. Soms wordt de term PPFD (‘Photosynthetic Photon Flux Density’) als synoniem gebruikt. Met extra PAR-licht zal je de fotosynthese versnellen waardoor de plant sneller de bouwstenen kan aanmaken nodig voor groei en ontwikkeling van vruchten. 

Welk spectrum heb je nodig?

PAR-licht omvat golflengtes tussen 400 en 700 nm en bestaat dus uit zichtbaar licht van blauw over groen, geel en oranje tot rood. De meeste led groeilampen bestaan voornamelijk uit rode leds aangevuld met wat blauw en soms wat wit of groen licht. De optimale samenstelling van het licht hangt van verschillende factoren en van je aardbeienras af.
  • Energie-efficiëntie

    Rood licht kan voor een bepaalde energie-input meer fotonen opwekken dan geel, groen of blauw licht. Licht met een korte golflengte (blauw) is namelijk meer energetisch dan licht met een lange golflengte (rood). Deze regel is onafhankelijk van lampproducent, maar gewoon een fysisch gegeven.

  • Plantreceptiviteit

    Sommige golflengtes worden efficiënter door de plant gebruikt om te assimileren. Oranje-rood licht kent een 50% hogere fotosynthetische efficiëntie dan groen licht en krijgt daarom vaak de voorkeur.

  • Link met plantprocessen en fysiologie

    Sommige processen worden specifiek aangestuurd door bepaalde golflengtes. Zo gaan de huidmondjes (stomata) van een blad, waarlangs de CO2 opname plaatsvindt, meer open onder blauw licht dan onder rood. Ook zal blauw licht de strekking van de plant eerder remmen zodat een compactere plant ontstaat terwijl rood licht net de strekking zal bevorderen. 

  • Werkgemak van arbeiders

    Werken onder natuurlijk licht, full-spectrum lampen of lampen die (deels) wit licht uitstoten, wordt als aangenamer ervaren dan werken onder lampen waar wit licht ontbreekt. Het waarnemen van de afrijpingsgraad van vruchten bijvoorbeeld is geen sinecure onder monochromatisch rood licht. 

De combinatie van bovenstaande factoren leidt ertoe dat ledlampen met 85-90% rode leds; 5% blauwe leds en enkele procenten wit licht standaard zijn in situaties waar natuurlijk licht voorkomt zoals in serres. De hoge dosis rood wordt gebruikt omwille van de energie-efficiëntie en opname-efficiëntie, het blauw voor de opening van de huidmondjes en het wit licht voor het comfort van de plukkers. Dit vertaalt zich naar een roze gloed. Stilaan wordt ook geopperd dat groen licht, ondanks de lagere energie-efficiëntie, van belang zou zijn voor bepaalde fysiologische processen zoals het strekken van de plant en de malsheid van de bladeren. Sommige firma’s willen het streklicht en het groeilicht in één armatuur onderbrengen en incorporeren daarom enkele procenten verrood licht in het spectrum.  

Aardbei_belichting gloed
Golflengtes

Figuur 1: Weergave van de efficiëntie waarmee planten omspringen met bepaalde golflengtes (gekleurde curve). De parabolische lijn met aanduiding 'Lumens' wijst op de gevoeligheid van het menselijk oog, wat sterk verschilt van hoe de plant het PAR-licht ervaart.

Welke intensiteit heb je nodig?

De hoeveelheid licht die je moet voorzien op plantniveau hangt af van de periode waarin je wil plukken. Voor een vroege stookteelt met plantdatum tussen begin en midden december en start pluk rond begin maart is 130 µmol/m²/s voldoende. Voor winterteelten met pluk in januari en februari moet toch al snel 200 µmol/m²/s worden voorzien.  
Dit zijn de minimale waardes om tot economisch interessante producties te komen. Iets meer licht gaat gepaard met een hogere investering, maar betekent ook een snellere en hogere productie. 

Verder onderzoek moet nog uitwijzen welke samenstelling en intensiteit optimaal is voor de plant en of op termijn ook dynamische lampen (dimbaar en stuurbaar in spectrum afhankelijk van lichtsamenstelling buiten en fase van de teelt) interessant worden. 

Advies nodig?

Contacteer de Inagro-expert indien je hulp nodig hebt bij het uitlezen van je lampen.